The Death of Stalin is Monty Pythonesk, maar blijft dicht bij historische werkelijkheid

Jeffrey Tambor als Georgi Malenkov, Steve Buscemi als Nikita Chroesjtsjov, Simon Russell Beale als Lavrenti Beria en Adrian McLoughlin als Stalin in The Death Of Stalin (2017). Foto RV

De Schotse regisseur en specialist in satire Armando Iannucci (The Thick of it, Veep) maakte een zwarte komedie over de dood van Stalin. En dat vonden ze in Rusland niet leuk.

‘Een Westers plan om Rusland te destabiliseren’, zo noemde een hoge adviseur van het Russische ministerie van Cultuur The Death of Stalin. Ook een gezelschap van Russische politici, historici, kunstenaars en overige prominente belangstellenden, onder wie de dochter van Stalins legendarische generaal Zjoekov, dat de Britse komedie alvast in voorvertoning mocht bekijken, kon niet lachen om de film over de dagen na de dood van de Sovjetleider in 1953. Zij stuurden een dag later een brandbrief aan het Russische ministerie van Cultuur: The Death of Stalin was ‘extremistisch’ en ‘beledigend’. En toen werd de film twee dagen voor de geplande release prompt officieel verboden en teruggetrokken uit de Russische theaters. Censuur was dat niet, volgens het ministerie van Cultuur. Wel werd er een ‘morele grens’ getrokken.

‘Ze beweren dat mijn film geen enkele artistieke waarde bezit’, zegt Armando Iannucci (54). ‘Dus moet hij verdwijnen.’ De Schotse filmmaker – donkere wenkbrauwen, zachte ogen  kijkt toch wat sip, als hij in februari het Rotterdamse filmfestival aandoet. Iedereen complimenteert hem nu: dat zo’n verbod toch de best denkbare reclame is, dat hij die Russische kritiek op de filmposter moet vermelden. Maar Iannucci had liever gezien dat de Russen gewoon de bioscoop in mochten, om zelf te oordelen over zijn zwarte komedie. ‘Vóór het verbod sprak ik de Russische pers, die de film eerder al zag. Ze waren enthousiast, dat idee kreeg ik. Niemand zei dat mijn film beledigend was. Dat ís mijn film ook niet, niet voor het Russische volk tenminste. Wel beledigend voor politici, niet voor het volk.’

Monty Pythonesk 

In The Death of Stalin is er geen arts beschikbaar voor de stervende Stalin, omdat die al zijn artsen in het gevang heeft gestopt. De film zit vol met Monty Pythonesk absurd-komische situaties, die evenwel zeer dicht bij de historische werkelijkheid blijven. De cast is Brits-Amerikaans, met onder anderen Steve Buscemi, Michael Palin (van Monty Python), Rupert Friend (Homeland) en Shakespeare-toneelreus Simon Russell Beale. 

In de openingsscène vraagt Stalin om een opname van een Russische concertuitvoering van werk van Mozart, die zo-even live te horen was op de radio. Klein probleem: het concert is niet opgenomen. Doodsangst bij de onderdanen, die vlug de concertzaaldeuren laten sluiten: niemand mag de zaal uit, het complete concert moet over. Maar dan valt de dirigent flauw. ‘Dat is gebaseerd op feiten’, zegt Iannucci. ‘Het gebeurde alleen niet kort voor Stalin overleed, maar een paar jaar eerder. In het echt kon de vervangende dirigent ook niet optreden, want die was dronken, dus werd er een derde opgesnord. Ik heb het bij twee gelaten in mijn film, ik was bang dat mensen het anders niet zouden geloven – ze geloven het hoe dan ook niet. Het is ook een vreemde film. Er zit dood in, en Stalin, en tóch is het een komedie. Maar wat het volk onder Stalin overkomt, daar is niets komisch aan. Dat zit ook in de film, maar niet met een lichte toets. Binnen in het Kremlin is The Death of Stalin een farce, daarbuiten niet.’

Er werd gefilmd in Rusland, voor het buitenaanzicht van de gebouwen en wat straten. Maar verder werd alles nagebouwd in de Britse studio. ‘We zijn naar Stalins datsja gegaan, naar het Kremlin. Het moet wel kloppen natuurlijk. Ik hoop dat mensen bij het zien van The Death of Stalin iets ervaren van het soort angst dat in die tijd gewoon moet zijn geweest. Stel je voor dat je al twintig jaar lang niet weet of je de volgende nacht zult overleven, dan kun je niet elk moment doodsbang zijn. Je onderdrukt het, gaat door met de dagelijkse bezigheden, maar onderhuids is die angst er continu. Een komedie kan dat goed overbrengen, want daarin gaat alles om verwachting: je bouwt op, je bouwt op… en dan is er de grap.’

Iannucci’s Napolitaanse vader schreef krantenartikelen tegen Mussolini, dook onder en vocht bij de partizanen tegen het fascistische regime. Na de oorlog belandde hij in Schotland, waar hij ging werken in een pizzafabriek. Zijn naar hemzelf – Armando – vernoemde zoon kon goed leren, stoomde via de Schotse universiteit door naar Oxford, schreef zijn scriptie over het werk van dichter en polemist John Milton, en ging daarna aan de slag bij de BBC. Alan Partridge, het door Iannucci samen met de Britse komiek en Partridge-vertolker Steve Coogan voor de radio bedachte typetje, een onuitstaanbaar ijdele en onbekwame tv-persoonlijkheid, werd vermaard binnen en buiten Groot-Brittannië, draafde op in televisieseries, speelfilms en boeken. Iannucci was ook vier seizoenen lang showrunner van de succesvolle en satirische HBO-serie Veep, over de Amerikaanse politiek. 

Dictator

‘Toen ik klaar was met Veep, wilde ik een film over een fictieve hedendaagse dictator maken. Het leek me er de tijd voor, nu er op veel plekken onvoorspelbare politieke kandidaten opstaan, die soms behoorlijk autoritair zijn. Democratie is niet iets permanents. Je dénkt dat alleen zodra je eenmaal democratie hebt, maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Ik las de biografieën van Mao, Stalin en Hitler, ter inspiratie. Toen stuurde iemand me de Franse graphic novel La mort de Staline van Thierry Robin en Fabien Nury: of ik geïnteresseerd was in een verfilming? O ja, dacht ik. Waarom zou ik iets bedenken als ik ook kan filmen wat gewoon waar is? Het is bovendien iets universeels, zo’n opvolgingskwestie zoals die na Stalins dood. Het is Game of Thrones, The Godfather, The Sopranos, Shakespeare. Wie grijpt de macht? En wie gaat er vervolgens aan? Zoals in het oude Rome: het eerste wat de nieuwe keizer doet, is al zijn broers ombrengen.’

In The Death of Stalin spreken Stalin en zijn kliek – hoofd geheime dienst Beria, partijsecretaris Chroesjtsjov, vicepremier Molotov  met uiteenlopende Britse accenten. ‘De Sovjet-Unie bestond uit allerlei regio’s en nationaliteiten; Stalin en Beria waren Georgiërs, die klonken anders. Wat ik per se niet wilde, was zo’n film waarin iedereen Engels spreekt met een overdreven Russisch accent.’

Iannucci, die eerder een boek schreef over klassieke muziek, was al tamelijk bekend met Stalin. ‘Ik houd van de muziek van Sjostakovitsj, die onder Stalin componeerde en op een zeker moment uit de gratie viel, toen Stalin een van zijn opera’s bekritiseerde. Dit is mijn dood, dacht hij. Zijn werk droogde op, hij mocht niet meer optreden. Julian Barnes beschrijft in zijn geweldige biografische roman The Noise of Time (vertaald als Het tumult van de tijd) hoe Sjostakovitsj elke nacht helemaal aangekleed in bed ligt, met gevulde reistas bij de deur, wachtend op de klop op de deur van de geheime politie, en na twee jaar denkt: o wacht, ze komen me toch niet halen. Fascinerend toch, dat je muziek kunt componeren die op een of andere manier anti-sovjet is? Verder zijn de satirische romans van George Orwell, Animal Farm en 1984, natuurlijk ook geïnspireerd door het stalinisme, door wat er in de jaren dertig en veertig gebeurde in de Sovjet-Unie. Maar in westerse films is Stalin relatief met rust gelaten. Als die films de Sovjet-Unie belichten, gaat het meestal over de Koude Oorlog, over spionnen.’

Of politieke komedies ook enig politiek effect sorteren, betwijfelt Iannucci. ‘Tja. Engeland kende in de jaren tachtig ijzersterke politieke komedies, maar Margaret Thatcher won drie verkiezingen. Misschien functioneren ze als uitlaatklep. Je kijkt ernaar en blaast wat stoom af, zodat je niet de straat op hoeft om te rellen. Dat is altijd een gevaar – dat mensen veilig in hun huis blijven zitten, vanwege jouw politieke komedie.’

Regisseur Iannucci heeft een goed oog voor de idiotie van de macht. The Death of Stalin is een even intelligente als hilarische komedie. Lees hier de recensie ****

Zijn eigen satiricus

Satire maken over president Trump is bijna onmogelijk, meent Armando Iannucci. ‘Trump is zijn eigen satiricus, hij overdrijft alles wat hij doet. Hij is een entertainer en een verkoper van zichzelf, en hij is er goed in ook. Een fictieve versie van Trump kan nooit interessanter of beter zijn dan de echte. Ik las dat boek van Michael Wolff, Fire and Fury. Het meest bizarre stuk is de dag na zijn inauguratie, als Trump speecht bij de CIA. Wolffs transcriptie van die onsamenhangende speech gaat zo’n vijf pagina’s door, zonder commentaar, en je denkt steeds: o, mijn God. Die speech is een kunstwerk. Absurdistisch drama.’

Alec Baldwin als DonaldTrump in Saturday Night Live. Foto RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.