InterviewKo van den Bosch

Theaterstuk Djinns moet begrip kweken voor Syriëgangers, zonder geweld te vergoelijken

Want nu maken we te makkelijk een een spookbeeld van de ander.

De poster van de voorstelling Djinns van Ko van den Bosch.

Stel je voor: twee vrouwelijke toeristen – zomerjurkje, rolkoffer, zonnebril, stappen ergens in het Midden-Oosten een hotelkamer binnen. Binnen treffen ze een tafereel als na een bombardement: een onbeschrijflijke chaos, overal stof en puin, bloed op de vloer. Zo begint toneelschrijver en regisseur Ko van den Bosch (62) zijn nieuwe scenario Djinns, ‘een zwarte komedie over de implosie van het IS-kalifaat’, die vanaf vandaag wordt gespeeld bij Likeminds.

Van den Bosch was in 1980 oprichter van gezelschap Alex d’Electrique, geroemd om zijn fysieke en absurdistische ‘punktheater’. Tussen 2009 en 2017 was hij verbonden aan het Noord Nederlands Toneel. Vorig jaar verdiepte hij zich voor de voorstelling Instant Love van Via Berlin in de wereld van de vrouwenhandel, en nu dus in de gruwelen van IS.

In de hem kenmerkende stijl, een soort opgeschroefd associatief absurdisme, ontleedt Van den Bosch in Djinns de ‘arrogante en hypocriete’ westerse houding ten aanzien van Syrië en Syriëgangers. Daarbij veegt hij in één grote, furieuze beweging diverse politici, mediafiguren en historische feiten op één hoop – van de Toppers tot Thierry Baudet en van Linda de Mol tot Ulrike Meinhof. Ook de nazi’s, Srebrenica, George W. Bush en Mickey Mouse komen voorbij. Soms raakt Van den Bosch de lezer daarbij even kwijt. Maar gelukkig is hij bereid alvast een en ander toe te lichten.

Waar gaat Djinns precies over?

Van den Bosch: ‘De anekdote, bedoel je? Er zijn twee personages, Estelle en Inez, gespeeld door Sarah Jonker en Gonca Karasu. Zij zijn een soort verwende ramptoeristen die hun eigen ervaringsarmoede proberen aan te vullen door af te reizen naar het nu ontmantelde IS-kalifaat, ergens in Irak of Syrië. Gaandeweg proberen ze zich meer te verplaatsen in wat mensen, vooral vrouwen, motiveerde om te vertrekken naar het kalifaat, en uiteindelijk vallen ze steeds meer met die vrouwen samen.’

Waarom wilde je dit stuk schrijven?

‘Omdat het noodzakelijk is om onze gedachten te vormen over deze problematiek. Er zijn de afgelopen jaren ongeveer driehonderd mensen vanuit Nederland naar het kalifaat gereisd, en minstens 205 kinderen met Nederlandse wortels zitten nu nog vast in Syrië of Turkije. Ik vind dat we jegens hen een humanistische en morele verplichting hebben. In elk geval moeten die kinderen hierheen gehaald, en waarschijnlijk dan ook de moeders erbij. Maar dit kabinet gaat de kwestie uit de weg.’

Wat wil je teweegbrengen bij de toeschouwer?

‘Ik zou willen dat die probeert zich te verplaatsen in de beweegredenen van Syriëgangers, in het belang van een helder debat. Kijk, voor gewetenloze moordlustige fundamentalisten heb ik geen enkel begrip. Maar de meesten zijn meelopers op zoek naar zingeving en een hoger doel. Neem zo’n Laura H., dat is gewoon een kwetsbaar meisje in een identiteitscrisis. Zij had meteen spijt toen ze doorkreeg waarin ze was beland. Maar in plaats van een debat op maat te voeren, sluit onze premier zich op in een heel nauw nationalistisch bewustzijn: een wij-zij-doctrine die de integratie van Nederlandse moslims geen goed doet.’

Wat bedoel je daar precies mee?

Nou, die hele repeterende antimoslimmantra natuurlijk, eerst van Fortuyn, daarna Wilders en nu Baudet, en in afgezwakte vorm ook te horen bij Rutte, die dit geluid heeft witgewassen en min of meer mainstream heeft gemaakt. Daarmee worden bevolkingsgroepen tegen elkaar opgezet en trekt iedereen zich terug op het eiland van zijn eigen identiteit. Djinns zijn kwade geesten, en de titel verwijst naar hoe makkelijk we een spookbeeld maken van de ander, over en weer, gevoed door salafisten enerzijds en populisten anderzijds.

Ik heb moeite met de suggestie dat islamisme een soort genetische weeffout is, en wil onze afkeer van religieus fundamentalisme in het stuk ook spiegelen aan zaken waar wij, Nederlanders, ten onrechte hysterisch in geloven. Het kapitalisme bijvoorbeeld, of zoiets als ‘de Nederlandse identiteit’.’

Is dat de reden dat de Toppers en John en Linda de Mol opeens opduiken in het stuk?

‘Haha, ja. Dat is mijn satirische commentaar op dit fraaie toppunt van de Hollandse cultuur. Dat beeld van Nederland als één grote gezellige familie met gedeelde normen en waarden, wat een flauwekul. Die typisch Nederlandse zelfgenoegzaamheid is onuitstaanbaar. Zeker omdat het westen, óók Nederland, een aandeel heeft in de chaos in het Midden-Oosten.’

Wat is de relatie met Srebrenica, dat ook in het stuk voorkomt?

‘Als research heb ik veel teksten van salafistische websites gelezen, en een breed gedeeld sentiment in die kringen is: in Srebrenica liet Nederland de moslims in de steek, en nu weer. Daar kun je van alles van vinden, maar die rancune leeft heel erg.’

En wat heeft Ulrike Meinhof ermee te maken?

‘Zij dient als voorbeeld voor het feit dat terrorisme niet per se islamitisch is, zoals we tegenwoordig lijken te denken. Persoonlijk kan ik meer begrip opbrengen voor terreur met een sociaal-maatschappelijk doel, zoals de Baader-Meinhof groep had, dan voor religieus gefundeerd terrorisme. Al is alle gebruik van geweld natuurlijk volstrekt verwerpelijk.

‘Dat is voor mij in dit stuk de grootste uitdaging: ik wil begrip kweken voor de motieven van Syrië-gangers, zonder hun daden te vergoelijken. Daarin de juiste balans vinden is bijzonder moeilijk. Maar het moet.’

Djinns speelt op 20, 21 en 22/2 in Podium Mozaïek (Amsterdam) en gaat volgend seizoen op tournee.

Meer Nederlands toneel over Syrië en Syriëgangers

Nederlandse theatermakers lijken in toenemende mate geïnteresseerd in Syrië en Syriëgangers. Vorig jaar maakten theatermakers Jan Hulst en Kasper Tarenskeen bij Theater Frascati de voorstelling Assad, over de oorlog in Syrië, volgens hen ‘de grootste clusterfuck van onze tijd’. Ook in hun stuk komt een vrouwelijke Syrië-ganger voor. In april van dit jaar volgt bij Toneelgroep Oostpool de voorstelling Laura H., naar het gelijknamige boek van NRC-redacteur Thomas Rueb over ‘het kalifaatmeisje uit Zoetermeer’. Actrice Jade Olieberg zal de rol van Laura spelen, en de regie is in handen van Marcus Azzini. Première 19 april.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden