THEATER VAN MELANCHOLIE

In 'Mélancolie, génie et folie en Occident', schetst Jean Clair in het Parijse Grand Palais de beeldende geschiedenis van het typus melancholicus, van genialiteit tot somberheid, van mislukking tot weldadigheid....

Waarschijnlijk is er geen prent die in de kunstgeschiedenis en bijcritici meer vragen heeft opgeroepen dan Albrecht Dürers kopergravureMelencolia I, waarop een gevleugelde vrouwengestalte geheel in zichzelfgekeerd tussen allerlei gereedschap en attributen met een sombere blik inde leegte kijkt. Al vele tientallen jaren beijveren scherpzinnige geleerdenen diepzinnige kunsthistorici zich om het blad op bevredigende wijze teverklaren, stelde de Weense filosoof en kunstkenner Alfred von Wintersteinal in de jaren twintig van de vorige eeuw vast, 'zonder dat op heden dekwestie volledig is opgehelderd'. Von Winterstein probeerde te begrijpenwat Dürer met zijn burijn op het koper had gegraveerd en schreef opstellen- die je in Nederland nog in beduimelde Psychoanalytische Cahiers kuntnalezen - over 'Saturnus, melancholie en anaal karakter' of 'De dood vande moeder', waarin hij te berde bracht dat wellicht 'alleen depsychoanalyse in dit duister onze gids kan zijn'.

Die prent hangt op de expositie Mélancolie, génie et folie enOccident, een tentoonstelling over de manier waarop sinds de oudheid totnu zwaarmoedigheid werd verbeeld, geschilderd en getekend, gebeeldhouwd ofgeïnterpreteerd. Het is een gecompliceerde gravure, raadselachtig zelfs,met tal van verwijzingen naar 16de-eeuwse opvattingen over wetenschap,geloof, alchemie en nog meer, en waarop een fladderende vleermuis eenbanderol uitspreidt met het opschrift 'melancholie'. Veel hedendaagsekunstenaars hebben naar die prent verwezen: Ron Mueck met zijn 'grote man',de melancholicus in gepeins verzonken, zijn linkerarm onder het hoofd, ofAnselm Kiefer met zijn 'Melencholia'-vliegtuig, een in lood gemaakte DuitseMesserschmidt-bommenwerper waarop hij een polyeder heeft gemonteerd, eenveelhoekige structuur die je ook op Dürers prent aantreft. Of de zerk vanClaudio Parmiggiani, een veelhoekige marmeren constructie op een graftombe,getiteld: Melancolia 1514-2003, waarvan het eerste jaartal verwijst naarDürers prent.

Melancholie heeft twee gezichten: ofwel is de melancholicus iemand diehet leven niet alleen somber ziet maar het ook verfoeit, en zichzelf naarde ondergang leidt, ofwel is de zwaarmoedige om tal van redenenstrijdvaardig en verlangt naar het hogere, naar kunst.

Die dubbelzinnigheid herken je in de kunst altijd en ook in deletteren, geen corpus van een kunstenaarsoeuvre zonder explicieteverwijzingen naar de melancholie, de spleen, de Weltschmerz of het mal dusiècle. Sinds de oudheid is de zwaarmoedigheid, meer dan dezelfgenoegzaamheid - om maar een van de vele menselijke gebrekkigheden tenoemen - de onvermoede drijfveer voor veel kunstenaars. Al heeft het begrip'melancholie' ook een soort zweverigheid waarvoor we ons moeten hoeden,willen we kunst interpreteren en beoordelen. 'Wat is de betekenis van ditalles', vraagt ook Von Winterstein zich af in zijn beschouwingen.

Meer dan tien jaar heeft Jean Clair - pseudoniem van Gérard Régnier,filosoof, kunsthistoricus en een briljant tentoonstellingsmaker, enoud-directeur van het Parijse Musée Picasso - zich over die vraag gebogen.Hij las alle teksten over 'melancholie', hij speurde naar de verbeeldingvan die zwaarmoedigheid. 'Waarom zijn alle uitzonderlijke mensen, infilosofie, staatsinrichting, poëzie of kunsten, melancholici die zich doorzwartgalligheid laten leiden?', vroeg Aristoteles zich al af in een vanzijn stellingen in zijn Problemata. Die antieke vraagstelling is Clairsuitgangspunt: melancholie leidt tot ondergang en deemstering der zinnen,of tot een creatief leven - het renaissancistische ideaal van het genie.

Clair, zei hij bij de opening van de tentoonstelling, betreurt dat hijdie schitterende tekening van Leonardo da Vinci uit de collectie van deWindsor Royal Library, de peinzende ouderling, die met de linkerarm zijnzwaarmoedige hoofd ondersteunt, niet kon lenen. De tekening toont decreatieve geest, het genie, toch helemaal anders dan taferelen met demonendie gekte en zelfdestructie bij melancholici opwekken. Ondanks hetontbreken van die tekening van Da Vinci is Mélancolie, génie et folie enOccident een ongelooflijke verzameling van kunstvoorwerpen en memorabiliadie aantoont hoe zwartgalligheid of somberheid, zwaar gepeins of getob,mensen heeft betoverd die toch grootse kunst hebben voortgebracht.

In Parijs kun je meer dan een paar honderd meesterwerken zien, beeldenen schilderijen die ons inspireren, ons bevrijden van vooroordelen en onsaan het denken zetten. Je loopt in het Grand Palais niet alleen langsDürers prenten, maar ook langs werk van Goya, bronzen uit de antieke tijd,de peinzende Ajax, Bosch, Botticelli, platen uit de Codex Manesse uitHeidelberg, Cranach, Arcimboldo, Géricault, Böcklin, Van Gogh, Artaud,Hopper - om er maar enkele op te sommen. Clair heeft in die vele jarenvoorbereiding blijkbaar een heel goede en treffende keuze kunnen maken uitde belangrijkste kunstverzamelingen.

Toen hij meer dan tien jaar geleden de eerste aanzetten van eenexpositie over dat moeilijke onderwerp 'melancholie' aan collega's enmuseumdirecteuren voorlegde, kreeg hij meer hoofdschuddende reacties danstimulerende hulp. Net voor de wisseling van de millennia sprak je nietover somberheid, of over zwaarmoedigheid; de wereld was optimistisch engeloofde in de toekomst - tot die fatale ochtend in september 2001 in NewYork. Daar wordt de bezoeker aan herinnerd, niet uitdrukkelijk weliswaar,aan het eind van de tentoonstelling. Op een prent van Charles Méryon zieje vogels rond een toren cirkelen, boodschappers van onheil (zoals op debladen van Dürer over de apocalyps), en aan het slot staat midden in dezaal de Messerschmidt van Anselm Kiefer.

Misschien heeft nooit iemand treffender de melancholicus gedefiniëerddan de oude Immanuel Kant uit Königsberg. Rond 1764 schreef hij het typusmelancholicus 'ingevingen, verschijningen en aanvechtingen' toe, maar ook'grimassen, betekenisvolle dromen, bange voorgevoelens en wonderen'.Volgens Kant 'loopt hij gevaar fantast of zwartkijker te worden'.

Helemaal aan het eind van Mélancolie, génie et folie en Occident zitzo'n zwaarmoedig type in een hoek, een kolossale kale en naakte man. Erligt een last op hem, een 'zwaarte van het gemoed' die hem zodanigneerdrukt dat hij ervan ineenkrimpt. De houding van de hyperrealistischetwee meter hoge gehurkte man, een polyester-beeld van Ron Mueck, die metzijn linkerarm zijn zwaarmoedige hoofd ondersteunt, herinnert in veleopzichten aan prenten, schilderijen en beelden die sinds mensenheugenis vantobbers en peinzers zijn gemaakt. Hun kwellingen en benauwenis kunnen bijsommigen leiden tot krankzinnigheid en bij weer anderen tot genialespankracht.

De 'geest van zwaarmoedigheid' was in de ogen van Friedrich Nietzschede demon. Hijzelf liet zich afbeelden als een somberaar of tobber in eenprent van Karl Bauer: de peinzende filosoof met rechtopstaande kraag, diezijn hoofd met de linkerhand ondersteunt, de oogleden zwaar van het lezen,de hangende snor over de kin. Tovert de demon van de melancholie - zoalsop de bekende prent van Francisco de Goya - monsters tevoorschijn of iszwartgalligheid ook verlangen naar iets hogers, naar excelleren ofuitzonderlijke en diepe verbeeldingskracht?

Hoe heeft men tegen zo'n diffuus begrip als 'melancholie' aangekeken?Het is verbijsterend te zien hoe die melancholische geaardheid al sinds deoudheid met 'het gebaar van de melancholie' werd uitgedrukt: eenineengeschrompelde Ajax, een tobberige Antonius die in de woestijn waar hijzich had teruggetrokken door de vreselijkste verschijningen werd bezocht,de door zielenroerselen gekwelde romantici, de in dolhuizen getormenteerdegeesten, de moderne Prozac-verslaafden.

Uit dat 'museum van de melancholie' heeft Clair schitterende beeldengekozen. Er bestaat werkelijk een fysiologie van de melancholie, eenfysiognomie - portretten van in gepeins verzonken types - maar ook eenpsychologie, een anatomie en een chemie van de melancholie, een klinischeverzameling en een iconografie van de zwaarmoedigheid, een filosofie en eenfarmacie voor somberaars, kortom een echt 'theater van de melancholie'.

Met kunstwerken en 'parafernalia uit het melancholische kabinet', toontClair de wisselende opvattingen van het 'zweverige' begrip. Hij grijptterug naar de canon, de honderden interpretaties die geschreven zijn overmelancholie, teksten van Hippocrates tot Philipp Melanchton, van RobertBurton en Sigmund Freud, de honderden werken van tekenaars en schilders,beeldhouwers en performers. Het is nogal wisselend, de ene keer wordtmelancholie een gave of een uitzonderlijke eigenschap, dan weer - ook alin de middeleeuwen - een nefast temperament, dan weer een van de humeurigesappen in de temperamentenleer, een cynisme bij de enen en een slapheid bijde anderen, een raadsel voor sommigen en een wetenschappelijk goed tetraceren afwijking, een drijfveer maar ook een noodlot, een gave of eenafschrikking.

Het hele parcours van de tentoonstelling laat die tegenstelling zien,de noodlottigheden van de melancholieke geest maar ook de scheppingsdrang - 'het kunnen dansen', zoals Nietzsche die geest van zwaarmoedigheiddefinieerde. La grande tristezza vloeit uit het leven zelf voort, zeiDante, 'beide grondtrekken van het leven, die in het leven van dezwaarmoedige bijzonder sterk zijn, die naar vervulling en die naarondergang, werken hiertoe mee'.

De expositie is een voortzetting van een onderzoek naar kunst enwetenschap dat Clair met L'âme au corps, arts et sciences in 1993 in hetGrand Palais was begonnen. Hij toonde toen niet alleen schilderijen,tekeningen en beelden, maar ook wetenschappelijke platen, schedels enpreparaten, anatomieën en fysiognomieën. Ook nu is de opstelling ronduitschitterend. Op twee verdiepingen van het Grand Palais, dat momenteel wordtverbouwd, laat Clair zien hoe in de oudheid, de Middeleeuwen, deRenaissance, de Romantiek, de verlichting en nú de melancholie werd enwordt verbeeld. In een fascinerend ingericht kabinet staan en hangenallerlei voorwerpen uit rariteitenverzamelingen, een mythische eenhoorn,zo'n polyeder als op de prent van Dürer, vleermuizen, globes, afbeeldingenvan planten uit kruidenboeken, schedels en andere vanitastafereeltjes.Clair laat ons ook melancholische muziek horen, in de trappenhal van hetGrand Palais. Mélancolie, génie et folie en Occident is een soortspiegelpaleis: op alle schilderijen en prenten, in alle beelden ofvoorwerpen herken je 'het gebaar van de melancholie', het decorum van dezwaarmoedigheid, het geheel in zichzelf gekeerd zijn, de onheilspellendeatmosfeer.

Jean Clair is, zoals een Pontus Hultén, een Harald Szeemann of eenWerner Hofmann, een tentoonstellingsmaker die zich vooral verdiept inverwantschappen, in de samenhang van kunsten, literatuur en wetenschap. Opeen heldere manier toont hij de kwellingen en zegeningen van de saturnischemelancholici, de volgelingen van Faust, de discipelen van de hermetischekunst. 'De zwaarmoedigheid is zo iets smartelijks en ze tast de wortels vanons menselijk bestaan zo diep aan', schreef de filosoof en theoloog RomanoGuardini, 'dat we het niet aan de psychiaters mogen overlaten haar tebestuderen.' Vragen naar de betekenis van de melancholie houdt in dat weer geen psychologische of psychiatrische aangelegenheid in zien, 'maar eenvan geestelijke aard', zoals nu te zien in het Parijse Grand Palais.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden