TV-RECENSIEArno Haijtema

Terugblikken op sportzomers kan eigenlijk niet misgaan, laat Mijn Sportzomer zien

De zomer van 2020 mag voor de topsport verloren gaan, de vier seizoenen van de pakweg zestig jaar daaraan voorafgaand zijn dat natuurlijk niet. Sinds de televisie na de Tweede Wereldoorlog haar begerige oog liet vallen op de hoogste sprong, het fraaiste schot en de snelste sprint dijen de beeldarchieven almaar uit: schatkamers voor het visuele geheugen van de mensheid.

Voor de hand liggend en fijn dat de NOS in deze periode van verstilling en verveling de schatkamers ontsluit, het aangetroffene afstoft en laat flonkeren in het zomerse licht. Dat is wat Mijn Sportzomer, afwisselend gepresenteerd door Tom Egbers en Dione de Graaff, sinds afgelopen zaterdag wekelijks doet.

Egbers ontving in de eerste aflevering de gebroeders Youp (1954) en Tom (1958) van ’t Hek, respectievelijk cabaretier met sportliefde en radiopresentator (en ex-hockeyer). Die mochten, vaste formule, belangwekkende sportmomenten becommentariëren. Zelfgekozen fragmenten of door de redactie bepaald; dat bleef schimmig. Dat het een mooie terugblik zou worden, kon je met dit lekker gebekte en goed geïnformeerde stel voorspellen, en dat wérd het dan ook.

Vanaf links: Tom van 't Hek, Youp van 't Hek en Tom Egbers.

Sportieve hoogtepunten vervelen nooit en dus was Youps aftrap, de Europacupfinale Ajax-Panathinaikos (2-0) in 1971 een gelukkige. Het hart van iedere Ajax-fan springt op bij die wedstrijd, maar de doelpunten zagen we zelden terug. Van ’t Hek had de wedstrijd in Londen zelf bijgewoond, met het ‘allergoedkoopste’ arrangement, van 75 gulden. Per bus naar het Wembley-stadion, meteen na de wedstrijd terug naar Amsterdam. Twee nachten niet geslapen, hees en uitgeput, maar wel als enige van de acht kinderen thuis getuige geweest van voetbalgeschiedenis. ’Iedereen thuis was stikjaloers. Ik ging er maar over door. ‘Ja-ha, nu weten we het wel’, riepen ze.’

Gestaag ging het door. De 17-jarige tennisser Michael Chang die met onder meer een ontregelende onderhandse service toenmalig wereldtopper Ivan Lendl uit Roland Garros slaat. Youp: ‘Een accountant, een boekhouder, die Lendl.’ Tom, die analyseert hoe tennisser Jimmy Connors in 1982 zijn veel betere tegenstander John McEnroe ‘punt voor punt sloopt’. Zichtbaar genietend van het verongelijkte gezicht van McEnroe: ‘Hij had geen zelfrelativering. Een verwende kostschooljongen.’

Wonderschone doelpunten van Johan Cruijff en Dennis Bergkamp (inclusief diens herhaald gebrulde naam, bij wijze van radiocommentaar door Jack van Gelder), zwemgoud van Pieter van den Hoogenband, de introductie van een revolutionaire hoogspringtechniek door Dick Fosbury op de Olympische Spelen in 1968 (Tom: ‘Toen zijn concurrenten een filmpje met hem zagen, wisten ze al dat ze waren verslagen’): allemaal euforisch stemmende momenten.

Ook het verschijnsel vrouwen in de sport kwam twee keer aan de orde. Een als honden geslagen vrouwenteam hockeyers in de kleedkamer (bestraffend toegesproken door coach Tom van ’t Hek) en een angstwekkend wankelende, uitgeputte atleet tijdens de eerste olympische marathon voor vrouwen. Bij vrouwelijke topsport valt er voor Mijn Sportzomer winst te behalen. Benieuwd welke geest volgende week vaardig wordt over vader en zoon Jan en Youri Mulder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden