The secrets of Dvorák's Cello Concerto

Soepige begeleiding

Dvorák is familieleed evenmin bespaard gebleven: in 1895 stierf zijn schoonzusje Josefina Kounicova, op wie hij verliefd was geweest voor hij met haar zus trouwde.
Die gebeurtenis klinkt naar verluidt door in het celloconcert, waaraan hij toen werkte. In het tweede en derde deel citeert Dvorák zijn lied Lasst mich allein, waarvan Josefina veel zou hebben gehouden, en de coda van het concert, een Mahleriaanse catharsis, zou toegevoegd zijn naar aanleiding van Josefina's dood.

Cellist Jan Vogler en het New York Philharmonic exploreren dit gegeven met de cd The secrets of Dvorák's Cello Concerto, waarop overigens weinig geheimen worden ontsluierd. Dat Dvorák ook nog een citaat uit Tsjaikovski's Eugen Onegin in het stuk zou hebben opgenomen word niet eens vermeld.
Behalve het lied en het concert bevat de plaat ook nog twee stukjes van Stephen Foster plus Dvoráks Zigeunerlieder. Wat de luisteraar aan moet met deze collectie muziek wordt niet recht duidelijk. De hele editie laat nogal te wensen over. Zangeres Angelika Kirchschlager zingt mooi, maar de pianobegeleiding in de twee versies van het lied klinkt verbazend soepig.

Van het celloconcert zelf zijn wel betere uitvoeringen verschenen. Voglers bevlogen pleidooi voor Dvorák wordt ontsierd door enkele minder zuivere noten, zowel van hemzelf als van de soloviool en de hoornisten. Daarbij laten het orkest en dirigent David Robertson zich meermalen als een sumoworstelaar met hun volle gewicht neerploffen op de solist.

Het boekje is armetierig: de tekst is slecht leesbaar en de liedteksten zijn gewoon weggelaten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden