The Second Machine Age

Boeken voorspellen baanbrekende digitale ontwikkelingen. Maar blijken die ook juist?

De digitale revolutie is gek genoeg dol op papier. Of andersom. Veel van de hypes waarmee de revolutie zich een plaats weet te veroveren in het publieke debat worden losgemaakt door boeken die baanbrekende ontwikkelingen voorspellen. Maar blijken die ook juist?

In 1995 sloeg Being Digital van Nicholas Negroponte in als een bom. Het boek werd een wereldwijde bestseller. Hij voorspelde, op het moment dat nog maar weinigen over een internetaansluiting beschikten en de dvd amper bestond, dat alles digitaal zou worden. Hij voorzag scherp zaken als het einde van de videotheek, de opkomst van het touchscreen. Maar voorspelde bijvoorbeeld ook dat de krant zou verdwijnen en worden vervangen door een gepersonaliseerde nieuwsdienst. Digitale 'butlers¿ zouden ons leven automatisch inrichten, telefoongesprekken beantwoorden en afspraken plannen.

Het kenmerk van dergelijke profetische boeken is dat ze gretig het einde van iets voorspellen. Erg ver ging daarin de digitale goeroe Kevin Kelly met zijn New Rules for the New Economy waarin hij in 1998 het einde van de bestaande economische wetten afkondigde. Het boek gaf een flinke boost aan de dotcom-hype. Zo voorspelde hij dat op basis van nieuwe economische regels veel gratis zou worden. Dat bleek in de praktijk een enorm kostbare aangelegenheid. Drie jaar later spatte de dotcom-bubble uit elkaar. Kelly had best gelijk over de invloed van internet op de economie, alleen niet zoveel gelijk als gedacht.

Natuurlijk, gratis alternatieven van Google zijn een bedreiging voor de dure kantoorsoftware van Microsoft waar het bedrijf een miljardenimperium op heeft gebouwd. Maar er wordt toch steeds vaker weer voor software betaald. In 2013 verkocht Apple voor 10 miljard aan apps, weliswaar nog maar een fractie van wat Microsoft omzet, maar wel een snel groeiende markt.

In 2002 kwam Howard Rheingold met zijn boek Smart Mobs - The Next Social Revolution. Het boek voorspelde de opkomst van sociale netwerken die mobiel worden gebruikt. Dat was knap, want Twitter en Facebook bestonden nog niet en de iPhone die de voorspelling zou doen uitkomen, verscheen pas vijf jaar later. Naar aanleiding van het boek was er even een hype in flashmobs, maar dat verschijnsel veranderde al snel in georganiseerde treurigheid. Ook Rheingold vergaloppeerde zich. Hij voorspelde bijvoorbeeld dat steden erdoor zouden veranderen. En dat er regeringen omver zouden worden geworpen. Nu is de rol van social media bij de Arabische Lente en andere volksopstanden inderdaad een novum, maar ze blijken niet de drijvende kracht, noch de beslissende factor. Bij een revolutie komt toch wat meer kijken dan alleen een nieuwe technologie.

Technologische ontwikkelingen gaan snel en wie ze niet kan bijhouden, wordt hopeloos vermorzeld. Tegelijkertijd brengen diezelfde ontwikkelingen een ongekende hoeveelheid geluk en voorspoed.

Dat zijn over het algemeen de twee boodschappen van boeken die technologische revoluties prediken. Prediken is daarbij het juiste woord, want net als bij godsdienst zijn er slecht twee opties: wie niet meedoet gaat naar de hel, wie zich bekeert wacht het paradijs.

De nieuwste bijbel voor de tech-kerk is The Second Machine Age: Work, Progress and Prosperity in a Time of Brilliant Technologies. Lees de titel hardop en je roept bijna vanzelf hallelujah! Het is nu het best verkopende boek over technologie in de New York Times-bestsellerlijst. Althans onder - alweer - de papieren hardcovers.

De auteurs Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee, twee knappe koppen werkzaam aan het befaamde Massachusetts Institute of Technology MIT, willen afrekenen met de sombermans verhalen over het einde van de groei. Volgens hen bevinden we ons juist aan het begin van een nieuw tijdperk waarin alle regels gaan veranderen: het tweede machinetijdperk. Het eerste machinetijdperk begon met de uitvinding van de stoommachine die de mens

in staat stelde een ongelooflijke hoeveelheid werk te verzetten. En wat de stoommachine doet met spierkracht, doet de computer met denkkracht.

Ze baseren zich daarbij op de Wet van Moore, een uit 1965 stammende stelling die beweert dat de snelheid van computers iedere twee jaar verdubbelt. Dat heeft de afgelopen decennia inderdaad geleid tot een exponentiële toename aan rekenkracht. Om de impact daarvan duidelijk te maken, halen de schrijvers de oude legende rond de uitvinding van het schaakspel aan. De keizer wilde de uitvinder bedanken. De bedenker van het schaken mocht een wens doen en kwam met een korreltje rijst op het eerste vlak van het bord, twee op het tweede, vier op het derde, acht op het vierde en zo steeds verder tot aan het 64ste vlak. De keizer stemde lachend toe met de volgens hem veel te bescheiden wens om vervolgens te ontdekken dat er bij het 32ste vlak al geen rijstkorrel meer in het land te vinden was. Zo werkt exponentiële groei.

Volgens de schrijvers staan we met onze technologie nu op het 32ste vlak en gaan we een nieuwe tijd in waarin de invloed van machines enorm zal toenemen. Ze gaan voorbij aan het feit dat het oude sprookje juist eindigt bij het 32ste vak. Zoals ook nu juist de Wet van Moore in 2013 na bijna vijftig jaar tot een einde lijkt gekomen. Computerkracht doet er naar verwachting nog drie jaar over om zich te verdubbelen, misschien straks wel zes of twaalf jaar.

Het boek leunt te veel op logisch klinkende beweringen die aantoonbaar achterhaald zijn. Zo stellen de makers dat robots die volgens hen de mens van de werkvloer zullen verdringen het voordeel hebben dat ze de hele dag kunnen doorwerken zonder slaap- of eetpauzes. Een soortgelijke redenering gold voor de populaire game-heldin Lara Croft: digitale acteurs zouden mensen verslaan, want nooit verouderen. Toen de game een paar jaar later als film in de bioscoop verscheen, werd de rol van Croft gespeeld door Angelina Jolie. Die bleek toch aantrekkelijker.

Het wil niet zeggen dat robots niet belangrijk worden. De kans is inderdaad groot dat we over een aantal jaren massaal in automatisch bestuurde auto¿s rijden. Volgens de auteurs leidt die ontwikkeling tot een ineenstorting van de arbeidsmarkt. Dat laatste is een grove overschatting van technologie en vooral een enorme onderschatting van het menselijk vernuft. Het is een beproefd recept waarmee alle hype-boeken worden geschreven.

Francisco van Jole is hoofdredacteur van Joop.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.