Reportage20 jaar Theater Rast

Theater Rast bestaat 20 jaar. Het was vechten voor erkenning, maar nu zijn de successen groot

En het werk is nog niet gedaan, zeggen artistiek leiders Saban Ol en Celil Toksöz. ‘Waarom zijn alle recensenten wit? Om maar wat te noemen, hè? Er is genoeg te doen.’

Șaban Ol (op scherm laptop) en Celil Toksöz (met laptop), artistiek leiders van Theater Rast.Beeld Els Zweerink

‘Ik maak geen migrantentheater’, zegt Șaban Ol (58). ‘Ik maak theater over onderwerpen die mij interesseren. En ja, identiteit en migratie zijn elementen die terugkomen, omdat ze een onderdeel zijn van mijn leven, van al onze levens. Maar ik wil niet dat je dat een typisch Rast-onderwerp noemt. Je vraagt aan Gerardjan Rijnders toch ook niet om alleen maar voorstellingen over homoseksualiteit te maken, omdat hij toevallig homoseksueel is.’

Samen met Celil Toksöz (60) vormt Ol al twintig jaar het artistieke team van Theater Rast. Deze maand wordt dit gevierd met een jubileumvoorstelling,  met daarin werk van beide regisseurs en van de jongste loot aan de Rast-tak: maker Ada Ozdogan. 

In 2000 liepen theatermakers Ol en Toksöz – in de jaren zeventig en tachtig uit Turkije naar Nederland gekomen – allebei rond met het verlangen naar een eigen plek, een eigen groep. Ze wilden ‘gewoon’ structureel theater kunnen maken. Net zoals Rijnders dat destijds deed bij Toneelgroep Amsterdam. 

En dat is gelukt. Ze hebben zich in de loop der tijd moeten verweren tegen flink wat vooroordelen, maar inmiddels is Rast een van de laatst overgebleven interculturele groepen uit die tijd; Cosmic, MC en DNA zijn allemaal ter ziele. 

Rast beleeft momenteel zijn succesjaren. Zo regisseerde Toksöz vorig jaar een spraakmakende Koerdische versie van Puccini’s opera Tosca. Begin dit jaar maakte Ol de grotezaalvoorstelling Wees onzichtbaar, naar het gelijknamige boek van Murat Isik, en Toksöz is bezig met de voorbereidingen van zijn aankomende toneelbewerking van de roman Eus van Özcan Akyol.

Scène uit Le Souterrain van Ada Ozdogan uit de jubileumvoorstelling 20 jaar Rast.Beeld Jean van Lingen

De Rast-mannen zijn, met andere woorden, zichtbaar geworden. Een beetje zoals de kleine Metin, hoofdpersoon uit die roman van Isik, die na jaren van ploeteren en onzekerheid uiteindelijk als een gevierd schrijver op het podium staat.

Maar dat ging niet vanzelf. Rast oprichten was de eerste stap. Ze hadden de wind mee. Toenmalig staatssecretaris voor Cultuur en Media Rick van der Ploeg maakte zich sterk voor meer diversiteit in de kunsten. De missie van Rast, om de culturele diversiteit van de stad nu eindelijk eens op het podium terug te laten komen, paste binnen dat beleid.

‘Wij wilden toen per se onze eigen tent hebben’, zegt Ol. ‘Wilden we onze eigen smoel houden, dan moesten we vooral niet bij de gevestigde groepen gaan werken. Dan zouden we opgaan in het eenkleurige, Nederlandse landschap. Van der Ploeg maakte dat mogelijk.’

Assimilatie was nooit een optie. En dus moest Rast ook zorgen voor zijn eigen diverse pool van spelers. Dat was zeker in die tijd geen simpele opgave. Daarom richtten ze jong-Rast op (tegenwoordig bekend als Degasten), een laagdrempelig vooropleidingstraject dat jong talent moet klaarstomen voor de grote toneelopleidingen. Spelers als Dilan Yurdakul en Emmanuel Ohene Boafo zijn daar ooit begonnen.

Beeld Jean van Lingen

Na een tijdje kantoor gehouden te hebben aan de Haarlemmerstraat in Amsterdam, vestigde Rast zich in Podium Mozaïek in Amsterdam-West, waar het huisgezelschap werd. Daarmee vergrootte de groep ook letterlijk zijn afstand tot de gevestigde orde aan het Leidseplein. 

De eerste jaren stonden in het teken van professionalisering. Toksöz: ‘Ik wist niet wat een regieassistent was. O, dus er is iemand die voor mij spullen gaat halen, als ik daarom vraag? Ik stond versteld. Wij hadden een heel andere achtergrond.’

Een van de eerste successen van Rast was de voorstelling In de schaduw van mijn vader (2003) van de Vlaamse toneelschrijver Paul Pourveur en regisseur Ol, over het lot van de vroegere ‘gastarbeiders’ en hun kinderen, de tweede generatie.

Toen kwam de tweede stap: erkenning. Dat bleek een lastiger traject. Mede door de voorkeursbehandeling van Van der Ploeg en de focus op het opleidingstraject hebben Ol en Toksöz lang moeten vechten tegen een neerbuigende houding uit het theaterveld. Toksöz: ‘Rast, werd er dan gezegd, dat is toch allochtonentheater? Zo werd dat toen genoemd. Dat is geen kwaliteitstoneel. Dat is welzijnswerk!’ Die hardnekkige vooroordelen zagen ze overal terugkomen: in recensies, bij subsidiegevers en bij collega’s.  

Een andere reden waarom Rast volgens Ol door pers en anderen vaak over het hoofd gezien wordt, is de meerstemmigheid van de groep. ‘De ene keer maken we teksttoneel, dan muziektheater, dan weer iets dat meer op cabaret lijkt. Daardoor kunnen ze ons moeilijk plaatsen. We zijn nou eenmaal een instituut met veel verschillende makers.’ Tot die laatsten behoren naast Ol en Toksöz ook jongere makers, zoals George Elias Tobal en Eran Ben-Michaël, die bij Rast zijn begonnen. 

Beeld Jean van Lingen

In de toekomst wil de groep die meerstemmigheid nog meer gaan omarmen. Want hoewel het Nederlandse theaterlandschap niet meer zo eenkleurig is als twintig jaar geleden, is er volgens Ol en Toksöz nog behoefte aan Rast. Toksöz: ‘Zeker wel. Waarom zit er nog geen intercultureel gezelschap in de basisinfrastructuur? Waarom zijn alle recensenten wit? Om maar wat te noemen, hè? Er is genoeg te doen.’

Ambitie valt ze nog altijd niet te ontzeggen. Ze willen van Rast een internationaal gezelschap maken. Ol regisseert momenteel bij het Stadstheater in Istanbul Gif van Lot Vekemans, en voor een gastproductie halen ze de Brits-Turkse regisseur Mehmet Ergen naar Nederland. Na twintig jaar een wereldpodium te zijn geweest, is Rast nu klaar voor de hele wereld.

Triple bill

20 jaar Rast wordt op 24 oktober gevierd met de jubileumvoorstelling 20 jaar Rast. Deze ‘triple bill’ bevat nieuw werk van Ada Ozdogan, Celil Toksöz en Șaban Ol. Ozdogan maakt Le Souterrain, een eenakter gebaseerd op Pulp Fiction van Quentin Tarantino. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden