The Gourds husselen horlepiep en Prince soepeltjes door elkaar

The Gourds zijn door vele wateren gewassen. Een lange Europese traditie klinkt in hun muziek door: zeemans- en dronkemansliederen uit Ierland, balladen van de Duitse vlakten, dansdeuntjes uit gehuchten waar de horlepiep nog in zwang is....

The Gourds. Tivoli, Utrecht. 4 februari. Tournee.

The Gourds beschikken bovendien over twee uitgesproken voorzangers. De stem van Kevin Russell - voor de kijkers in Tivoli de volslanke man uiterst rechts - doet denken aan die van Michael Stipe van REM, maar dan geworteld in het verleden: stoer, een tikje metalig en heel beheerst, desgewenst gebroken door een mooie snik of een uithaal.

De stem van Jimmy Smith, de zwaar bebaarde springer in het midden, is meer gebruikelijk in de popmuziek. Hij zingt beweeglijk en wat hesig, bij vlagen ook schreeuwerig. De kracht van The Gourds schuilt in de afwisseling van de stemmen van die twee mannen, die elkaar niet alleen aanvullen maar ook mooi bijkleuren.

De Texaanse band blinkt met zijn tegendraadse aanpak uit in een genre waarin overwegend achterom wordt gekeken. Voor Dem's good beeble, hun debuut-cd van vorig jaar, schreven de beide voormannen ieder acht songs, ook daarin doen ze niet voor elkaar onder. Zuigende balladen als Money Honey of Web before you walk into it zijn van de hand van Russell, Smith leverde moeilijk te plaatsen spinsels als Trampled by the sun of When wine was cheap.

Die trefzekere liedjes van zelden meer dan drie minuten kregen tijdens het concert gezelschap van ongeveer evenveel onbekende nummers. Met covers van country-veteraan Roy Acuff, dwarsligger Merle Haggard en Texmex-man Doug Sahm en een verwijzing naar Sexy Motherfucker van Prince lieten ze horen waar hun hart ligt.

Russell speelt doorgaans akoestische gitaar en mandoline (grote man met mandoline is een van de archetypische gestalten van de Amerikaanse muziek). De - elektrische - baslijnen van Smith zijn van een grotere souplesse dan je in dit genre zou verwachten. Het fundament waarop zij kunnen excelleren wordt verzorgd door accordeonist Claude Bernard, die goeddeels de melodielijnen voor zijn rekening neemt, terwijl slagwerker Charlie Llewellin met brushes een gedempt ritme legt.

Zou ik het met het pistool op de borst moeten zeggen, dan ging de voorkeur uit naar Russell. De wijde vlakten en bedachtzaamheid die hij oproept, bekoren me net wat meer dan de gedrevenheid van Smith. Dat je daarover als vanzelf gaat nadenken, zegt al heel wat.

Ariejan Korteweg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden