Drama

The African Queen

Hepburn, Bogart en donker Afrika zetten de toon voor Indiana Jones

Als een keurige dame met een ruige vrijgezel verstrikt raakt in de jungle, dan weet je het wel. Dat wordt zoenen. En inderdaad, nog voordat de stijve zendelinge Rose (Katherine Hepburn) de voornaam weet van de kapitein van The African Queen (Humphrey Bogart) wisselen ze hun eerste kus uit.


Het gekke is: de klassieker The African Queen uit 1951 heeft niet alleen grote invloed gehad op al die gelijksoortige relaties die zich in latere avonturenfilms vormden (Indiana Jones, Romancing The Stone, Six Days Seven Nights, Australia) hij lijkt er ook de draak mee te steken. De relatie tussen Rose en Charlie (‘wat een mooie naam!’) is ongeveer even geloofwaardig als de plot waarin het duo een Duits oorlogsschip tot zinken wil brengen met zelfgebouwde torpedo’s.



Het verhaal van deze aardige, maar wel wat gedateerde komedie is dan ook niet de voornaamste attractie. Dat zijn Hepburn – die haar ongemakkelijke lachje baseerde op de eeuwige glimlach van Eleanor Roosevelt –, een ongeschoren Bogart, en donker Afrika, knap in technicolor gevangen door cameraman Jack Cardiff.



Dat het American Film Institute de film, waarvan de gloednieuwe gerestaureerde versie vanaf deze week in de bioscopen draait, desalniettemin in diens gezaghebbende tophonderd van de beste films uit de geschiedenis plaatste, moet toch vooral te danken zijn aan een serie unicums: het leverde Bogart zijn enige Oscar op. Het is de eerste kleurenfilm, de eerste komedie en enige romance op het cv van John Huston. Bovendien was filmen in Afrika in die tijd ongehoord.



Dat laatste was ook te danken aan Hustons diepe wens olifanten te schieten.



Althans: dat is een van de vele mythes die de film ook legendarisch maken. Scenarist Peter Viertel schreef het op in zijn roman White Hunter, Black Heart, die Clint Eastwood verfilmde in 1990 (ook te zien in EYE).



Ook de rest van de cast en crew waren niet vies van een goed verhaal. In haar autobiografische The Making of the African Queen: Or How I Went to Africa With Bogart, Bacall and Huston and Almost Lost My Mind beschrijft Hepburn dat zij dysenterie kreeg omdat ze water dronk bij de maaltijden – als protest tegen het drankgebruik van Bogart en Huston. Volgens cameraman Cardiff stond er een emmer buiten het beeld, zodat Hepburn tussen de takes door kon kotsen. De cast en crew zou oog in oog hebben gestaan met verscheidenen wilde dieren; ingehuurde lokale inwoners durfden niet te komen werken, omdat ze bang waren dat de makers kannibalen waren.



Ongeloofwaardig? Zo lang het verhaal meeslepend blijft, zo leert The African Queen, maakt dat niet uit.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden