Interview

Teruglezen - Interview met Thomas Blondeau: 'Ik ben niet graag alleen met mijn gedachten'

Hij probeerde grip te krijgen op zijn hartzeer en schreef Het West-Vlaams versierhandboek. Hoe ging Thomas Blondeau, vernederlandste Belg, de eenzaamheid te lijf? Lees hier het interview dat Volkskrant-verslaggeefster Sara Berkeljon in september met de schrijver had.

De Vlaamse schrijver Thomas Blondeau is in de nacht van zaterdag op zondag op 35-jarige leeftijd in zijn geboorteplaats Poperinge overleden. Beeld DE BEZIGE BIJ/PAUL LEVITTON

Citaat uit een mail van Thomas Blondeau (35, schrijver): 'Prima, bij mij thuis kan - ik woon in een oververlichte gangkast aan het water. Het interieur biedt momenteel een wat nonchalante indruk. Maar er zijn stoelen.'

Blondeau blijkt aan de Amsterdamse Prinsengracht te wonen. Het interieur bestaat voor een deel uit IKEA-meubelen, 'maar die ben ik verplicht met het appartement mee te huren'. Op de salontafel staat een schaaltje aardbeien, Blondeau serveert koffie met koekjes op een schoteltje. Voor de foto moest hij achtereenvolgens een badjas en een legerjasje aan. 'Na die foto zei ik tegen de fotograaf: ik moet nu wel de tagline 'literatuur is oorlog' in het interview weten te krijgen, anders slaat het nergens op. En om die badjas logisch te krijgen, moet ik gaan vertellen hoe eenzaam ik ben.'

Eenzaam was hij de laatste jaren, de tijd dat hij werkte aan zijn nieuwe roman, Het West-Vlaams versierhandboek. Een volgens zijn uitgeverij zeer geëngageerd en persoonlijk liefdesverhaal. Hoofdpersoon Raf besluit na de zoveelste mislukte relatie Amsterdam te verlaten en ter bestrijding van zijn depressie terug te keren naar zijn Vlaamse geboortedorp. Het schrijven van Het West-Vlaams versierhandboek moet hem grip doen krijgen op zijn liefdesverdriet. Raf ontmoet het op een na mooiste meisje van het dorp, maar komt ook in politiek tumult terecht: het dorp waar hij opgroeide scheidt zich af van de rest van België.

'Ik was een tijdlang zoekende, voor ik dit boek schreef. Mensen zeiden tegen me: schrijf gewoon zo'n Helaasheid-der-dingen-achtig boekje, pedofiele priester erbij, gevoos in de hooiberg, iemand die van de mestkar valt, fanfare, huppekee. De personages zeggen amai en awel, en iedereen inclusief familie doet het met elkaar. Nederlandse lezers smullen daarvan. Goed, dacht ik, dan ga ik die karikatuur uitdagen. Dus speelt mijn boek zich af in een dorp dat zich afscheidt van België, onder aanvoering van een héle dikke man.'

Beeld De Bezige Bij

Je woont vijftien jaar in Nederland. Ben je vernederlandst?
'Wie in België met de auto naar een feest gaat, drinkt gewoon bier. Ik was in Antwerpen een keer met een schrijver uit. We dronken ieder tien Chouffe. Ik vroeg hem hoe hij naar huis zou gaan, en hij zei: gewoon, met de auto. Dat leek me ineens gevaarlijk. Dus ja, in die zin ben ik vernederlandst. En ik spreek Nederlands, want West-Vlaams is een ingewikkeld dialect.'

Gaat verder in het West-Vlaams - inderdaad, een ingewikkeld dialect. Daarna weer met Nederlands accent (met Gooisch aandoende 'r'): 'Daardoor ben ik gaan praten op een manier die jij ook begrijpelijk vindt. Maar het gebeurt soms dan dat ik in Antwerpen uit de trein stap en mijn Nederlandse accent nog aanstaat. Als ik dan koffie bestel, zie ik ze denken: och, een 'ollander. Antwerpenaren houden niet zo van Nederlanders, omdat die luidruchtig zijn en tegen de kathedraal aan pissen, zo wil het cliché. Net zoals jullie niet houden van Duitsers in Scheveningen. Ik heb tegenwoordig een Antwerps lief, dus ik schakel nu tussen Nederlands, Antwerps en West-Vlaams. Ik sprak een keer met een stotteraar, en toen begon ik mee te stotteren. Ik ben een behaagzuchtig iemand.'

Waarom vertrok je uit België?
'Ik voelde mij bekeken. Ik was de zoon van die en die, ik was die gekke puber met lang haar en make-up. Ik zag een toekomst voor mij uitgestippeld als leraar Nederlands op de school waar mijn ouders scholier zijn geweest. De journalistiek leek me geen haalbare kaart; ik zag mezelf al wanhopig en tevergeefs proberen bij Humo binnen te komen. Toen dacht ik: ik ga gewoon ergens anders heen. De saaiste emigratie mogelijk, 300 kilometer naar boven. Maar in Nederland was ik helemaal nieuw. Ik kon de verhalen over mezelf vertellen die ik wilde.'

Blondeau studeerde literatuurwetenschappen in Leiden en werkt als journalist en columnist (De Standaard, nrc.next, HP/De Tijd). Hij stelde twee bloemlezingen samen en schreef twee romans. Dit is zijn derde - een boek dat moeizaam tot stand kwam. 'Ik heb veel aanzetjes weggegooid. Steeds twintig, dertig pagina's. Ik schreef over een ambassadeursdochter die zich in het nachtleven stort, een arts die een zelfmoordcirkel begint, een huwelijksfeest in een Normandisch landhuis waar de bruidegom niet komt opdagen. Ik heb zelfs overwogen me Tom Blond te noemen en een thriller te schrijven. Allemaal dingen die je al hebt gelezen in andere boeken. Het heeft een vol jaar geduurd, voor ik deze stem gevonden had.'

Die stem, dat is de eerste zin van het boek, zegt Blondeau. Deze zin: 'Omdat ik alleen maar kan denken aan uit het raam springen of haar vermoorden, moet ik terug.'

Thomas Blondeau. Beeld Facebook

Hoe kwam het dat je zo zoekende was?
'Rond de jaarwisseling van 2009 naar 2010 ging mijn relatie uit. Vlak daarna verscheen mijn tweede roman, die oké was, maar het was niet genoeg om mij af te kunnen leiden van die stukgelopen relatie. In goed Nederlands: I hit rock bottom. Ik was geen vrolijke burger.'

Een depressie, net als de hoofdpersoon in Het West-Vlaams versierhandboek.
'Ja, alleen verzet ik mij tegen het label depressie.'

Waarom?
'Ik was gewoon verdrietig omdat er iets gebeurd was. Daarbij had ik ook een baan, als eindredacteur bij de Leidse universiteitskrant. Ik had mijn freelancewerk, ik heb in die periode twee bloemlezingen samengesteld, schreef negen columns per maand. Ik ging op een typisch West-Vlaamse manier om met mijn probleem: heel veel werken. Iemand die echt depressief is, is totaal lusteloos. Ik was wel vlak. Maandag voelde als zaterdag, ik zat drie avonden per week in het café. En ik begon ineens naar The Smiths te luisteren. Op mijn 32ste.'

Liefdesverdriet.
'Ja, maar tegen dat label verzet ik me ook. Dat klinkt zo puberaal, zo lullig. Over liefdesverdriet zegt men dat het de helft van de duur van de relatie aanhoudt. Dat zal allemaal wel, dacht ik, maar hoe inwisselbaar is dan mijn gevoel? Mijn moeder was zot van mijn ex-lief. Zij zei tegen mij: denk je dat het met papa altijd vanzelfsprekend was, denk je dat het nooit moeilijk was, toen hij dag en nacht werkte en ik met de kinderen zat? Je deed dóór. Dat is heel West-Vlaams. Niet zeuren, kop naar beneden, verder werken. Zo zit ik ook in elkaar. Toen ze mij verliet - iets wat ik zelf een halfjaar eerder had moeten doen - was ik radeloos. Het voelde alsof ik niet genoeg had doorgezet. Ik werkte zo veel om niet te hoeven denken aan de mogelijkheid dat er een mediocre bestaan op mij zou wachten.'

 
Over liefdesverdriet zegt men dat het de helft van de duur van de relatie aanhoudt. Dat zal allemaal wel, dacht ik, maar hoe inwisselbaar is dan mijn gevoel?

Was je bang om alleen te eindigen?
'Dat zat er zeker in. Het cliché is waar: du moment dat je je daarmee verzoent, kom je iemand tegen. Bij mij gebeurde dat in april, toen ik naar Antwerpen ging om Koninginnedag te ontvluchten. Zelfkennis is een ingewikkeld iets. Als ik het nuchter bekijk, moet ik constateren dat ik sinds mijn 16de nooit langer dan twee maanden alleen ben geweest. Maar in die twee maanden kon ik toch niets anders denken dan: ik word een single met een drankhoofd en een colbert op een jeansbroek, iemand die af en toe een liefje heeft en die zich verder heeft toegelegd op zijn eigen rouw en mislukking. Toen ik niet de meest vrolijke burger ter wereld was, kon ik mezelf op twee manieren omschrijven. Ik kon zeggen: ik woon in een fucking gangkast in Amsterdam tussen allemaal meubels van de IKEA die ik verplicht moet meehuren, mijn tweede boek is geflopt en ik ben single. Ik kon ook zeggen: ik ben schrijver, columnist, woon in de grachtengordel en ben niet continu single. Exact dezelfde ingrediënten, anders verwoord.'

Was je actief op zoek naar de nieuwe liefde?
'Twee weken nadat het uit was gegaan, had ik een ander. Dat was een klassieke rebound. Daarna ging ik internetdaten, vanuit het idee dat ik mijn leven op de rails moest krijgen. Hup, bezig zijn. Meisje ontmoet via zo'n date, meteen vijf maanden mee geweest. Het plaatje klopte: ze promoveerde, het was een mooi meisje. Ik benaderde het puur rationeel. Want, dacht ik, mijn emotionele, intuïtieve aanpak had gefaald. Er zijn ook mensen van mijn leeftijd die nog maagd zijn, die het te moeilijk vinden om iemand te ontmoeten. Dat is bij mij nooit een probleem geweest, maar ik ben ook geen macho die zich kwijlend achter zijn erectie aansleept. Ik was meteen verkocht wanneer een vrouw interesse in mij toonde. Elke keer dacht ik: zou het kunnen? Dat schrikt af. Ik ben geen goede vrijgezel. Omdat - maar dit is psychologie van de koude grond - ik niet graag alleen ben met mijn gedachten.'

Moet je dat niet juist kunnen, als schrijver?
'In het stramien van een boek kon ik dat ook. Maar het eerste en het laatste halfuur van de dag zit je niet te werken achter je laptop. Dan kun je je niet verstoppen voor je eigen gedachten. Dat waren de zware momenten. Die ochtenden en avonden, blèh.'

Steekt een Marlboro Gold op. 'Dit boek is een autobiografische illusie, hè. Ik gebruik autobiografie als stijlmiddel. Want als mensen het idee hebben dat iets echt is, hebben ze meer aandacht. Wanneer vinden wij een columnist leuk? Of het nou Aaf Brandt Corstius is die rosé drinkt in het Vondelpark of Theodor Holman die treurt over hoe vaak per week hij masturbeert - we gaan rechter zitten als we denken dat het écht is, dat het over henzelf gaat. Dan denken we: dat heb ik óók, als ik rosé drink in het Vondelpark. Van dat mechanisme wilde ik gebruikmaken.'

Beeld De Bezige Bij
 
Wanneer vinden wij een columnist leuk? Of het nou Aaf Brandt Corstius is die rosé drinkt in het Vondelpark of Theodor Holman die treurt over hoe vaak per week hij masturbeert - we gaan rechter zitten als we denken dat het écht is, dat het over henzelf gaat. Dan denken we: dat heb ik óók, als ik rosé drink in het Vondelpark. Van dat mechanisme wilde ik gebruikmaken

De hoofdpersoon in het boek beschrijft zijn stukgelopen relatie op cynische wijze: het eerste jaar was hij verliefd, het tweede jaar was het volhouden en het derde jaar was het écht volhouden, vooral uit angst voor eenzaamheid.
'Mijn personage is cynischer dan ik. Maar natuurlijk word je cynisch, op het moment dat je zelfbeeld aan diggelen ligt omdat alles waar je waarde aan hecht, verdwenen is. Dan denk je: godverdomme, ik heb álles gege.... Wat een zware praat. Ik ben helemaal au fond gegaan. Eerst zeg je: dit is voor altijd. Als de relatie eindigt, denk je: what the fuck is de waarde van die woorden? Ik snap het: toen was toen, mensen kunnen veranderen van mening, je moet elkaar niet ongelukkig maken. Maar af en toe denk ik: het was godverdomme uniek wat wij hadden.'

Waarom ging het mis?
'Wij zijn twee ingewikkelde mensen, met verschillende opvattingen over onze eigen mate van bewegingsvrijheid. Dat was in de eerste maand al duidelijk. Ik kwam dagboeknotities tegen van onze eerste vakantie samen. Als je dat leest, lijkt het of je een bokscoach hoort: allez, komaan! Ik heb altijd meer uithoudingsvermogen dan doorzettingsvermogen gehad. Ik heb de neiging lang door te gaan met iets, ook als dat me ongelukkig maakt. Als Het West-Vlaams versierhandboek een overkoepelend thema heeft, is dat het gevaar van idealisme in de liefde. Als je met een vrouw bent bij wie je het gevoel hebt dat, zodra zij binnenkomt, alle lichten in de kamer aan gaan - denk je: dit is het.'

En dat is niet genoeg?
'Nee. Je moet je ook gewaardeerd voelen, en niet alles van die persoon laten afhangen, omdat zij toevallig gezegend is met een paar exceptionele kwaliteiten. Hetzelfde idealisme heeft in het boek ook een politieke component: er wordt een ideaal geprojecteerd dat totaal onwerkbaar is, namelijk dat het dorp zich zomaar kan afscheiden van België. Het te hard najagen van een ideaal, corrumpeert het ideaal. Relativering is vervelend, zeker in de liefde, maar het is zeer noodzakelijk.'

Kun je dat inmiddels?
'Pfff... Ik ben me nu bewust van het feit dat het ideaal niet be... Nee, misschien bestaat het ideaal ook gewoon wél. Ik kan onmogelijk zeggen dat mijn huidige lief een compromis is. Maar ze is een redelijk complexloos iemand, zonder een suf geitje te zijn. Natuurlijk zeg ik af en toe tegen mezelf: Thomas, dit is de vierde keer dat je zegt dat dit de laatste vrouw is met wie je gaat slapen, dat meisjes in zomerjurken je niet meer interesseren. En toch zeg ik het gewoon wéér. Dat is de condition humaine. Beseffen dat de situatie hopeloos is, en toch niet opgeven.'

Dit interview verscheen eerder in de Volkskrant.

 
Natuurlijk zeg ik af en toe tegen mezelf: Thomas, dit is de vierde keer dat je zegt dat dit de laatste vrouw is met wie je gaat slapen, dat meisjes in zomerjurken je niet meer interesseren. En toch zeg ik het gewoon wéér
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.