The Idol vindt balans tussen Hollywood en Gazastrook

The Idol vindt een slimme balans tussen lyriek en realisme; tussen hapklare dromen en een oprecht drama. Goed getroffen zijn de twijfels en paniek die de ster-in-wording overvallen.

The Idol.

'We gaan het maken en we gaan de wereld veranderen!' Steeds opnieuw laat Nour haar broertje Mohammed de lijfspreuk nazeggen. De jongen heeft een prachtige stem, maar hij mist het zelfvertrouwen van zijn zus. Wie zit er te wachten op een zanger uit de Gazastrook?

Miljoenen mensen, zo zal later blijken. Nour mag dan drammerig zijn, ze heeft het talent van haar broer goed ingeschat. Dankzij haar optimisme timmert Mohammed aan de weg, om te beginnen als zanger op bruiloften. Geld voor muziekinstrumenten hebben de kinderen niet, maar samen met twee vrienden weten ze net genoeg bij elkaar te scharrelen.

The Idol is gebaseerd op het leven van Mohammed Assaf, die opgroeide in een van de overbevolkte vluchtelingenkampen in Gaza. Voor 2013 had niemand van hem gehoord, daarna rees zijn ster op spectaculaire wijze. Als winnaar van de pan-Arabische talentenshow Arab Idol gaf hij de Palestijnen een stem.

The Idol. Drama. Regie: Hany Abu-Assad. Met Tawfeek Barhom, Ahmed Al Rokh, Hiba Attalah. 100 min., in 31 zalen.

Dat hij aan het tv-programma deelnam, was al een prestatie op zich: Mohammed mocht Gaza niet verlaten en had geen ticket voor de auditierondes in Cairo. Tel daar een familiedrama bij op en het recept voor een feelgoodfilm ligt klaar. De underdog die aan het langste eind trekt is een beproefd thema; een blauwdruk voor The Idol vond de Palestijns-Nederlandse regisseur Hany Abu-Assad bijvoorbeeld in Slumdog Millionaire, het bekroonde drama over een jongen uit een Indiase sloppenwijk die een tv-quiz wint.

Maar hoewel Abu-Assad (die twee Oscarnominaties op zijn naam heeft: voor het terrorismedrama Paradise Now en de thriller Omar) een uitstekend oog heeft voor de ingrediënten van een publiekssucces, poetst hij Mohammeds zegetocht niet al te netjes op. De regisseur houdt knap het midden tussen een Hollywoodversie van het waargebeurde verhaal en een grimmiger kijk op het leven in de Gazastrook.

Zo kiest hij ervoor bijna de helft van de film te besteden aan Mohammeds jeugd, waarin het stoere zusje Nour een hoofdrol speelt. Dat werkt uitstekend: de scènes met de charismatische kindacteurs behoren tot de sterkste van The Idol. Abu-Assad slaagde erin een vergunning te krijgen om te filmen in de zwaargehavende Gazastrook, wat het drama nog aan kracht doet winnen.

Minder overtuigend is de opmars van Mohammed als televisiester. Zijn gang naar de finale van Arab Idol wordt afgeraffeld, alsof zijn zangkunst er niet toe doet. Wel goed getroffen zijn de twijfels en paniek die de ster-in-wording overvallen wanneer hij uitgroeit tot boegbeeld voor alle onderdrukte Palestijnen.

Abu-Assad bewijst opnieuw dat hij zijn beste werk maakt wanneer hij over onderwerpen praat die hem aan het hart gaan. The Idol vindt een slimme balans tussen lyriek en realisme; tussen hapklare dromen en een oprecht drama vol ingehouden woede en bewondering. Het is verdraaid lastig niet mee te juichen wanneer Mohammed Assaf met een melancholiek strijdlied zijn concurrentie de mond snoert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden