The high fidelity art of Jim Flora

De platenhoezen van Jim Flora uit de jaren veertig en vijftig knetteren van inventiviteit

Een onopvallende man met een saaie bril en een dito stropdas. Jim Flora (1914-1998) beschikte over een uiterlijk dat zijn binnenste goed verborgen hield. Alleen in zijn werk als graficus liet hij zien hoeveel explosiefs er in hem rondwoelde: zijn hyperactieve ontwerpen uit de beginjaren van de Amerikaanse jazz-lp knetteren van inventiviteit.

Naast andere pioniers van het lp-ontwerp - zoals David Stone Martin en Reid Miles - is de buitenissige Flora altijd wat in de marge gebleven. Zijn recente herontdekking is grotendeels te danken aan de Amerikaanse muziekarchivaris Irwin Chusid, die Flora's kunst in 2004 onder de aandacht bracht met het album The Mischievous Art of Jim Flora.

Dat overzicht van zijn hoezen voor de platenfirma's Columbia en RCA Victor uit de jaren veertig en vijftig is alleen nog voor stevige prijzen in het tweedehands-circuit te vinden. Omdat sindsdien nog meer ontwerpen van Flora zijn opgedoken, kon nu een tweede, uitgebreid toegelichte bloemlezing verschijnen.

The High Fidelity Art of Jim Flora, opnieuw samengesteld door Chusid, biedt niet alleen ruim zestig op groot formaat afgebeelde hoezen, maar ook illustraties voor advertenties, schetsen en probeersels, en een kort voor zijn dood afgenomen interview met Flora.

De aanbevelingen op het achterplat liegen er niet om: van Georgia Hubley (drumster in poptrio Yo La Tengo en dochter van Mr. Magoo-animator John Hubley) tot onze eigen stripkunstenaar Joost Swarte, die schrijft: 'Jim Flora is the missing link between graphic art and typography. No artist is better at juggling forms and the spaces between.'

Op Flora's hoezen is het constant feest: alles danst, springt en swingt, maar de ogenschijnlijke vrolijkheid is nooit zonder een macabere tic. Bekkentrekkende zombies met drie benen en vijf armen worden afgewisseld met surrealistische vergroeiingen van mens en instrument, zoals op de lp Inside van Sauter-Finegan uit 1953. De bandleiders Eddy Sauter en Bill Finegan ogen daarop als een Siamese horrortweeling, met saxofoons en trompetten in hun opengewerkte ingewanden.

Flora maakte ook relatief kalme hoezen voor klassieke muziek, waaronder een reeks met strijkkwartetten van Haydn. Maar op de lp Les Patineurs van Giacomo Meyerbeer door het Boston Pops Orchestra is het weer raak. De geschifte mutatie van schaatsenrijder, dwarsfluit en muzikant ging RCA Victor te ver: het ontwerp uit 1953 is nooit in de handel gebracht.

'Muziek bevrijdt me van mijn remmingen', zei Flora ooit in een interview. Toch maakte hij er een gewoonte van niet naar de platen te luisteren waarvoor hij een hoes ontwierp. Hij hield van jongs af aan van jazz, wist genoeg van muziek en durfde op zijn eigen associaties te vertrouwen. Zo moet in 1947 ook zijn hoes voor de Creole Jazz Band van trombonist Kid Ory zijn ontstaan - een loodgietersdroom van buizen, bochten en ventielen.

Vanaf de late jaren vijftig gaven de platenfirma's vaker de voorkeur aan foto's op hun hoezen. Flora schoolde zich om tot illustrator en schrijver van kinderboeken. Hij schreef en tekende er zeventien, Grandpa's Witched-Up Christmas was in 1982 zijn laatste. Voor zijn eigen plezier bleef hij tekenen en schilderen, vooral afbeeldingen van ouderwetse oceaanreuzen.

Die late werken ogen een stuk vrediger dan zijn jazz-lp's. Maar de oplettende kijker kan in zijn gedetailleerde scheepstaferelen piepkleine dekpassagiers in pornografische standjes ontdekken. Het moest er toch uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden