The Music of the Ottoman-American diaspora, 1916-1929.

Echt hartverscheurend wordt het als rebetikazangeres Marika Papagika haar mond opent

Ton Maas

Naar verluidt betaalde verzamelaar Ian Nagoski niet meer dan 5 dollar voor de stapel 78-toerenplaten, die het bronmateriaal werd voor dit bijzondere overzicht van de muziek, die begin twintigste eeuw door Ottomaanse immigranten in New York werd gemaakt. Wat meteen opvalt, is het kosmopolitische karakter van het Ottomaanse rijk. Grieken, Assyriërs, Armeniërs, Egyptenaren en Joden speelden naast Turken een belangrijke rol in het culturele leven van Istanbul, en in de Amerikaanse diaspora was het niet anders.

Net als de blues is de muziek op deze drie cd's zwanger van zielepijn en heimwee, al wordt soms ook een ode gebracht aan het nieuwe vaderland, zoals het door Achileas Paulos gezongen Nedem geldem Amerikaya (waarom ik naar Amerika kwam). Echt hartverscheurend wordt het als rebetikazangeres Marika Papagika haar mond opent. Ondanks het gespetter en de dunne klank van de (overigens voorbeeldig gerestaureerde) schellakschijven weet ze bijna een eeuw later haar gehoor nog steeds in vervoering te brengen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden