Interview Mokhallad Raseem

Theatermaker Mokhallad Rasem wil zijn medemens ontcijferen

Mokhallad Rasem (37) maakte al theater in Irak, tegen de klippen van de censuur op. In de chaos na de val van Hoessein vroeg hij in 2005 asiel aan in België. En het theater? Dat bleef bij hem, desnoods op de brommer.

Mokhallad Rasem. Beeld Siska Vandecasteele

Hoe je een voornaam als Kuno uitspreekt. Waarom mannen hun schaamhaar laten groeien totdat het eruitziet als een verwaarloosde tuin. Of zijn tegenspeler weleens tegen zijn eigen grenzen aangelopen is en of Kuno weet wat landmijnen zijn. Mokhallad Rasem wil dat graag weten en hij wil er zelf ook zeker het een en ander over kwijt. Zo begint de voorstelling De verse tijd, die Rasem samen maakte met collega Kuno Bakker: nieuwsgierig en open.

De verse tijd is aanleiding voor ­nadere kennismaking met deze bijzondere theatermaker. Eerder liet hij al van zich horen met werk dat speelsheid paart aan thema’s als oorlog, ­ontheemding en verlies.

Mokhallad ­Rasem (37, geboren in Bagdad) begint te behoren tot de gevestigde orde, wat wordt bevestigd door zijn verbondenheid aan het vermaarde ­Antwerpse Toneelhuis.

We spreken af in brasserie Le Royal in het Centraal Station van Antwerpen. De talloze spiegels van het etablissement reflecteren zijn gestalte: een groene sjaal, stevig om de hals ­geslagen, zijn weelderige haardos in een knot boven op het hoofd, een volle zwarte baard, warme donkere ogen, die oplichten bij het ontwaren van zijn interviewer.

Later zal hij de trein naar Brussel ­nemen, waar De verse tijd die avond te zien is. De voorstelling, een coproductie met het Nederlandse gezelschap Dood Paard, is een dialoog, een vorm die past bij Rasem. Hij gaat graag in gesprek vóór een voorstelling, zoals nu met Bakker. Beiden wonen in Antwerpen en speelden veel in Nederland. In de auto noordwaarts spraken ze over van alles en nog wat en die ­gesprekken vinden hun weerslag in De verse tijd. Het zijn gesprekken over persoonlijke dingen: de grappige, alledaagse dingen en de overeenkomsten en verschillen tussen een Nederlander en een Irakees. Daarin plagen en troosten ze elkaar en fantaseren ze vrijuit.

Mokhallad Rasem. Beeld Siska Vandecasteele

Mokhallad Rasem onderzoekt graag wat zijn medemens beweegt. In zijn voorstellingen kan hij daarbij gebruikmaken van verhalen uit een asielzoekerscentrum in Menen, waar hij zes weken zijn intrek nam voor Zielzoekers, maar ook van bijvoorbeeld Shakespeare. Zo liet hij Romeo en Julia spelen door twee oudere acteurs, die overigens ook buiten het theater een stel zijn. Ze zitten in een auto op het toneel, een idee dat hij kreeg toen hij in Bagdad een uitgebrand wrak zag waarin twee buurtgenoten bij een aanval waren omgekomen. Ze waren jaren samen geweest. Wat zou het Shakespeareaanse koppel hebben gezegd als het pas jaren later was gestorven?

Rasem is productief en heeft een rijk oeuvre opgebouwd. De weg daarnaartoe begint in Bagdad, en is behoorlijk kronkelig. Mokhallad, jongste in een gezin van vijf, heeft een hechte band met zijn vader, ­Rasem Al-Jumaily. Hij is een beroemde acteur, zowel in het theater als in populaire televisieseries en films. Zijn zoon staat als kleine jongen het liefst in de coulissen. Nog mooier dan de voorstelling zelf, vindt hij de transformatie van de mensen achter de schermen tot personages op toneel; hoe ze de aardse ellende als sneeuw voor de zon laten verdwijnen. ‘Dat zal ik nooit vergeten. Irak was in oorlog met Iran in de jaren tachtig. De mensen wilden graag even genieten en mijn vaders theater stond dicht bij het publiek. Het was toegankelijk theater.’

Zelf doorloopt hij vanaf 1996 het conservatorium en een theaterstudie aan de universiteit. Later gaat hij aan de slag bij het Nationaal Theater in Bagdad. Het Europees repertoire is er populair. ‘We speelden Ionesco en Beckett. De censuur was overal, voorzichtigheid was altijd geboden, maar via dat absurdistische werk probeerde je toch iets over de samenleving te zeggen zonder dat de autoriteiten het merkten. Dat was het spelletje. Maar het ging slechter en slechter in Irak; de filmwereld kwam tot stilstand en het theater haperde.’

Alle (culturele) stabiliteit verdwijnt uiteindelijk en na de val van Saddam Hoessein heersen chaos en geweld. Tijdens een verblijf in Duitsland dankzij het uitwisselingsproject Bagdad-­Berlin in 2005 besluit Rasem in ­Europa te blijven. ‘Van een hotel in Berlijn naar het asielzoekerscentrum in Zemst, België’, zegt hij met een lach. ‘Zo is het leven.’ Zijn ouders, twee broers en zus trekken intussen naar Syrië.

Op een dag zet Mokhallad de tele­visie aan en ziet een begrafenisceremonie: horden mensen die door de straten van Damascus trekken. Zijn ­vader, de geliefde acteur, is gestorven. Niemand heeft het hem nog durven zeggen. ‘Ik dacht eerst: is dit een film? Dit is toch niet echt? Ik kon het niet geloven. Toen heb ik de tv opgepakt en omhelsd, alsof het de kist van mijn vader was.’ Afgelopen jaar heeft hij voor het eerst zijn vaders graf ­bezocht.

Mokhallad Rasem. Beeld Siska Vandecasteele

In het asielzoekerscentrum scheert Mokhallad Rasem zijn haar af. ‘Ik ga beginnen’, zei ik in de spiegel tegen dat kale hoofd. ‘Ik moet vandaag worden geboren, maar eerst ga ik de taal leren. Het theater zal nog even moeten wachten.’

‘Nee’, zegt hij nu stellig. ‘Ik ben niet eenzaam geweest. Ik kan leven in mijn verbeelding en ik kan pijn ombuigen naar iets moois. Dat is wat ik doe in mijn voorstellingen. Ik ga met mensen praten: van moeders in Syrië en vluchtelingen tot ‘gewone’ stedelingen. Er is leed, maar we kunnen het lichter maken door het te delen.’ En precies dat doet Rasem in zijn voorstellingen, die meestal een collage zijn van tekst, (film)beeld, dans en muziek. De verse tijd is geen uitzondering met het beeldende eind van ­kleurige, abstracte videoprojecties op eenvoudige kartonnen panelen.

Zijn rekwisieten komen vaak van rommelmarkten. Kapotte, verwaarloosde voorwerpen krijgen bij Rasem een nieuwe rol: een gehavende pop, een kleurige pluchen papegaai, een speeldoosje, een tafellamp. Ze duiken ook op in zijn Delivery Theatre, ‘theater op bestelling’ dat hij vorig jaar introduceerde. Mensen die om wat voor reden ook moeilijk naar het theater kunnen, bellen een nummer en kiezen uit een ‘theatermenu’. Mokhallad Rasem komt vervolgens het theater thuisbezorgen. Achter op zijn brommertje zit een vierkante kist (als bij een pizzabezorger) met de belangrijkste spullen. Het enige dat hij dan nodig heeft is een tafel waarop hij het theatertje kan bouwen. In huiselijke kring vertelt hij een verhaal naar keuze, maar met zijn bijzondere ­levensloop als rode draad: is het theater kapot dan verzamelen we de brokstukken en zoeken het publiek zelf op. Zodat het nooit stopt en altijd weer een nieuw leven krijgt.

De verse tijd, vanaf 4/12 in Frascati, Amsterdam. Tournee t/m 20/1. Delivery Theatre blijft op het repertoire.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.