PROFIEL

The Joker: macaber, maniëristisch en theatraal

Op de internethitlijsten met schurken staat één slechterik steevast bovenaan: The Joker. Wat is toch de aantrekkingskracht van Batmans aartsrivaal?

Heath Ledger als The Joker in The Dark Knight. Beeld Warner Bros Pictures DC Comics

Van wat voor kunst houdt The Joker? In Tim Burtons Batman (1989) krijgen we het te zien. Halverwege de film nemen de clown, flink over de top gespeeld door de zelf al clowneske Jack Nicholson, en zijn trawanten een kunstmuseum onder handen. Beelden worden van hun sokkels geduwd, een schilderij van Rembrandt met neonroze verf besmeurd. Slechts één kunstwerk kan rekenen op genade: een schilderij van Francis Bacon. Het is een donker doek waarop een paus (of kardinaal) poseert onder twee karkassen. Macaber, maniëristisch en theatraal - dat vat de kunstsmaak van The Joker aardig samen. Zijn persoonlijkheid trouwens ook.

Voor wie nooit eerder van The Joker hoorde: hij is de aartsvijand van Batman. Hij woont in Gotham City. Men herkent hem aan zijn groene haar en paarse pakken. Zijn gezicht vertoont een hysterische grijns die bij nadere beschouwing uit twee littekens boven zijn mondhoeken blijkt te bestaan - ongelukje met een verdwaalde kogel en een zuurbad. Een terrorist met grapdwang die, we citeren wiki, 'bedreven is in chemie en beschikt over vele gadgets' (kunstbloemen waaruit bijtende vloeistof spuit; speelkaarten met scheermesjes in de rand) en die niets liever doet dan het dwarsbomen van de man in het vleermuiskostuum. U begrijpt: het bepalende lidwoord is belangrijk bij The Joker. Niet een joker. De.

Tenminste, als men afgaat op de hitlijstjes met schurken waarvan het internet vergeven is. Batmans geschminkte tegenstrever laat Star Wars Darth Vader (de nummer twee) achter zich, evenals Supermans Lex Luthor en Harry Potters Voldemort. Er lijkt in deze contreien, dat is: de contreien van dweepzieke fanboys en -girls, geen populairder figuur te zijn dan de man die naar verluidt tekende voor enkele honderden doden, ontelbare roofovervallen en een gifstortingkje hier en daar.

Regisseur David Ayer brengt de film het eerste halfuur kundig op smaak met treffende scènes en neonachtige kleuren. Opvallend genoeg slaagt Ayer er niet in zijn kleurrijke premisse een passend vervolg te geven.

Blijvertje

De clown is een blijvertje. Zijn band met Gotham City is sterk. Misschien zijn het de steegjes aldaar, zo geschikt voor het overvallen van onschuldige burgers (in Batman zie je hoe The Jokers alter ego, Jack Napier, in zo'n steegje de ouders van Batman vermoordt), die hem verknocht hebben gemaakt aan de permanent in crisis verkerende stad, misschien zijn het de wolkenkrabbers: een fijne stek voor snipers.

Hoe het ook zij, al in 1940 (in stripboek Batman #1) maakte The Joker zijn debuut, en nog altijd is hij een vast gezicht binnen de franchise. Van zijn scheppingsverhaal bestaan meerdere versies; tekenaars en schrijvers Bill Finger, Bob Kane, en Jerry Robinson lagen er tot hun dood over overhoop.

Wat vaststaat: The Joker is geïnspireerd op een personage uit een stomme film naar een roman van Victor Hugo: The Man Who Laughs.

Conrad Veidt in The Man Who Laughs (1928)

Gwynplaine heet deze door Conrad Veidt gespeelde figuur met een Glasgow smile: een mismaking gecreëerd door een mes in de mondhoeken te plaatsen en er vervolgens uit te halen. Aan Gwynplaines lach, een surplus aan tand en tandvlees (denk: een grijnzende haai), voegden de DC-tekenaars groen haar, een wit gezicht en rode lippen toe (dat kwam dus door dat chemische bad). Zulke uiterlijkheden, echter, vormen slechts de helft van het fenomeen dat The Joker is.

De andere helft heeft hij in de loop der jaren gecultiveerd: het is zijn harlekijn chic. The Joker is een enge stripclown, daarover kan geen misverstand bestaan, maar hij is een enge stripclown met swag. Je kunt je hem prima voorstellen als stand-in voor de spreekstalmeester uit Cabaret. Zijn tong doet qua scherpte niet onder voor zijn outfits. Zijn pakken, zijn hoeden, zijn make-up: ze verraden een zelfbewuste, dandy-eske persoonlijkheid die zich niet schaamt voor zijn feminiene kant (een anomalie in het nogal masculiene Gotham City). Wanneer hij een entree maakt, is het precies dat: een Entree. Hij is de schurk naar wie je moet kijken. En dat deden we dus ook. In strips, tekenfilms, computerspellen, alsook op talrijke merchandise: van maskers tot koptelefoons tot een Volkswagen VW-busje; én in films natuurlijk, vertolkt door Cesar Romero, Jack Nicholson, Heath Ledger, en nu, in het schurkenvehikel Suicide Squad, door Jared Leto.

Metamorfose

Wie zich een beetje verdiept in al die Jokers ziet een intrigerende metamorfose. Dan doel ik niet op de uiterlijke verandering die hij in films onderging, die óók ingrijpend is: van Nicholsons Joker als flamboyante vaudeville-artiest naar Ledgers Joker als neurotische, zweterige hyena. Nee, hier gaat het om de karakterologische verschuiving. Die gaat van slecht naar minder slecht naar héúl slecht. Was de jarenveertig-Joker een recht-door-zee-badass, in de jaren zestig werd hij, onder invloed van de strengere censuur van de Comics Code Authority, een kwajongen die het concept persoonlijk eigendom gewoon niet goed begreep. In zijn recentste hoedanigheid daarentegen, die aanving met Alan Moore en Brian Bollands meesterlijke graphic novel The killing Joke (1988), is The Joker allesbehalve kwajongens-achtig. Daarin is hij een anarchistische 'destructiekunstenaar (de term is van de artiest zelf): sadistisch, maar ongeïnteresseerd in macht of geldelijk gewin.

Dat laatste maakt hem bijzonder. De meeste boeven in het hyperkapitalistische Gotham (zoals The Pinguin of Mr. Freeze) lijken namelijk uitsluitend geïnteresseerd in geld en macht cq. werelddominantie ('Ik moet diamanten stelen om mijn ijspistool te voeden opdat ik de planeet kan bevriezen', dat werk). Zo niet The Joker. Luxe, titels, accolades - in zijn ogen zijn het slechts wrakstukken waarmee rationele mensen zich drijvende houden op een zee van alles omvattende chaos.

En de rationele mensen, daar wil hij natuurlijk niet bij horen.

De ultieme Jokervertolking

De Jokerinterpretaties van Nicholson (een manische variété-artiest) en Leto (kille loverboy met tattoos) zijn aardig, maar de meest memorabele vertolking tot op heden is van Heath Ledger uit 2008 (de acteur overleed voor de film uitkwam): een handgranaat die elk moment kan afgaan. Zijn aanwezigheid alleen al maakt zenuwachtig. De nerveuze oogopslag, het met de tong bevoelen van de littekens van zijn wangen, dragen bij aan de suggestie van onhoudbare innerlijke spanning.

Heath Ledger als de Joker in The Dark Knight, het was de laatste rol van Ledger voor hij stierf. Beeld REUTERS / Warner Bros.

Nu zijn er meer personages die zich verliezen in puberaal nihilisme, denk: het Matthew McConaughey-personage Rust Cohle in True Detective. Maar wat The Joker onderscheidt van andere doemdenkers is dat hij zijn overtuigingen bewezen wil zien. Hij maakt het tot zijn persoonlijke missie om aan te tonen dat anderen onder de juiste omstandigheden net zo illusieloos en gestoord zullen worden als hijzelf. 'Ik ben niet gek', zegt hij tijdens een gewelddadig politieverhoor tegen Batman in Christopher Nolans The Dark Knight. 'Ik loop slechts op de massa vooruit.' Niet enkel zijn aartsvijand, maar de hele stad dient ontmaskerd te worden.

Daarom verzint The Joker voortdurend acties die de paranoia voeden en het openbare leven ontregelen; macabere en theatrale acties, als het even kan. Dat lekken van het mailverkeer van het Democratic National Committee onlangs was bijvoorbeeld niks voor The Joker geweest. Te weinig spektakel, dramaturgisch povertjes, sáái. Liever gooit hij 2 miljoen dollar op straat opdat hij de toegestroomde burgers op een portie gifgas kan trakteren (Batman) of daagt hij Batman uit om hem tot moes te slaan (The Dark Knight), opdat wordt aangetoond dat die geen haar beter is dan hijzelf, even agressief en beestachtig, ja: een gelijkaardige freak.

Complementair

Dat lukt hem niet, uiteraard. Wanneer hij In The Killing Joke Batmans vriend, commissaris Gordon, tergt door hem gevangen te nemen en foto's van zijn naakte dochter te laten zien, is de commissaris gebroken, niet gek. Stelt hij in The Dark Knight de passagiers op twee boten, één met gevangenen, voor een keuze: elkaar opblazen of allebei de lucht ingaan, dan drukt niemand het ontstekingsmechanisme in - een reusachtig kerel in oranje overall gooit het apparaat in het water. Dat is slecht nieuws voor The Joker. Het altruïsme dat hem ontbeert is bij anderen kennelijk wél aanwezig. Hij blijkt uiteindelijk de enige gek in de kamer.

Gelukkig maar, wil je zeggen. Het vereist weinig fantasie om te zien dat Batman en The Joker complementair zijn. Ze kunnen niet zonder elkaar. En de films kunnen niet zonder The Joker. De man met de grijns brengt op het doek wat de ernstige, plichtsgetrouwe, eeuwig tandenknarsende Batman mist: kleur, frivoliteit, talent om te schitteren: a little song, a little dance. Batman doet het slecht op feestjes. The Joker ís het feestje. En maakt op een perverse manier de Batman-franchise tot een feestje. 'De film licht op als een flipperkast wanneer The Joker binnenkomt', schreef New Yorker-critica Pauline Kael over Batman; komt er een meer traditionele schurk binnen, zoals krachtpatser Bane in The Dark Knight Rises, dan boet het verhaal aan aantrekkingskracht in. Het is heugelijk dat The Joker zo van klieren houdt. Zonder hem zou Gotham pas echt deprimerend zijn.

Jared Leto in Suicide Squad (2016).
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden