Terug van lang weggeweest: de operette

Lang ging operette gebukt onder een te frivool imago. Maar het genre is afgestoft en beleeft een nieuwe jeugd, zoals 'opéra bouffe' L'Étoile duidelijk maakt. Er blijkt meer te genieten dan gedacht.

Koning Ouf I (Christophe Montagne) en zijn martelwerktuig in Chabriers L'Étoile. Beeld Marco Borggreve

Kijk naar mij: haast moeiteloos
draai ik die kruk in 't rond,

en al snel verschijnt dankzij een veer
een fraaie, stevige staaf.
En krijg ik in een handomdraai
dat apparaat omhoog,
een centimeter, tien, of twintig,
een kwestie van dosering!

Uit een operette citeren is riskant. Het staat bol van de dubbele bodems, woordspelingen, knipogen. Neem de tekst hierboven, uit L'Étoile van Emmanuel Chabrier (1877), nu te zien bij De Nationale Opera. Het wordt gezongen door koning Ouf (draai het om en je krijgt fou 'gek'), op het moment dat hij een martelwerktuig presenteert. Elk jaar, op zijn naamdag, stelt Ouf een burger terecht in een barbaars spektakel voor het volk. De veroordeelde neemt plaats op de martelstoel, waaronder een spies bevestigd is. De koning draait aan het rad, waardoor de spies door een gat in het zitvlak verschijnt en de veroordeelde perforeert. Maar het beoogde slachtoffer Lazuli is een zogenoemde Hosenrolle voor een sopraan; een man, gespeeld dus door een vrouw, die nu een staaf van 20 centimeter...

Beeld Matthias Creutziger

Scabreuze grappen 

Terug van lang weggeweest: de operette. En nu niet tussen de schuifdeuren of in een Joop van den Ende-show, maar in de serieuze operahuizen. Scabreuze grappen en grollen zijn te zien aan het Waterlooplein, voordat Wagners muziekdrama Lohengrin het theater van de Nationale Opera & Ballet in november weer in donkere sferen hult. Maar dan kunnen we door naar Maastricht, waar van Opera Zuid de/die/the Fledermouse te zien is, een moderne bewerking van Johann Strauss juniors succesvolste komische operette Die Fledermaus.

Dat de trend zich niet alleen in Nederland manifesteert, leert een bezoek aan de platenzaak, waar het nieuwe album van superster-tenor Jonas Kaufmann, Du bist die Welt für mich, in de etalage ligt, met liederen uit het Duitse operette-repertoire. En ook de Poolse Piotr Beczala bracht dit jaar een operette-album uit, Heart's delight, een eerbetoon aan operettelegende Richard Tauber. Op de dag van verschijning behaalde de plaat in zijn thuisland direct de gouden status.

(Ouf:)
Hemel! Ik heb nog maar een dag te leven!

(Koor:)
Nou en? Wat kan ons dat schelen!
Maar evengoed hebben wij
Voor Hare Hoogheid wel wat holle frasen,
Dat vereist de wellevendheid...
Wat een ramp! Wat een vreselijke ramp!

(Uit: L'Étoile)

Operette betekent eenvoudigweg 'operaatje', maar het is een beladen woord en als genre-aanduiding onduidelijk. In principe is operette de komische, lichte tegenhanger van opera, halverwege de 19de eeuw ontstaan toen de opéra comique wel heel serieus en tragisch werd. Een operette is meestal korter dan een opera, lichter van toon, parodistisch zelfs. De pakkende muziek wisselt af met gesproken tekst, waarmee operette als de aartsvader van de musical kan worden gezien.

Drie schunnige Weense operettes

Natuurlijk, alles ligt aan de manier waarop het gebracht wordt (en Jonas Kaufmann kan álles glamoureus maken), maar deze drie bekende (Weense) operettes hebben in belangrijke mate bijgedragen aan het wat schunnige imago van het genre:

Die lustige Witwe van Franz Lehár (1905), over een rijke, vrolijke ­weduwe in Parijs, om wie uiteraard intriges gesponnen worden, want er valt geld te verdelen.

Der Zigeunerbaron van Johann Strauss jr. (1885) is ook een liefdesverhaal rondom een hoop geld, ditmaal een verborgen schat op een koninklijk landgoed in Hongarije in de 18de eeuw.

Die Csárdásfürstin van Emmerich Kálmán (1915) speelt zich af vlak voor de Eerste Wereldoorlog, waar liefdesverwikkelingen de aristocratie bezighouden, onwetend van hun aanstaande verval.

Doorgecomponeerd  

Aan die kenmerken voldoet L'Étoile allemaal. Maar zeg dat niet tegen Agathe Mélinand, de dramaturg van de productie bij De Nationale Opera: de Française kijkt je aan alsof je zojuist een glas champagne goedkope prosecco hebt genoemd. Ze noemt het stuk liever opéra bouffe. Opéra bouffe is de Franse versie van operette, genoemd naar het kleine Parijse theater (Théatre des Bouffes-Parisiennes) waar veel operettes voor het eerst zijn opgevoerd, met als bekendste componist Jacques Offenbach.


Het publiek was aanvankelijk chic, ondanks de vrije seksuele moraal (op én achter het podium). 'Bij opéra bouffe is de muziek complexer dan bij operette', zegt Mélinand. 'En het is meer doorgecomponeerd, de hoeveelheid muziek is groter dan bij de bekende operettes.'


Chabrier is overigens ook voor de standaard van opéra bouffe complex naar verluidt protesteerde het orkest van Bouffes-Parisiennes direct toen het de muziek op de lessenaar kreeg: dit is veel te moeilijk voor een operette veel te veel kruizen en herstellingstekens, het lijkt wel Wagner! Er was vier keer zo veel repetitietijd voor nodig.

Beeld Hilde Harshagen

Negatief

Artistiek leider van De Nationale Opera Pierre Audi spreekt bij de persontvangst vlak voor de première liever van opera light. 'Operette klinkt negatief', zegt hij. Het roept associaties op met oubolligheid, de nazitijd, hoempapa en confettikanonnen.

Dat beeld danken we aan de Weense en Berlijnse school, die bijna gelijktijdig aan de Franse opkwam, met Franz Lehár en Johan Strauss junior als Oostenrijkse vertegenwoordigers, en Leon Jessel en Paul Lincke in Berlijn. Waar de opéra bouffe, zeker bij Offenbach, schunnig en haast pornografisch was, veranderde het genre bij de oosterburen tot een spektakel voor een groot publiek. Daardoor werd het milder, klassieker, en romantischer in de nazitijd ook nationalistisch. Maar de syncopen, walsen en gesproken dialogen bleven erin. Na de Eerste Wereldoorlog kwamen de jazz en de burlesque er bij.

Miranda van Kralingen, co-regisseur van de/die/the Fledermouse bij Opera Zuid: 'Die Fledermaus is een kluchtig stuk, met deuntjes die nooit meer uit je hoofd gaan. Opera Zuid had het nog nooit gedaan, terwijl het zo leuk is en je er zo vrolijk van wordt. We hebben alle muziek intact gelaten, alleen de tekst hebben we in het Engels laten vertalen, want juist door dat Duits klinkt het al gauw passé. Nu lijkt het een beetje op Woody Allens musicalfilm Everybody says I love you.'

Muziektheater

Opera Zuid noemt de productie evenmin 'operette' in de communicatie, maar kiest voor de term muziektheater. Van Kralingen: 'We zetten ons er niet tegen af, maar we willen niet dat je denkt aan typisch Weense nuffigheid: lange jurken en champagne. In onze regie speelt het zich af in New York, met social media en mobieltjes.'

Het is ook lastig jonge mensen voor operette te enthousiasmeren, denkt Van Kralingen. 'Iedereen wil wel een keer een opera meemaken, dat heeft immers een náám. Operette staat te ver van hen af. Maar deze voorstelling kunnen ze tenminste wel betalen.'

(Hérisson)
Ik zou natuurlijk tegen iedereen kunnen zeggen: ik ben prins Hérisson de Porc-Epic, afgezant van koning Mataquin, (...) en ziehier de bekoorlijke prinses Laoula, de dochter van de koning, mijn meester... Dat zou ik kunnen zeggen...

(Laoula)
Dat zou simpeler zijn.

(Hérisson)
En juist daarom zeg ik het niet, dat is nou diplomatie.

(Uit: L'Étoile)

Pierre Audi vertelt dat hij graag L'Étoile wilde programmeren om alle facetten van het Franse repertoire voor te stellen aan het publiek. Chabrier is onbekend, hij voltooide slechts vier opera's, maar was wel van invloed op de Fransen van het fin-de-siècle. 'Chabrier is het sluitstuk tussen Offenbach en Ravel en de voorloper van de musical. Een operagezelschap moet divers zijn en voor iedereen openstaan. Daarom wilden we een opéra bouffe laten zien, tussen Schönberg vorige maand en straks Wagner.'

Al vier jaar geleden had hij hiervoor regisseur Laurent Pelly gevraagd, maar deze had een zo volle agenda dat het nu pas mogelijk was. Pelly: 'Voor mij is Chabrier ook het begin van het surrealisme. Het is geen simpel verhaal of gemakkelijke tekst.'

Dat er in november ook een Strauss-operette in Maastricht in première gaat, is dus toeval. Maar volgens musicoloog Erwin Roebroeks, die momenteel onderzoek doet naar de toekomst van opera, heeft het ook te maken met de terugtrekkende overheid.

Elitair imago

'Het publiek bepaalt in toenemende mate wat er wordt geprogrammeerd nu de overheid als subsidiënt terugtreedt. Je ziet overal dat zalen hun aanbod aanpassen aan wat populair is bij de toeschouwer. Zo werkt het nu eenmaal: kunstenaars hebben zich altijd gericht op de markt.'


Opera kampt bovendien met een hoge drempel vanwege de dure kaartjes en een elitair imago, dus zou het best kunnen dat theaters en makers hopen dit met een operette te doorbreken, ook al rust er een taboe op die genre-term.


'Als de musical Soldaat van Oranje een opera had geheten, was het niet de langstlopende theatervoorstelling uit de Nederlandse geschiedenis geworden', zegt Roebroeks. 'Terwijl het voor menig maker niet uit maakt hoe we het noemen.'


Op lokaal niveau bestaan er hier en daar een paar amateur-operetteverenigingen, maar een professioneel operettegezelschap kent Nederland niet meer. In 2001 werd de Hoofdstad Operette opgeheven, een succesvol gezelschap, dat Weense operette door heel Nederland speelde. De subsidie viel weg, waardoor het gezelschap niet meer kon voortbestaan. De zalen zaten weliswaar regelmatig vol, maar erg verfijnd waren de producties niet; in de finale gingen nogal eens ballonnen de lucht in.

Beeld KIPPA

Maatschappijkritiek

Sindsdien zijn pogingen gedaan het genre nieuw leven in te blazen, maar het duffe, gedateerde imago en de populariteit van de (meer hedendaagse) musical stonden een echte opleving in de weg.


Nu lijkt het genre de glitters en boa's te hebben afgeschud en ook de kenmerkende ironie. Jonas Kaufmann staat met vijfdagenbaardje en iconische Astatic-microfoon op de cover van zijn operettealbum en zingt de zoete liederen zonder distantie, op dezelfde manier als hij een Verdi-rol zou zingen. Die Fledermaus is verplaatst naar hip New York en volgens Miranda van Kralingen willen zij en haar mederegisseur Daniel van Klaveren de huidige internetcultuur bevragen, waar echt contact nog nauwelijks mogelijk lijkt.


Maatschappijkritiek heeft wel altijd een rol gespeeld in de oorspronkelijke operettes, alle schunnigheden ten spijt. 'Opéra bouffe was politiek incorrect en scandaleux. Maar je hebt niet per se voorkennis nodig om een komische opera als L'Étoile vandaag de dag te begrijpen', zegt dramaturge Mélinand. 'Al hebben we wel veel tijd gestoken in het herschrijven van de tekst. Het origineel bevatte veel te veel dialoog en was een stuk langer. Nu is het strakker.'

Subtiele ironie

Het speelt zich af in een niet-bestaand surrealistisch koninkrijk, dus het verwijst niet specifiek naar een historische situatie, zegt Mélinand. Wel hebben alle namen een dubbele betekenis en die laag is voor de niet-Francofoon mogelijk onbegrijpelijk (de naam Porc-Epic in het citaat hierboven betekent stekelvarken, Laoula 'hier of daar').

Maar behalve de hierboven aangehaalde sneer naar diplomatie is de maatschappijkritiek in Chabriers L'Étoile niet (meer) op te maken, valt op bij de première afgelopen zaterdag. 'Het operapubliek is daar sowieso niet meer aan gewend', zegt musicoloog Roebroeks. 'In La traviata hield Verdi de mensen in de zaal ook een spiegel voor over hun eigen decadentie. Die lading is verdwenen. Nu wordt bij de borrel achteraf alleen maar over de technische perfectie van deze of gene aria gepraat: het publiek neemt de maatschappijkritiek niet meer waar.'

Overigens valt in de regie van Laurent Pelly wel degelijk de aan operette eigen, subtiele ironie te bespeuren. In de laatste akte zwiert het koor van links naar rechts over het podium. In lange jurken en boa's. Als dat geen operette is.

L'Étoile van Emmanuel Chabrier t/m 26/10 in Nationale Opera & Ballet, Amsterdam.

De/die/the Fledermouse naar Johan Strauss jr. Tournee Opera Zuid van 14/11 t/m 17/12.




'Superieur avondje vertier'

L'Étoile van Emmanuel Chabrier, die maandag in de Volkskrant vier sterren kreeg, is een opéra bouffe in drie akten over de lotsverbondenheid van koning Ouf I en straatventertje Lazuli. Ouf wil Lazuli terechtstellen op zijn naamdag in een jaarlijks ritueel, maar volgens de hof­astroloog Siroco zal de koning een etmaal na Lazuli sterven. Siroco sterft overigens een kwartier na Ouf, dat heeft de koning in zijn testament bepaald. Uiteraard zorgen verkleedpartijen en persoonsverwisselingen voor intriges en wordt ook nog wel eens een vierde wand doorbroken (de personages praten tegen het publiek). 'Superieur avondje vertier', oordeelde Volkskrant-recensent Frits van der Waa.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden