Tevje de melkboer

Draai je wagen, stijfkop , verzoen je!

'Hij luistert met zijn hart', schrijft vertaalster Willy Brill in haar nawoord van Tevje de melkboer over de Jiddische volksschrijver Sjolem Aleichem. Zij kan het weten, want eerder vertaalde zij al zijn autobiografie, Het leven een roman. En nu dan een nieuwe vertaling van Tevje de melkboer, de verzameling vertellingen waarop de musical Fiddler on the roof, in Nederland opgevoerd als Anatevka (1966), werd gebaseerd.

Sjolem Aleichem, ook gespeld als Sjolom Alejchem en zoveel betekenend als 'Vrede zij met u', was het pseudoniem van de van oorsprong Russische schrijver Sjolem Rabinovitsj (1859-1916). Zijn eerste werken schreef hij in het Hebreeuws maar al snel stapte hij over op het Jiddisch, in die tijd de dagelijkse spreektaal van zo'n vijf miljoen Russische joden. Het maakte hem een leven lang ongekend populair. Bij de processie voorafgaand aan zijn begrafenis stonden, naar verluidt, zo'n 150.000 mensen langs de straten van New York, zijn laatste woonplaats.

Aleichems bekendste werk, Tevje, de melkboer, vertelt het verhaal van Tevje en zijn zeven dochters, die allemaal goed aan de man moeten worden gebracht. Dit zou niet moeilijk mogen zijn gezien hun verblindende schoonheid, maar de dochters blijken allemaal net zo eigenwijs als hun vader. Stuk voor stuk kiezen zij mannen die in Tevjes ogen weinig genade kunnen vinden.

Voor zijn oudste dochter, Tsejtl, had Tevje een rijke slager in gedachten, maar zij geeft de voorkeur aan een eenvoudige kleermaker die de hele dag onderbroeken naait. De tweede, Hodl, raakt verliefd op een revolutionair gezinde student die al snel in een Siberisch kamp verdwijnt, waarheen zij hem volgt zonder ooit terug te keren. De derde, Chawe, verliest haar hart aan een christen en wordt door vaderlief verstoten. Een volgende, Sjprintse, springt in een rivier nadat haar geliefde haar heeft verlaten.

Tevje treedt al deze gebeurtenissen met een opmerkelijk optimisme tegemoet. Zijn zelfbeklag kent weliswaar geen grenzen, maar lijkt vooral retoriek. Nooit geeft hij de moed op en te midden van alle sores kan hij opeens uitroepen: 'Het is zomer, de zon is heet, de vliegen steken, en overal om mij heen is de wereld een genot, groot en open, je zou zo willen vliegen, je armen uitslaan en zweven!'

Het is een levensfilosofie die de figuur van Tevje ontwapenend maakt. Hoe groot zijn verdriet ook is, het leven blijft de moeite waard. Daar komt bij dat Tevje zijn dochters altijd steunt, bereid als hij is om het leven ook van hun kant te bekijken. Dat maakt hem sympathiek, maar tegelijk ook tragisch want Tevje kan als geen ander verwoorden hoe het voor een vader voelt om zijn kinderen het ouderlijk huis te zien verlaten.

Als Tevje op een dag onverwacht in het bos zijn afvallige dochter Chawe tegenkomt, schreeuwt hij inwendig tegen zichzelf: 'Ikzelf verdien geen medelijden, ik ben niet waard dat de aarde mij draagt! Waarom die woede, jij koppige gek? Wat ga je tekeer? Draai je wagen, jij stijfkop , en verzoen je met haar, ze is je kind, niet zomaar iemand!'

Wat voor veel hedendaagse lezers wel vreemd zal zijn is Tevjes onstuitbare neiging om de joodse geschriften te citeren. Geen gesprek gaat voorbij zonder dat hij de Talmoed, de Medresj of de Choemesj, al of niet correct, citeert. Lezers die niet met deze boeken vertrouwd zijn, zullen zich in eerste instantie aan al deze wijsheden en moraliteiten ergeren. Totdat blijkt dat Tevjes gespreksgenoten zich ook over deze gewoonte verbazen en veelal met hem de spot drijven. Maar ook dan heeft Tevje altijd een rake frase klaar om de ander op zijn gebrek aan kennis te wijzen.

De verhalen zijn geschreven in de vorm van vertellingen. Tevje spreekt bij het begin van ieder verhaal de schrijver aan en zegt dat deze nu eens goed moet luisteren, want wat hij nu te vertellen heeft is toch weer meer bijzonder dan het voorgaande. Zo trekt Aleichem de lezer het verhaal in, niet door de lezer aan te spreken maar door een beroep te doen op d

iens nieuwsgierigheid. Uiteindelijk wil iedereen wel weten wat die twee mannen met elkaar te bespreken hebben.

Schrijnend wordt het als de pogroms doordringen tot het dorp van Tevje. Al zijn klanten die hij jarenlang van boter, melk en kaas heeft voorzien, staan nu onder leiding van de burgemeester op de stoep om Tevjes woning kort en klein te slaan. Orders vanuit de stad, er is geen keuze of zoals de burgemeester zegt: 'We moeten wel, want als er iemand langsrijdt ziet hij tenminste dat we hier hebben huisgehouden. In het andere geval moeten wij het zelf bezuren!'

Deze nieuwe vertaling is verschenen in de onlangs nieuw leven ingeblazen Jiddische Bibliotheek, ooit een paradepaardje van wijlen uitgeverij Vassallucci, nu ondergebracht bij de collega's van Veen. In deel negen van de oude Jiddische Bibliotheek, De gouden sleutel, een biografie van de Jiddische taal, schreef Miriam Weinstein over het vertalen van Aleichem: 'Hij is een ware nachtmerrie voor een vertaler, omdat hij het Jiddisch schrijft dat zijn personages spraken.'

Bovendien last Aleichem veel Hebreeuwse stukken in, soms correct, maar volgens Weinstein vaak ook 'opzettelijk verkeerd geciteerd of geïnterpreteerd, afhankelijk van de persoonlijkheid van de spreker, of diens niveau van opleiding.' Dat Willy Brill de spraakwatervallen van Tevje tot een zo levendig en overtuigend Nederlands heeft weten om te toveren, is dan ook een fenomenale prestatie. Aleichem mag dan met zijn hart luisteren, Brill laat Tevje met zijn hart spreken.

Het enig mogelijke minpunt aan deze editie is het wel erg beknopte nawoord. Zo wordt nergens duidelijk waarom we nu opeens drie extra verhalen lezen naast de bekende zeven vertellingen. En waarom heeft Aleichem twintig jaar nodig gehad voor het schrijven van deze verhalen? Het zou mooi zijn als Willy Brill haar reusachtige kennis van de Jiddische literatuur (zij zelf spreekt van 'Jiddisj') nog meer met ons zou mogen delen dan haar nu is vergund.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden