TV-recensiejulien althuisius

The Last Dance is misschien wel de beste sportdocumentaire ooit

Ik dacht dat ik het mooiste had gezien. De laatste wedstrijd uit de halve finale van de play-offs in 1989, tegen de Cleveland Cavaliers. Stand: Chicago Bulls 99 - Cleveland 100. Er zijn nog drie seconden te spelen. Scheidsrechter fluit. Michael Jordan beweegt. Hij wil de bal, maar staat gedekt. Heen en weer, van voor naar achter. Jordan probeert zich te ontworstelen aan zijn tegenstanders die als wespen om hem heen zwermen. Dan, als hij nog geen seconde los is, ontvangt hij de bal en draait hij zich in één beweging om, zijn tegenstanders staan als versteend. Hij dribbelt, één, twee keer en springt dan in de lucht. Hij stijgt op, laat de bal... nee, hij wacht nog even, tot zijn tegenstander, die hem in een wanhoopspoging probeert te blokken, voorbij is gevlogen. Dan laat hij los. De bal raakt de ring niet eens, maar valt, swisj, door het net. Chicago Bulls 101 - Cleveland 100.

Het is dat moment, in de derde aflevering van de Netflixserie The Last Dance, dat onderschrijft, bewijst, in marmer beitelt wat je eigenlijk al weet, ook als je geen verstand van basketbal hebt: Michael Jordan, allemachtig. The Last Dance, een coproductie van de Amerikaanse sportzender ESPN en Netflix, staat sinds eind april online en elke week komen er twee nieuwe afleveringen bij. Op papier is het een documentaireserie over de Chicago Bulls in het basketbalseizoen van 1997-1998, maar in de praktijk is het een monument voor Michael Jordan, de beste basketballer ooit.

Heen en weer gaat het, in de vertelde tijd. Archiefmateriaal van een piepjonge Jordan in een universiteitsteam. Korzelige beelden, maar het talent kristalhelder. Dan naar 1998, Jordan met oorring, snorretje, de legende die hij dan al is, in een gigantisch, rechthoekig maatpak. Dan naar nu, 2020. Jordan, 57, met sigaar en een glas whiskey, een blauw T-shirt over het machtige, iets uitgezette lijf. Hij praat, wij luisteren en zien daarna nog meer beelden. Dennis Rodman met een kater op een training. De grijns van Scottie Pippen en het mahoniehout van zijn stem. Maar eigenlijk is er alleen maar Michael Jordan. Zo atletisch, zo creatief, zo sterk, zo vlug. Zelfs in slow-motion ongrijpbaar. Jordan overstijgt sport, hij is geschiedenis. The Last Dance, misschien wel de beste sportdocumentaire ooit, is zijn schitterende erfenis.

Ik dacht dat ik het mooiste had gezien. En toen verscheen maandag aflevering zeven. In die aflevering gaat het over de moord op Jordans vader, waarna hij stopte met basketbal en begon met honkbal. Maar het gaat ook over Jordans onverwoestbare drang altijd de beste te willen zijn en daar iedereen om hem heen in mee te nemen, tegen wil en dank. Twee minuten voor het einde van de aflevering vraagt de interviewer of zijn bezetenheid niet ten koste is gegaan van zijn imago van aardige kerel. ‘Winnen heeft een prijs’, begint Jordan zijn antwoord. Meer ga ik niet prijsgeven. Kijk zelf, alstublieft. Al zijn het de enige twee minuten van The Last Dance die u ziet.

Michael Jordan met de Larry O'Brien Championship Trophy, kampioen van NBA.Beeld Netflix
julien tv-recensieBeeld julien tv-recensie
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden