Terwijl zij slapen

Alle verhalen: dat klinkt nogal voorbarig voor een schrijver van begin 60 die nog lang niet is uitgeschreven. Maar in het voorwoord is Javier Marías (1951) tamelijk stellig: wat het korte verhaal betreft, hoeven we niet veel meer van hem te verwachten. Dat is waarschijnlijk geen bluf, want de meeste verhalen schreef hij op verzoek. En gedwongen door zijn wereldwijde succes is de Spaanse schrijver steeds bedrevener geworden in het afslaan van uitnodigingen.

Moeten we hieruit afleiden dat Marías' verhalen de kruimels van zijn werk zijn? Van een verhaal als 'Tijdens de huwelijksreis' zou je dat misschien wel kunnen zeggen. Het lijkt als twee druppels water op een sleutelscène uit Een hart zo blank, waarin een pasgetrouwde man op een balkon tot zijn verbijstering vanaf de straat luidkeels wordt aangesproken door een onbekende vrouw die een afspraak met hem meent te hebben. Een aantal andere verhalen ontstijgt nauwelijks de status van geslaagde vingeroefening. 'Gualta' bijvoorbeeld, over een man uit Madrid die een dubbelganger uit Barcelona tegenkomt en daarna alles in het werk stelt om zich te onderscheiden van zijn evenbeeld. Maar of deze brave borst zijn snor nu laat staan of zich te buiten gaat aan seksuele uitspattingen met zijn vrouw, zijn dubbelganger lift mee met elke verandering.

'Gualta' is een genrestukje, maar legt wel een van de kernen van Marías' beklemmende wereld bloot. In zijn verhalen is, net als in zijn romans, vaak een man aan het woord die vertelt over een onverwachte ontmoeting met een andere man, die hem een onbehaaglijk verhaal opdist. Onbehaaglijk, omdat het verhaal van de ander meer met zijn eigen leven van doen lijkt te hebben dan hem lief is.

Dit gegeven wordt in Marías' verhalen natuurlijk minder proustiaans uitgewerkt dan in zijn romans, maar het resultaat is er veelal niet minder indrukwekkend om. Neem het titelverhaal, 'Wanneer zij slapen'. Op een strand ergens op Menorca raakt een getrouwde man gebiologeerd door een vijftiger die de hele dag het fraaie lijf van zijn jonge vriendin filmt. Daar begint de besmetting al: zijn fascinatie voor de voyeur maakt de verteller zelf ook tot voyeur. De osmose wordt steeds onheilspellender, wanneer de verteller de man op een avond spreekt terwijl hun vrouwen in hun hotelkamers liggen te slapen. De filmer legt geduldig uit dat hij zijn vriendin elke dag tot in het kleinste detail filmt omdat hij een tastbare herinnering aan haar laatste dag wil hebben. En elke dag kan de laatste zijn voor haar, want hij is vastbesloten haar te vermoorden zodra zijn liefde voor haar of haar liefde voor hem voorbij is. Wie weet, is dat vandaag wel. En wie weet, ligt ook de andere vrouw wel dood op bed.

In het mooie waagstuk 'Toen ik sterfelijk was' voert Marías een dode op die het woord voert vanuit het hiernamaals. Daar vindt hij pas de verhalen die verklaren waarom er toen hij klein was 's avonds zo vaak een man bij hen thuis kwam en waarom hij zelf jaren later op gewelddadige wijze om het leven kwam. Marías trekt niet meer dan een paar stippellijntjes tussen deze twee gebeurtenissen, maar dat is meer dan voldoende om de kriebels te krijgen.

Maar je kunt ook lachen met Marías, zoals in 'Kwaadaardig', waarin het Spaanse hulpje van Elvis Presley het tijdens de opnamen van de film Fun in Acapulco aan de stok krijgt met ongure Mexiaanse types. Dit lange verhaal bevat een hilarische dansscène, die vooruitwijst naar het tweede deel van de kolossale romancyclus Jouw gezicht morgen. In dit geval doet de parallel geen enkele afbreuk aan het verhaal. 'Kwaadaardig' is een meesterwerk op zichzelf.

Vertaald uit het Spaans door Aline Glastra van Loon

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.