Interview

Terug van bijna weg

Cabaretier Hans Sibbel staat over een week weer in het theater. Hij overwon een levensbedreigende ziekte en zal zich op het podium opnieuw moeten uitvinden. 'Ik móét optreden. Zonder voelt alles leger.'

Beeld Ernst Coppejans.

Cabaretier Hans Sibbel, óók visser, maakt aan de oever van het Nieuwe Diep een breed armgebaar en zegt dat hier twee jaar geleden iets ongewoons is gebeurd. 'Ik zag een grote kop boven het water. Tot twee keer toe!'

Dat was hoogst uitzonderlijk. 'Hier vooraan is het maar anderhalve meter diep en er ligt allemaal modder. In die hoek daar is wel eens een heel grote karper gevangen. En daar ligt een mosselbank, daar moet je eigenlijk zijn. Verder is dit water niet zo interessant.'

Tot hij dus vanuit zijn woonboot aan de rand van het Flevopark in Amsterdam die kop zag. 'Honderd procent zeker een meerval. Mijn buurman zag hem ook. Sinds vorig jaar heeft niemand hem meer gezien. Nou zijn het ook niet de meest zichtbare vissen, ze schuiven 's nachts een beetje over de bodem, heel sneaky.'

Duikers hadden hem wel eens verteld dat in de Houthavens kolossale meervallen zitten. 'Het zijn beesten van twee meter. Ik heb ze weleens gevangen, ik ben ervoor naar Kazachstan geweest en naar Spanje. Omdat ze zo groot en imposant zijn, vind ik ze geweldig.'

Er zwemt een man voorbij. 'Dat is de Rus, die zwemt hier elke dag.'

Is het echt een Rus?

'Dat weet ik niet. Kale kop, dikke nek, ik noem hem maar zo. Waar waren we gebleven?'

Bij meervallen.

'O ja. Ik heb hier natuurlijk de afgelopen anderhalf jaar vaak en lang naar buiten zitten kijken. Soms zag ik een grote kolk, dan wist ik dat-ie er nog zat. Als ik die meerval nog één keer zie, ga ik hem vangen. Ik heb al een keer sardientjes uitgegooid, zonder haakje, gewoon om te kijken of hij er zit.'

Daar komt hij op af?

'Dat dacht ik dus. Maar er gebeurde niets. Ik heb een goede vriend geraadpleegd, Arnout Terlouw, hij is twee keer wereldkampioen geworden. Ik heb ook meegedaan aan wk's, hoor, just for the fun. Superleuk.

'Maar goed, hij zei dat je met inktvis moet vissen. Ik heb dus inktvis in de vriezer liggen. Als ik 'm zie, gaan de hengels uit en ga ik hier 's avonds aan de kant een biertje drinken. Die meerval wil ik vangen, dat vind ik spannend. In een brasempje of een karpertje ben ik niet geïnteresseerd.'

De Rus keert terug. In de verte is de A10 zichtbaar. Hier en daar liggen naast zijn woonboot lege bierflesjes, restanten van een vrijgezellenfeest de vorige avond van 'jongens van de techniek'. Het feest duurde tot diep in de nacht, maar de gastheer ging al om half elf naar bed. 'Ik hou dat niet meer vol.'

Als cabaretier beent Hans Sibbel (56) maatschappelijke thema's vol woede en met hoge snelheid uit, eerst samen met Dolf Jansen, sinds 2006 alleen. Zijn voorstelling Branding leverde hem in 2011 de Poelifinario op, de prijs voor de cabaretier met de meest indrukwekkende voorstelling. Hij is een van de drijvende krachten achter Toomler, de Amsterdamse comedyclub.

Als Lebbis keert hij deze maand met een avondvullend programma terug in de theaters, na bijna twee jaar afwezigheid. De Paardenpoetser heet de voorstelling. Sibbel gaat voorzichtig van start, in kleine theaters, met twee voorstellingen per week.

Najaar 2013 werd hij getroffen door een levensbedreigende ziekte die het bindweefsel aantast, systemische sclerodermie. Een jaar later schreef hij op lebbis.nl, zijn website: 'Ik kan weer een beetje hardlopen, ik speel weer af en toe in Toomler en doe weer een column bij Spijkers met Koppen. Kortom, het gaat goed en langzaam beter. En ik heb er alle vertrouwen in dat de weg omhoog nog wat verder doorloopt. U zult mij dus weer zien, gewoon met haar, met nietsontziende humor en een niet aflatend optimisme over wat komen gaat.'

Dolf Jansen Beeld anp

'Gewoon met haar'?

'De chemo. Ik heb opgetreden zonder haar, in Toomler. Daar zag ik later de beelden van. Het was geen leuk gezicht. Het is maar een klein, optisch dingetje, maar toch.'

Wat is je overkomen?

'Ik ben onder een vrachtwagen gekomen, zo noem ik het maar. Sclerodermie is een auto-immuunziekte. Je kunt het ook alleen aan de buitenkant hebben, op je huid. Ik had de ergste variant, systemische sclerodermie. Je lichaam ziet bindweefsel als vijand en begint het in te kapselen. Je wordt steeds stijver, strakker.

'Het heeft allerlei rare gevolgen. Het zit op je hart, je longen, overal. Vooral mijn longen waren behoorlijk aangetast. Bij mij ging het ineens ontzettend hard, ik had het helemaal niet door. In twee maanden kon ik niks meer oppakken, mijn hoofd niet meer draaien, mijn mond amper open krijgen.'

Een chemokuur had geen effect. 'Het werd alleen maar erger. De enige mogelijkheid was een nieuw soort behandeling, die doen ze pas sinds een jaar of acht. Een stamcelbehandeling. Daarbij wordt je hele afweersysteem kapotgemaakt en weer opgebouwd, gereset als het ware.'

Hij praat er schijnbaar makkelijk over en nooit met zelfmedelijden of aangeslagen. Alsof hij het niet over zichzelf heeft maar over een ander. Gedetailleerd vertelt hij over de behandelmethode in het VU-ziekenhuis in Amsterdam, over de injecties, de afbraak en de daaropvolgende opbouw van stamcellen door middel van een 'speciale stof afkomstig van konijnen' en de 'linke periode' dat zijn afweersysteem volledig plat lag.

'Daarna spuiten ze dat konijnenspul in en dat valt al jouw shit aan. Alles gaat dood, wordt opgeruimd. Daardoor worden de afweercellen weer gezond.'

Beeld Ernst Coppejans

En nu?

'De ziekte is eruit, maar ik blijf altijd patiënt. De aangerichte schade is niet meer terug te draaien. Mijn huid zal dus altijd deze strakke structuur behouden en mijn organen worden niet meer de oude. Dit is het. Klaar.'

Je hebt een ander lichaam gekregen.

'Ja. En daar moet ik heel erg aan wennen. Alles is veranderd. Ik ben veel sneller moe en misschien kan ik zelfs minder goed denken. Terwijl het er in de spiegel ongeveer hetzelfde uitziet. Het kost moeite om daaraan te wennen.' Monter: 'Er zijn gelukkig dagen dat het een stuk beter gaat.'

Mensen in jouw omgeving, vrienden en collega's, dachten dat je zou doodgaan.

'Nou ja, het ging hard. Er waren momenten dat het angstig was. Het is toch een zware behandeling. En het is eng als je plotseling niet meer omhoog kunt kijken en met moeite één boterham kunt eten. Godverdomme. Mijn vingers werden stijf en dik, ik kon niks oppakken en mijn knopen niet meer dichtdoen.'

Later zegt hij bijna achteloos dat het op een of twee momenten 'goed fout' had kunnen gaan.

'Gelukkig had ik een goede conditie, dat scheelde. Ik rook niet, ik loop hard en ben onder de 60. Ik zit in de veiligheidszone. De kans dat het fout zou gaan, was vrij klein. Zoals een van de doktoren over de stamcelbehandeling zei: het is op de grens van de wetenschap, maar we kunnen het heel goed en we doen het vaak. Ik zat in een trein en liet me meevoeren.'

Beeld Ernst Coppejans.

Zonder dat je wist waar het eindigde.

'De dokteren bleven rustig, ze waren zeker van hun zaak. Ze hebben me niet te veel verteld en ik heb ook niks opgezocht op internet. Ik heb gewoon lekker wat vragen gesteld en zij vertelden me wat de risico's waren en de vooruitzichten. Ik voelde dat ik in zeer goede handen was en de verzorging in het VU was subliem. Iedereen was lief en aardig. Het eten kan beter, dat wel.

'Er waren een paar nare momenten, oké. In de eerste week lag ik op een zaal met mensen die er slecht aan toe waren, er werd veel gekotst. Het leek wel een oorlogsgebied. Maar later kreeg ik een kamer alleen, toen werd het lekker rustig. Soms een onderzoek, naaldje erin, infuuszakje eraan.

'Er kwamen ook niet veel mensen op bezoek. Dat hoefde van mij niet. Ach, dacht ik, als ik drie weken op vakantie ga, zie ik jullie toch ook niet? Ik maakte elke dag een schemaatje: mediteren, lezen, halfuurtje op de hometrainer, dat soort dingen. Zo kwam ik de dag wel door. En mijn lieve vriendin kwam vaak langs.'

Wat zijn de thema's in De Paardenpoetser, je nieuwe voorstelling?

'Dat weet ik nog niet.'

Is dat niet raar? De toer begint al op 17 september.

'Zo werk ik altijd. Soms heb ik een leidraad, soms niet. Het schrijven is een proces dat nooit stopt. Ik verzamel dingen, schrijf zo nu en dan wat op. Ik pik eruit wat ik interessant vind en dan brei ik er langzamerhand een programma van. Soms heb ik pas na tien try-outs door welke kant het opgaat.'

Keert de ziekte terug in je voorstelling?

'In het begin dacht ik: ik ga het er zeker niet over hebben. Ik wil dat het klaar is, ik wil verder. Ik heb geen zin om honderd keer dat verhaal over die stamcellen te vertellen. Ik ben sneller moe, meer hoeven de mensen niet te weten.'

Je publiek wil vast meer horen.

'Dat weet ik. Het is alleen maar liefde, hartstikke schattig. Ik merkte in mijn programma dat het er hier en daar toch doorheen begon te sijpelen. Nou ja, dat moet dan maar, ik schaam me er niet voor. Ik heb aan deze periode toch ook wel een paar erg leuke stukjes overgehouden. Maar die gaan over de gezondheidszorg, of over hoe ziektekostenverzekeringen werken. Mijn ziekte druppelt door in de voorstelling.

'Ik wil niet over de dood praten of over ziekten. Dat laat ik links liggen. Er is me gevraagd om vanwege mijn ziekte op de voorgrond te treden, om het onder de aandacht te brengen van een groter publiek. Ik heb ervoor bedankt. Ik wil me concentreren op het doel in mijn leven.'

En dat is?

'Optreden! Ik heb twee jaar lang niet lekker kunnen optreden. Man, het voelde zo leeg. En weet je waarom ik hier rondloop? Ik voelde me zo doelloos. Op vakantie gaan, leuke dingen doen, het voelde allemaal leger. Ik moet optreden.'

Heeft het je veranderd?

'Nee. Ik heb niet het gevoel dat ik meer aandacht aan mijn familie moet besteden of me anders moest gedragen. Ik leef nog precies hetzelfde.'

En straks, op het podium?

'Daar ben ik nog steeds dezelfde. Ik had mijn leven kennelijk behoorlijk op orde, ik verander niet meer. Dat moet ook eigenlijk wel, hè, na je 40ste, 45ste. Het klopte wat ik deed. Met mijn lieve vriend Koos Terpstra, mijn regisseur, praat ik vaak over dat soort dingen. Wat wil je nou? Waar haal je inspiratie vandaan? Wat zou je anders willen? Nou, niet veel.

'Mijn humor is hetzelfde gebleven. Misschien sta ik wat anders op het toneel, dat zou kunnen. Mijn houding is iets anders. Koos zag het. Ik merk wel waar het op uitdraait.'

Hans Sibbel. Beeld Ernst Coppejans

Volgens Helga Voets van je impresariaat Bunker Theaterzaken moet je een nieuw personage uitvinden op het toneel.

'Natuurlijk. Het wordt anders, dat heb ik in Toomler al gemerkt. Als ik ergens een kwartier moet spelen, ga ik beuken, zeker als het stand-up is. Grappen zo dicht mogelijk op elkaar en elke overbodige zin eruit. Knallen! Maar in Toomler merkte ik dat het niet meer zo goed werkte.'

Hoe komt dat?

'Vroeger overkwam het me ook soms. Dan deed ik een stukje en dan werkte het niet. Als ik er bijvoorbeeld minder energie in stak, mislukte het. Het is belangrijk hoe je iets zegt, de vorm is net zo belangrijk als de inhoud. Er zijn maar weinig grappen die altijd slagen, ongeacht hoe je ze uitspreekt. Dat is gelukkig ook de magie van humor. Het is soms zo ongrijpbaar. Intonatie doet alles.

'Een paar maanden geleden moest ik in Toomler de avond afsluiten. Dat is een bijzondere plek, de laatste. Daar zet je een sure shot neer. Lachen! Het was op een vrijdagavond voor de vakantie en het ging gewoon niet. Ik ben daarna ook weer een week ziek geweest, door een virusinfectie. Ik lag apathisch op de bank.

'Later zeiden mensen dat ik bij Toomler al zo bleek zag. Ik ging optreden, met goeie stukken die hun waarde hadden bewezen, en niemand lachte. Ik wist bij God niet wat ik doen moest, ik was te moe in mijn hoofd. De toon was verkeerd, alles was verkeerd. Je ziet het bij de anderen vaak ook, dan gaat alles verkeerd. Mensen gaan schreeuwen, of worden boos op zichzelf en zijn met twintig andere dingen bezig. Oh man, dat is zo leuk.'

Hans Sibbel. Beeld Ernst Coppejans

Hans Teeuwen sprak laatst over het 'cabaret van toen', dat volgens hem voortkwam uit morele superioriteit: wij zijn goed en dat moet ik van jullie nog maar zien.

'Hij heeft hier zeker een punt. Maar ook hij waant zich superieur. Dat zit in ons allemaal. Het haantje. Als je over alles twijfelt, kun je geen cabaret doen. Op het toneel moet je superioriteit uitstralen. Zó moet je het doen, zó zit het leven in elkaar. En als je dan toch inhakt op de islam of op Mark Rutte, is het leuker om het op een grove manier te doen. In de nuance zit geen humor en als je alles op een subtiele manier zegt, gaan de mensen niet nadenken.

'Ik trap liever iets te hard, zodat mensen boos worden en over een kwestie gaan praten. Ik denk wel dat ik de goede richting op wijs als cabaretier, maar dat wil niet zeggen dat iedereen het met me eens is. Hartstikke goed! Zolang we elkaar maar niet dood maken.'

Is de twijfel toegenomen?

'Nee. Nee. Vroeger wist ik alles zeker uit angst. Ik blufte. Nu ben ik zekerder van mijn zaak omdat ik denk te weten hoe de wereld eruit zou moeten zien. Ik weet hoe we met elkaar om moeten gaan, zodat het allemaal even wat leuker wordt. Het klinkt allemaal veel te groot, hè, dat weet ik ook wel.'

Denk je dat je invloed hebt?

'Ik zeg wat ik te zeggen heb, invloed of geen invloed. Soms raak je een snaar, soms niet. Wat we allemaal nodig hebben, is iemand die ons er zo nu en dan aan herinnert waar het ook alweer om gaat. Zoals iemand die een hartaanval heeft gekregen beseft dat hij er meer voor zijn kinderen moet zijn.

'Maar dat is niet mijn drijfveer, hoor. Ik vind het gewoon heerlijk om op het toneel te staan en te roepen wat ik van de wereld vind. God verhoede dat ik veel invloed zou hebben. Dan wordt het opeens heel eng om iets te roepen, want dan is wat ik zeg waar. Nou, no way. Ik sta op het toneel te liegen dat ik barst en de helft meen ik niet.'

Loop je nog hard?

'Ik heb het vanochtend weer geprobeerd. Ik liep altijd ongeveer 15 kilometer per uur, nu is het maar 7 kilometer per uur. Pok! Het voelt zo traag en ik kom niet in die flow terecht. Het klopt niet. Fietsen ook. Zolang het windstil is, is er niks aan de hand, maar wind tegen, pfff. Het voelt onprettig in mijn lichaam. Ik heb een elektrisch scootertje gekocht, daar doe ik het meeste mee. Ik geef er maar aan toe, maar eigenlijk moet mijn hoofd er nog aan wennen.'

Hoe was het om al die tijd niks te kunnen doen?

'Mark Rutte zeikt altijd over werklozen, maar ik kan je vertellen dat die mensen het een stuk moeilijker hebben dan mensen die wel werk hebben. Bij de werklozen zit de pijn. En die mensen gaan ze korten en verwijten dat ze hun handje ophouden. Fuckers.'

Jij zat hier over het water te staren, hopend op een meerval.

'Ach man. Ik had vier weken in het ziekenhuis gelegen. Vier weken in twintig graden, met dezelfde lucht. En je kijkt naar buiten, op de Zuidas, met al die lege kantoren om je heen terwijl je zelf in een kutkamertje ligt. Hoe hebben we het in de wereld zo kunnen regelen? Enfin, toen ik weer buiten liep, na de laatste behandeling, biggelden de tranen over mijn wangen. Wind in mijn gezicht! Ik was zo blij dat ik er nog was.'

Met de voorstelling De Paardenpoetser is Hans Sibbel vanaf 17/9 terug in het theater. Speellijst op lebbis.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden