Interview Jimi Zoet

Theatercomponist Jimi Zoet: ‘Ik hou gewoon van beats en lawaai’

De muziek die Jimi Zoet maakt bij theaterstukken is duister en onheilspellend, met samples van kraaien en metrogeluiden. Eenzaamheid en angst keren vaak terug. ‘Als ik zie hoe klein de aarde is in het heelal en hoe hulpeloos wij als mens zijn. Ja, daar word ik angstig van.’ Vanaf donderdag is zijn werk te horen op het Nederlands Theater Festival in Amsterdam. 

Foto Adriaan van der Ploeg

Ze beginnen op te vallen, al die onheilspellend ratelende synthesizers, beats en samples in steeds meer theatervoorstellingen. Zit je in een kleine of middelgrote theaterzaal naar een of ander stuk te kijken en hoor je op de achtergrond een duister elektronisch geluidsdecor aanzwellen? Dan is de kans groot dat het de muziek is van componist en theatermaker Jimi Zoet (29). Meer en meer vaak jonge theatermakers, zoals Davy Pieters, Naomi Velissariou en Nastaran Razawi Khorasani, wisten hem de laatste jaren te strikken voor een van zijn door critici en publiek geroemde theatersoundtracks.

Op het Nederlands Theater Festival, dat vandaag begint en waar elf dagen lang het beste werk van het afgelopen seizoen in reprise gaat, is Zoet te zien en horen met maar liefst twee titels. Ten eerste: Ur van URLAND, zijn eigen performancecollectief, want dat heeft hij ook. Samen met Marijn Alexander de Jong, Ludwig Bindervoet en Thomas Dudkiewicz (ze kennen elkaar van de Maastrichtse toneelschool) maakte hij met Ur een dada-eske collagevoorstelling over de zin en onzin van het theater. Zoet speelt mee en schreef alle muziek. Ook op het festival te zien: Platina van theatermaker Abke Haring. Een poëtisch duet voor twee acteurs, vol eenzaamheid en afscheid. Hiervoor componeerde Zoet de muziek.  

Platina heeft een typische Jimi Zoet-soundscape. Een aanvankelijk gedempt geluid, opgebouwd uit samples en minimalistische beats, ondersteunt de spelers als ze hun tekst uitspreken. Maar zodra de figuren op toneel hun emoties niet meer de baas zijn en de tekst stokt, komen de indrukwekkende crescendo’s. Wat eerst ijzige samplekunst was, wordt een geiser van geluid die - als een volwaardige derde speler - de hele ruimte vult. Zo’n geluidsuitbarsting is kenmerkend voor de Jimi Zoet-stijl, zoals hij het zelf noemt in zijn zolderstudiootje in Rotterdam. ‘Ik hou gewoon van beats en lawaai.’

Foto Adriaan van der Ploeg

Wat maakt een goede theatersoundtrack?

‘De tracks moeten verhalend zijn, een functie hebben in het grotere geheel van het kunstwerk. Vaak is er al een tekst of een concept van een regisseur. Daarop bouw ik voort.’

Zoet bereidt niks voor, hij zit nooit lang thuis achter de computer te pielen aan geluiden. 'Ik kom de eerste dag op de repetitie opdagen en dan gaan we wekenlang repeteren, de spelers op het toneel en ik improviserend achter mijn laptop of soms een synthesizer. En dan maar kijken waar bepaalde geluiden passen.’

Als een extra performer in het stuk, zo werkt Zoet niet alleen aan zijn muziek, maar zo klinkt het vaak ook. Het klassieke woord geluidsdecor voldoet nauwelijks nog voor het geluid dat hij produceert. We hebben het hier niet over muziekjes op de achtergrond of om een changement op te vullen, maar composities die - als het stuk daar om vraagt - overheersen en ongegeneerd alle aandacht naar zich toe trekken. 

Een kwestie van goed opbouwen, vindt hij zelf. ‘Het begint meestal met een sample. Dat kunnen omgevingsgeluiden zijn, bestek, kraaien of stemmen. Daarmee roep je een sfeer op en creëer je een link met de echte wereld. Ik ben altijd op zoek naar samples. Vorig jaar was ik in Japan en heb ik veel opgenomen: geluiden van de metro in Kyoto, pingeltjes op treinstations en nog meer kraaien. Kraaien vind ik fantastische vogels.’

Is populaire cultuur een belangrijke inspiratiebron voor je?

‘Absoluut. Ik heb voornamelijk inspiratiebronnen buiten het theater. Bijvoorbeeld horrorfilms uit de jaren ’70 en ’80. Suspiria van Dario Argento. Ik heb ook veel geleerd over timing en het gebruik van suggestief geluid van The Texas Chain Saw Massacre. Als je goed luistert, hoor je de eerste helft van die film voortdurend aggregaten, motors en andere ronkende geluiden. Daarmee is de suggestie van een kettingzaag er al lang voordat Leatherface zijn eerste slachtoffer doodt.’

‘Ik luister naar alle muziek, goed of fout, als het me maar prikkelt. Van opera tot Aphex Twin, Tyler, The Creator, Gesloten Cirkel en Gigi D’Agostino. Toen ik zeven was, raakte ik gefascineerd door gabber. Voor Sinterklaas kreeg ik de gabberverzamelaar Thunderdome ‘96 op een cassettebandje. Daar was ik helemaal weg van. Als puber ben ik de gangsterrap ingedoken. Daarmee is mijn fascinatie voor beats begonnen.’

Foto Adriaan van der Ploeg

Gabber is je bijgebleven. Het eerste werk dat je met URLAND op de toneelschool maakte was De Gabberopera.

‘Het was ook een opera, hè. En het verhaal dat we vertelden was gebaseerd op Bacchanten van Euripides. Het ging om dat contrast. Het begint met vier gabbers in een bushokje. Ze eten chips, spuiten het hele hokje onder met bier en ruimen alles weer op. Dan komt er een vreemdeling binnen, een soort oppergabber, en die neemt ze mee het ritueel in, de drugtrip of hoe je het ook noemt. Dan wordt het raar. David Lynch-raar. Ten slotte gaat een van hen eraan onderdoor. En natuurlijk zit er ook een gabberdans in. Het was een geweldig idee en voor ons de bevestiging dat we met URLAND iets waardevols in handen hadden. We willen De Gabberopera ooit opnieuw maken in de Grote Zaal van Theater Rotterdam.’

Theaterfestival

Wil je nog een laatste kans om de beste voorstellingen van het jaar te zien? Vandaag begint in Amsterdam het Nederlands Theater Festival. Een groot aantal van de elf producties die door de jury als beste van het jaar zijn aangemerkt, gaan in reprise. Daarnaast speelt een keur aan andere interessante voorstellingen, aangevuld met workshops, lezingen, debatten en als grote finale op zondag 16 september Het Gala van het Nederlands Toneel, waarop de Toneelprijzen worden uitgereikt. 

Veel voorstellingen waarbij jouw muziek te horen is, gaan over eenzaamheid of angst, bijvoorbeeld Platina, of eerder dit jaar Sontag van Naomi Velissariou. Is dat een gevoel dat je terughoort in je eigen muziek?

‘Ik denk het wel. Dat komt voort uit mijn existentiële gevoel van eenzaamheid. Als ik zie hoe klein de aarde is in het heelal en hoe hulpeloos wij als mens zijn. Ja, daar word ik angstig van en dat vertaalt zich in het geluid dat ik maak. Ik heb nogal een problematische relatie met tijd. Sterfelijkheid vind ik lastig te accepteren. Soms kijk ik naar We zijn er bijna! van Omroep Max om mezelf voorzichtig voor te bereiden op … het einde.’

Zoet weet met zijn soundscapes vaak een extra laag toe te voegen aan een voorstelling, waarin sluimerende gevoelens van melancholie en verlies bij de personages opeens - en vaak op spectaculaire wijze - heel concreet worden. ‘Eigenlijk wil ik voor altijd jong blijven. Altijd blijven feesten, net als die gabbers. Ik moet leren accepteren dat alles verandert.’

Op je Soundcloud staat alleen muziek voor theater. Waar blijft je eigen werk?

‘Ik wil het graag maken, maar het kost me veel tijd en moeite. Deadlines daarentegen werken voor mij goed. Ik heb nu in 2020 drie maanden geblokt voor mezelf. In mijn agenda staat daar ‘album’. We zullen zien. Anderzijds spreek ik muzikanten die zeggen: prijs jezelf gelukkig dat je geld kan verdienen met muziek en dat je zoveel vrijheid krijgt. Dat is zeldzaam.’

‘Het lastige voor mij is om eraan te beginnen. Als ik een album wil maken, moet ik eerst een concept bedenken. Een soort voorstelling in mijn hoofd, als kader. Ik ben en blijf toch een theatermaker, het begint altijd op de vloer.’

Ur van URLAND, te zien op 7 en 8 september op het Nederlands Theater Festival en daarna tournee. Platina van Abke Haring, te zien op 9 en 10 september op het Nederlands Theater Festival. De UR-triënnale 2018 van URLAND, nog t/m 20 oktober op tournee.

Drie keer theatermuziek van Zoet

Ur 

In Ur proberen de vier jongens van URLAND het diepgewortelde raadsel dat theater is te ontrafelen. Een van de scènes, of songs, zoals Zoet ze noemt, is een dans op hoverboards. Zoet: ‘Die moest zo ritueel mogelijk worden. Dus heb ik geluiden verzameld van rituelen van over de hele wereld. Die heb ik allemaal met elkaar versneden en net zo lang bewerkt tot er een trage occulte beat ontstond. Het was belangrijk dat het ritme steady bleef, met niet te veel percussie, zodat de muziek goed samengaat met het glijden van de hoverboards.’

Unisono

Abke Haring, actrice en maakster van minimalistische theaterstukken, maakte in 2016 deze introverte monoloog. Op het podium zat een vrouw aan een keukentafel, helemaal alleen met haar gedachten. Zoet: ‘Voor mij ging die voorstelling over depressie. Ik ben daarom gaan zoeken naar suggestieve geluiden. Ik heb samples van bestek, kraaien en stemmen gebruikt en kille, stille techno. De muziek moest haar herinneringen suggereren, de gesprekken die ze over en over in haar hoofd voerde.’

How Did I Die

In How Did I Die (2014) van Davy Pieters, jong regietalent, destijds werkend bij Frascati Producties, sloeg Zoet aan op het ‘terugspoelgehalte’ van de voorstelling. In wezen is het een reconstructie van een onopgeloste moord en alle mogelijke wegen die daartoe konden leiden. Zoet: ‘Ik werd zo melancholisch van het concept, dat ik dat gevoel per se in de muziek wilde krijgen. De track die klinkt tijdens de moord in de slaapkamer is daar een goed voorbeeld van. Ik heb toen mijn eigen stem ingezet om de juiste gevoelslaag te bereiken. Het was ook de eerste keer dat ik veel verschillende samples gebruikte, die ik omkeerde, vertraagde of verknipte, om zo tijd en ritme te manipuleren, waardoor een hallucinerende beat ontstond.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.