Theater met cinematografische accenten

Het ziet er mooi uit zo, gelegen aan de voet van majestueuze bergen. Met sneeuw in de winter en bloesem in de lente kan het pittoreske plaatjes opleveren, een idylle suggereren....

Wat geldt voor buiten, gaat ook op voor binnen: oerknusse kneuterigheid van kleine huiskamertjes met popperige inrichting, warme kleuren, mensen die kruisbessentaart bakken en iedereen die zo zijn taakje heeft binnen deze onbedorven gemeenschap. Maar intussen.

Qua vormgeving is de theaterversie van Dogville die Pieter Kramer ensceneert bij het Ro Theater zo’n beetje het tegenovergestelde van de spraakmakende film uit 2003. De Deense cineast Lars von Trier hield het zo kaal mogelijk: je zag een plattegrond van een dorp, witte lijnen op de grond die de contouren van huizen aangaven; acteurs klopten op onzichtbare deuren, die vervolgens krakend ‘opengingen’. Met dat decor deed de film veel stof opwaaien; én met het feit dat de laakbare gebeurtenissen in het geniepige dorpje wel werden opgevat als spiegel van de Amerikaanse maatschappij in haar geheel.

Maakte Von Trier een film als een abstract theaterstuk, Kramers Dogville nu, is theater met cinematografische accenten. Zo heeft ontwerper Paul Gallis fraaie miniatuurtjes gemaakt van de huiskamers, geïnspireerd door schilder/illustrator Norman Rockwell die in de eerste helft van de vorige eeuw de Amerikaanse oergemeenschapszin verbeeldde. Wat techniek en timing betreft zit de voorstelling ingenieus in elkaar: decorstukken scheren scène na scène vliegensvlug over de speelvloer of dalen erop neer, de belichting klopt, acteurs zijn er op de juiste plaats, en: volgende ‘take’.

Tegelijkertijd wordt dit nooit film, dat is ook helemaal de bedoeling niet. De Brechtiaanse vervreemding die Von Trier nastreefde met zijn superkale decor, treedt hier op met die o-zo-vrolijke settinkjes (not), tegen het halfduister. En de ironische voice-over heeft hier een gezicht, een lichaam, en wel dat van Ton Kas, die een geweldige vertellersrol neerzet. Kramer is het gelukt: zijn Dogville is met respect voor Von Trier een heel eigen ding geworden.

De Rotterdamse makers voelden zich in eerste aanleg vooral aangetrokken tot de sterke tekst, waarin bijna ieder woord een omineuze lading heeft. Het verhaal, verdeeld in negen hoofdstukken, heeft trekken van een bijbelse vertelling, maar kantelt steeds. Dogville, zo is het uitgangspunt, is een verre, onschuldige kleine gemeenschap.

Op een dag komt hier de mooie, mysterieuze Grace aan, die dringend onderdak zoekt; ze wordt achtervolgd door maffia-achtige types. Dorpsfilosoof Tom weet de gemeenschap te overtuigen haar toe te laten. Dat gaat niet van harte. Maar Grace werkt zich uit de naad voor iedereen, en verovert zich zo een plaatsje (Hoofdstuk vier: Gelukkige tijden in Dogville). Waarna ze langzaam maar zeker de gevangene wordt van het dorp (dat in de VS zou kunnen liggen maar evengoed op, zeg, de Hondsrug).

Niets is wat het lijkt en dat voel je direct, aangezet door de onheilspellende soundscapes. De dorpelingen – een grote ploeg acteurs met leuke rollen van onder anderen Beppe Costa, Sylvia Poorta, Linda Olthof en Rudolf Lucieer – spelen heel vuile spelletjes. Maar hoe zuiver zijn de drijfveren van Tom (Frank Lammers) op den duur? En Grace, last but not least, is ook niet zo maar een slachtofferig poppetje; Jacqueline Blom speelt haar mooi, stevig maar met een zekere geheimzinnigheid. Zoekt zij werkelijk kracht in nederigheid, kracht tot wezenlijke vergevingsgezindheid? In dat godvergeten Dogville? Het blijft spannend, tot het verbluffende en (oeps) bevrijdende einde aan toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden