Review

Theater Utrecht maakt een eerlijke en gedurfde Platonov

Theater - Platonov (Theater Utrecht)

Als zedenschets is Platonov zenuwslopend, naargeestig en wat clichématig, maar daar staat aanstekelijk en invoelbaar toneelspel tegenover. Vincent van der Valk (Platonov) is de spilfiguur naar wie je blijft kijken en luisteren: beweeglijk, duivels, soms duister-charmant.

Platonov Foto Roel van Berckelaer

Ruim twee jaar geleden regisseerde Thibaud Delpeut bij Theater Utrecht Lars Noréns Een soort Hades, een grote montagevoorstelling over het leven van een aantal getroebleerde zielen in een rusthuis. Allerlei neurosen, ziekten, waanideeën, jeugdtrauma's en angsten kwamen daarin voorbij - gespeeld door een groot ensemble in een decor dat in alles lijkt op een open inrichting.

Platonov (1880) van Anton Tsjechov is Delpeuts nieuwe grotezaalproductie en de overeenkomsten met Een soort Hades (1994) zijn frappant. Diezelfde open structuur en ruimte (overal zitjes, een keukenblokje, bed, zitkuil), diezelfde kluwen mensen met eigenlijk ook dezelfde neurosen. Het lijkt bijna alsof de gebutste personages uit Platonov (1880) uiteindelijk ook terecht zullen komen in het gekkenhuis, de hel, de Hades.

Platonov (****), theater
Anton Tsjechov door Theater Utrecht, regie en bewerking Thibaud Delpeut, vertaling Jacob Derwig.
2/3, Stadsschouwburg Utrecht. Tournee.

Tsjechov

Heel veel heeft Delpeuts versie van Platonov niet meer te maken met het origineel van Tsjechov (hij schreef het toen hij 21 was), en tegelijk toch ook alles. De setting is volkomen van nu: een stel jonge mensen komt in een moderne loft samen om te feesten, lief te hebben, dronken te worden, gedrogeerd te raken, elkaar te haten en af te stoten. De personages appen, chatten en turen op hun iPads, kratten bier worden aangesleept, de pizzakoerier komt langs (en ook de coketaxi). Op de televisie maakt tv-kok Rudolph van Veen chique hotdogs, op een groot scherm zien we videoclips van Daft Punk (Lose yourself to dance) en Snow (Informer). Het beslapen bed is nodig aan verschoning toe.

Maar deze Platonov is dan wel weer helemaal Tsjechov in het even ontluisterend als liefdevol tonen van hoe ontheemde zielen eraan toe zijn. Het is en blijft tobben met het leven, de liefde, en met elkaar. Of zoals een van hen het zegt: 'Van ons komt niets terecht - alleen maar onkruid.'

Misja Platonov (Vincent van der Valk) is de motor in dit groepje. Als hij opkomt, ontstaat er iets van hoogspanning, iets broeierigs, iets gevaarlijks in deze verder nogal lethargische urban tribe. Bij Tsjechov is hij een jonge, gefrustreerde dorpsonderwijzer, hier gewoon een lapzwans, die niet tegen onoprechtheid kan. Door zijn onuitstaanbare gedrag maakt hij alles om hem heen kapot.

Echo's

Delpeut heeft van de vertaling die Jacob Derwig in 2000 voor 't Barre Land maakte een radicale bewerking gemaakt. Daarin klinken duidelijke echo's van deze tijd door, inclusief vegaburgers en een discussie over Houellebecq en Bret Easton Ellis. Ook loopt er heel eigentijds een leuke homo rond die een toyboy heeft, en een pittige lesbienne. Platonov kust net zo vurig een vrouw op de mond als zijn vriend, kortom: alles is fluïde en loopt door elkaar en is bijna genderneutraal. Bovendien is deze spelersgroep aangenaam en vanzelfsprekend divers en gekleurd.

Platonov van Theater Utrecht heeft een stijlvaste, consequente opbouw. In het weidse toneelbeeld laat de regisseur aanvankelijk alles tegelijk gebeuren, maar gaandeweg komen er steeds meer onderlinge confrontaties en spitst het drama zich toe. Helaas last Delpeut een pauze in waardoor het dwingende ritme wordt onderbroken. Na de pauze staat iedereen als een zombie wat sloom te dansen of mechanisch fitnessoefeningen na te doen. In alles schuilt een venijnig commentaar op de generatie van millennials, die voortdurend prikkels van buitenaf nodig heeft. 'Het gaat om het komen en gaan van die berichtjes, niet om de inhoud ervan', fulmineert Platonov over onze behoefte aan appjes. Relaties worden vergeleken met aandelen: brengen ze geen winst meer op, dan weg ermee.

Vincent van der Valk

Als zedenschets is deze voorstelling zenuwslopend, naargeestig en misschien iets te clichématig. En toch lukt het de tien acteurs daar iets tegenover te stellen, namelijk: invoelbaar en aanstekelijk toneelspel, waardoor het toch om medemenselijkheid gaat. In deze kluwen van zinloosheid is Vincent van der Valk de spilfiguur naar wie je blijft kijken en luisteren: beweeglijk, duivels, af en toe op een duistere manier charmant, jonglerend met zijn eigen gedachten en andermans gevoelens. Mooi ook zijn Ilke Paddenburg als de wanhopig monotone Anna en Jacobien Elffers als Sasja, Platonovs piekerende vrouw.

Aan het eind zit Platonov op het arbeidsbureau, op zoek naar een nieuwe baan. Weg wilde haren, het feest is gevierd, de harten zijn gebroken, het geweten geknakt. Uit de speakers klinkt You can't always get what you want van The Rolling Stones. Een tikkeltje moralistisch wellicht, maar het maakt van deze Platonov meer dan alleen een cynische kijk op de huidige generatie twintigers en dertigers. Het is eerlijk, en gedurfd.