Theater als dorpsplein, als ontmoetingsplaats

Toneelbezoek moet meer worden dan een avondje uit. Voorstellingen van gesubsidieerde theatergezelschappen moeten urgente, sociaal-maatschappelijke gebeurtenissen zijn en thema's aansnijden die toeschouwers bezig houden, ook in de regio. Liefst onderwerpen die niet alleen blanke hoogopgeleiden interesseren - nu het gros van het toneelpubliek - maar ook potentiële toeschouwers met andere culturele achtergrond, jong en oud.

llen ten Damme tijdens de slotviering van 200 jaar Koninkrijk. De twee jaar durende viering werd afgesloten in Theater Carre en op de Amstel. Beeld anp

Dat zegt een vierhoofdige commissie onder leiding van oud-minister en oud-burgemeester Guusje Ter Horst, die de afgelopen herfstmaanden de moeizame relatie onderzocht tussen theaters, gezelschappen en publiek. Wegens de tijdsdruk analyseerden de vier commissieleden - naast Ter Horst Sadik Harchaoui (directeur Stichting Society Impact), Ryclef Rienstra (directeur VandenEnde Foundation) en oud-wethouder Rinda den Besten - alleen het gesubsidieerd toneel.

De theatersector had bij monde van de Nederlandse Associatie Podiumkunsten (NAPK) en de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD) gevraagd om een advies over het imagoprobleem van toneel: dat zou te hoogdrempelig, te ingewikkeld, te duur en 'niet voor mij' zijn; 51 procent van de Nederlanders zegt wel in toneel geïnteresseerd te zijn, maar bezoekt desondanks geen theater - dat doet slechts 17 procent, waarvan ook nog 1 op de 5 in Amsterdam.

Diverser publiek

Vrijdagmiddag bood Ter Horst het rapport aan Minister Bussemaker (OCW) aan, die de conclusie onderschreef dat gemeenten verder moeten kijken dan gebouwen. Met het bekende motto 'Investeer in mensen, niet in stenen' riep de minister gemeenten op een rem te zetten op kostbare culturele nieuwbouw. Bussemaker zei niet hoe ze de aanbevelingen van de Commissie Ter Horst denkt te financieren.

Toneel weet een stabiel maar geen groter en diverser publiek aan te boren; het past te weinig bij de 'beweeglijke belevingswereld van nu'. Behalve als het tijdens laagdrempelige festivals wordt gepresenteerd. Het 'collectief stilzitten in een donkere zaal' legt het vaak af tegen concurrerende vrijetijdsbestedingen.

Potentieel nieuw publiek is er wel, meent de commissie, mits mensen het gevoel krijgen dat toneelstukken óók over hen gaan. Gezelschappen moeten daarom dat maken waar het publiek op zit te wachten en met theaters onderzoeken welke problematiek mensen in bepaalde regio's bezighoudt. Of potentieel publiek weet waarop het zit te wachten? En toeschouwers dan een portie 'maatschappelijk relevant toneel' noemen in plaats van een vrolijk avondje uit? Daar moet gezamenlijk onderzoek naar worden gedaan.

Gesloten bastions

Volgens Ter Horst krijgen gezelschappen juist subsidie om maatschappelijk relevante thema's te behandelen. Ook theaters mogen worden afgerekend op maatschappelijke impact. 'Theaters, zeker de gesloten bastions, moeten ontmoetingsplaatsen worden, dorpspleinen.' Ook bekende acteurs moeten hun gezicht overal inzetten ter promotie van toneel. Theaters moeten zich profileren naar het regiokarakter.

Gezelschappen en makers moeten meer over het land worden verspreid. Ze zouden niet meer verplicht moeten worden zo veel mogelijk theaters te bereizen, maar langere tijd op één locatie moeten kunnen spelen, ook om successen uit te buiten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden