Theater onder de vleeshaken

De omwonenden moeten opgelucht adem hebben gehaald toen het laatste varken in 1979 over de drempel van het abattoir werd geschopt....

Maar na de varkens, de krakers. Ze gingen wónen in het verlaten abattoir. Ze noemden het de Kulturfabrik. Ze organiseerden popconcerten, films, theatervoorstellingen, exposities, workshops en andere evenementen die ze zelf betitelden als cultuur. De gevestigde orde had daar totaal andere opvattingen over. En Luxemburg is één en al gevestigde orde.

'Toen we na jaren plannen maken en hard werken geld kregen van de Europese Unie om de gebouwen op te knappen en salarissen te betalen, móesten de nationale overheid en de gemeente financieel wel meedoen', zegt Michèle Hemmer, samen met Jang Kayser de drijvende kracht achter de Kulturfabrik en de huidige renovatie. Dat was vorig jaar.

De erkenning die de initiatiefnemers daarmee verwierven, was fenomenaal voor Luxemburgse begrippen. Nergens in het land is een zelfstandig centrum voor alternatieve podiumkunsten, popmuziek en beeldende kunst. Omdat het onverhoopt toch zo ver was gekomen, deed de gemeente Esch-sur-Alzette nog een poging om aan te haken. 'Ze wilden oefenruimte voor de fanfare en het majorettekorps', zegt Hemmer. 'Toen hebben wij op onze beurt ''nee'' gezegd.'

De gebouwen dragen onmiskenbare sporen van zowel slagers, krakers als bouwers. Paarse grafitti naast voederbakken voor het slachtvee, een krakersroze gevel naast een schoongebikte en gerenoveerde buitenmuur. In januari werd begonnen met de renovatie en verbouwing van het complex.

Het oudste deel van het Aalt Escher Schluechthaus, zoals het complex heet in onuitspreekbaar Luxemburgs, dateert van 1886. Tot 1939 kwamen er gebouwen bij. Zo ontstonden twee straatjes tussen drie langwerpige slachterijen. Een dwarsgebouw achterin het complex verbindt ze min of meer met elkaar.

Aan het zware materieel, de stapels bouwmaterialen, de open funderingen met nieuwe kabels en buizen is zelfs op zaterdag te zien dat er ontzaglijk hard wordt gewerkt. Volgend jaar moet alles eruitzien als nieuw, de alternatieve cultuur ligt stil tot die tijd.

Vanuit een geïmproviseerd kantoor zien we het door weer en mos aangetaste dak van het middelste van drie gebouwen. Een paar andere daken zijn al compleet vervangen - de verbouwing begon in januari. Een strak herfstzonnetje laat de leien blikkeren. 'Een paar bekende Luxemburgse kunstenaars en een acteur zijn hier ooit hun carrière begonnen', vertelt Hemmer. De cultuurfabriek wil een voortrekkersrol blijven vervullen, hoewel het niet de bedoeling is dat iedereen die (financieel) succes heeft naar elders vertrekt: na de opening moet betaald worden voor de faciliteiten.

Een rondleiding door de gebouwen is vooralsnog een rondgang door vierduizend vierkante meter mogelijkheden. We lopen door grote kale ruimtes, over betonnen trappen, langs granito muren en over stoffige zolders met gapende gaten in het dak. Repeteerden er vorig jaar nog hoog-volume-popgroepen, in de nieuwe opzet zijn de zolders voorbestemd om ruime lichte ateliers te herbergen. Voor de popgroepen is elders in het complex ruimte.

De kolossale schoorsteen waarin de hammen werden gerookt, mag blijven. Zo veel mogelijk intact laten van het vroegere slachthuis, is het motto van de verbouwing, zodat het karakter van het gebouw behouden blijft. Dat lijkt een logische gedachte voor de hoge, metalen boogramen met hun omlijsting van natuursteen, de details in de daklijsten en de symmetrie van voorgevels en poorten waardoor de beesten naar binnen werden gejaagd. Maar een schildersdoek onder een rail met grimmige vleeshaken? Dat moet wel Francis Bacon-imitaties opleveren.

In de toekomstige cinema-foyer wordt al zichtbaar dat het niets vreemds heeft om uit te gaan in een voormalig slachthuis. De ovens voor de kadaverresten zijn door de generatie kunstenaar-krakers in heldere kleuren geschilderd. Bovenop is een barretje getimmerd. Niets lugubers aan. Sinds 1984 worden niet-commerciële films gedraaid in de voormalige wasserij voor ingewanden. De cultuurgasten van straks zullen nauwelijks in de gaten hebben dat ze in de toiletruimte hun handen wassen in het bekken waar paarden hun laatste dorst lesten.

De specifieke infrastructuur van het gebouw biedt voordelen, legt Hemmer uit in een van de koelhallen. De elektrische rails kunnen gebruikt worden om toneelattributen te verslepen. De hoge koelhal ernaast bleek een uitstekende akoestiek te hebben toen het plafond van de eerste verdieping eruit was gesloopt.

In de krakerstijd heeft de Kulturfabrik al bewezen dat er voldoende publiek is voor de concerten, voorstellingen, cursussen en workshops. Ze komen niet alleen uit Esch zelf en de stad Luxemburg zo'n twintig kilometer verderop, maar ook uit België, Duitsland en Frankrijk. Het abattoir moet ook een trekpleister worden voor jonge toeristen die het groothertogdom aandoen.

Aan de voorkant van het poortgebouw, in een lichte ruimte met mooie metaalconstructies komt een bistro met een bar. 'Om de drempel wat te verlagen en mensen kennis te laten maken met de activiteiten hier', zegt Hemmer. Het is niet moeilijk tafels en stoelen te projecteren in de aangenaam lichte hal tussen de metalen pilaren en boogramen. Maar of de gemeenteraad en het majorettekorps er ooit zullen neerstrijken, is de vraag.

Dit is het vijfde deel in een serie over industriële gebouwen in Europa die tegenwoordig een culturele bestemming hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden