Komedie

The Grand Budapest Hotel

Alles ziet er even fraai en doordacht uit in deze rijk gevulde komedie. Regisseur Wes Anderson heeft zichzelf overtroffen

Wes Anderson maakt films als prachtig verpakte cadeaus. Hij gebruikt niet simpelweg een papiertje en een strik, maar neemt laag na laag van het prachtigste materiaal en leeft zich uit in de meest bewerkelijke versiersels. Met literaire constructies (verhalen-in-verhalen, hoofdstukindelingen, wisselende vertellers) en over elkaar buitelende visuele vondsten maakt hij van elke film iets feestelijks, geserveerd in het snelle tempo van iemand die niet kan wachten tot de verrassingen worden uitgepakt.

Dat gold al voor onder meer The Life Aquatic with Steve Zissou, The Fantastic Mr. Fox en Moonrise Kingdom, maar met The Grand Budapest Hotel heeft Anderson zichzelf weer overtroffen. Opnieuw creëerde hij een compleet eigen wereld, het Midden-Europese land Zubrowka ditmaal. Daar, hoog op een heuvel boven het kuuroord Nebelsbad, bevindt zich het hotel uit de titel.

De gevel is afgebladderd en de meeste kamers zijn leeg, maar ooit was het er een komen en gaan van de Europese elite. Het grootste deel van The Grand Budapest Hotel speelt zich af tijdens die vooroorlogse hoogtijdagen, wanneer het gebouw nog als een pompeuze roze suikertaart tegen de bergwand prijkt. Spil van het hotel is Monsieur Gustave (Ralph Fiennes, geweldig op dreef), de conciërge, die zich als een engel bekommert om het lot van zijn gasten - vooral de oudere, rijke vrouwen onder hen.

Gustave ontfermt zich ook over de jonge Zero (nieuwkomer Tony Revolori), die als piccolo in het hotel is komen werken. Zero is een snelle leerling. Wanneer Gustave een kostbaar schilderij erft van een onder verdachte omstandigheden overleden aristocrate en het aan de stok krijgt met haar gevaarlijke familieleden, helpt Zero hem zo goed als hij kan.

The Grand Budapest Hotel is een zo rijk gevulde komedie dat het publiek ogen en oren tekortkomt. Terwijl het verhaal voortdendert en de personages in hoog tempo indrukwekkend lange zinnen uitspreken, gebeurt in beeld van alles tegelijk. Op de voorgrond spelen zich Buster Keaton-achtige achtervolgingen en hitchcockiaanse treinreizen af, op de achtergrond is altijd wel iets bijzonders te zien. Een stoet aan bekende acteurs trekt voorbij, de muziek van Alexandre Desplat is prachtig, en dan zijn er nog de oogverblindende decors.

Andersons aandacht voor details is buitengewoon. De kleurrijke taartjes van meesterbanketbakker Mendl, de schilderijen aan de muur bij Madame Desgoffe und Taxis, de kabelbaan in Nebelsbad en natuurlijk het hotel zelf (in miniatuur gemaakt en gefilmd) - alles ziet er even fraai en doordacht uit. En het houdt niet op bij de film: wie meer wil weten over de geschiedenis van Zubrowka kan terecht op een informatieve website.

Uiterlijkheden mogen dan de show stelen, de inhoud van de film stelt niet teleur. Samen met Hugo Guinness (en geïnspireerd door het werk van Stefan Zweig) schreef Anderson een geestig en warmbloedig scenario. Er spreekt nostalgie uit, en de ondertoon is duister, want oorlog en chaos liggen in het oude Europa op de loer. Maar het draait vooral om hoffelijkheid, eruditie en trouw - waarden van alle tijden, prachtig belichaamd door Gustave en Zero.

'Zijn wereld bestond allang niet meer, maar hij hield de illusie met een verbluffende elegantie in stand', zegt Zero over zijn leermeester. Hetzelfde geldt voor Anderson. The Grand Budapest Hotel is een overtuigend eerbetoon aan verzonnen mensen in een verzonnen land in een verzonnen tijd. Een fenomenale, hartveroverende luchtspiegeling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden