Terug naar Wenen in 1954

Van de roman Het verborgen stadspaleis is niet de inhoud zo bijzonder maar de schrijfster. Elisabeth de Waal, geboren in 1899 in Wenen, gehuwd met een Nederlander en gestorven in 1991 in Engeland, was de dochter van baron Viktor von Ephrussi, een bankier, die in 1938 na de Anschluss van Oostenrijk aan Hitlers Derde Rijk alles verloor en alleen nog het vege lijf kon redden. De Ephrussi's waren Joods en de nazi's plunderden hun weelderige paleis aan de Ringstrasse. Kunstschatten werden geroofd; de bank werd onteigend.

Manuscript

De kleinzoon van Elisabeth de Waal, Edmund, heeft het bankiersgeslacht Ephrussi, stammend uit Odessa, aan de vergetelheid ontrukt. In 2010 verscheen zijn meeslepende boek De haas met de amberkleurige ogen. De lezers van dit boek kennen Elisabeth de Waal, want zij speelt hierin een rol. Zij groeide op in het Palais Ephrussi, studeerde aan de universiteit van Wenen rechten en filosofie, maar haar passie was poëzie. Al in de jaren twintig verliet ze Oostenrijk. Na 1945 keerde ze tijdelijk terug naar Wenen in een poging nog iets te redden van het omvangrijke familiebezit. Het resultaat was pover.

Ze schreef vijf romans die tijdens haar leven niet werden gepubliceerd. In een van deze romans verwerkte ze haar indrukken van het naoorlogse Oostenrijk. Edmund de Waal vond het manuscript in haar nalatenschap. En zo verscheen in 2013 The Exiles Return, waarvan nu een Nederlandse vertaling is verschenen.

Remigranten

Het verborgen stadspaleis gaat over drie mensen met Oostenrijkse wortels die in 1954 vanuit Amerika terugkeren naar Oostenrijk, dat toen nog door de geallieerden werd bezet. Interessant is het verhaal over de Joodse professor Adler, gevlucht in 1938. Hierin wordt een beeld geschetst van het naoorlogse Wenen en hoe daar toen mensen als Adler werden bejegend. Hij wil en kan weer gaan werken in zijn oude Weense instituut, dat intussen wordt geleid door een 'niet berouwvolle nazi'. De professor wordt geenszins met open armen ontvangen. De Oostenrijkers hebben verdrongen dat zij in 1938 hebben staan juichen bij de komst van Hitler. In 1954 zijn ze van mening zelf oorlogsslachtoffer te zijn. Mensen als Adler, die aan het verleden herinneren, zijn niet echt welkom.

Het verhaal over de beide andere remigranten, een Griekse miljonair en een knap, maar naïef 18-jarig meisje, heeft met het vorige weinig van doen. Hier gaat het om een liefdesdrama met dodelijke afloop dat had kunnen eindigen in een groot schandaal. Dat wordt door een pater jezuïet verhinderd. De uiterlijke schijn dient te worden bewaard. Dat is weer heel Oostenrijks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden