Terecht opnieuw uitgegeven: Al onze gisterens van Natalia Ginzburg (****)

Natalia Ginzburg beschrijft de lotgevallen van twee gezinnen tegen de achtergrond van het begin van WO II. Terecht opnieuw uitgegeven. 

Natalia Ginzburg
Al onze gisterens (****)
Uit het Italiaans vertaald door Henny Vlot
Nawoord van Arjan Peters
Meulenhoff; 336 pagina’s; € 19,99

Daar loop je dan, als lezer van de roman Al onze gisterens, door dat huis waar gebeurt wat in alle huizen op de hele wereld gebeurt: er wordt geboren, er wordt gestorven, er wordt gehaat, er wordt liefgehad. Bedremmeld, omdat je weet wat de wereld te wachten staat terwijl hier gewoon geleefd wordt. Bedrieglijk geruststellend stapelt de tijd uur op uur, dag op dag: Anna krijgt haar eerste kus, haar zus Concettina schrijft aan haar scriptie, de pasta met groenten wordt opgediend – maar de even sobere als bijtende vertelstijl van Natalia Ginzburg heeft een inktzwarte grondtoon. Want ook al is er volgens de overbuurjongen Emanuele ‘nooit groot nieuws’ en laat de oorlog hem ‘wegkwijnen van verveling’, buiten de muren van het huis, ergens ver weg nog, zwelt het helse orkest van de naderende vernietiging aan.

Beeld Floor Rieder

Natalia Ginzburg (1916-1991) was de dochter van een joodse vader en een katholieke moeder. In 1938 trouwde ze met de journalist en schrijver Leone Ginzburg, die een belangrijke figuur in het Romeinse verzet was. In 1944 stierf hij na in de Regina Coeli-gevangenis door de Duitsers te zijn gemarteld. Een van de drie kinderen van het echtpaar is de historicus Carlo Ginzburg (1939), wiens werk wereldwijd werd vertaald. In 1950 hertrouwde ze. Het oeuvre van Natalia, die als redacteur bij het statige Turijnse uitgeefhuis Einaudi werkte en in de jaren tachtig voor de Communistische Partij zitting had in het parlement, was al lang niet meer in de Nederlandse boekhandel te vinden; Alle romans dateert alweer van 2002, een hele generatie lezers geleden. Daarom is het zo goed dat deze heruitgave er is, overigens in de vertaling van Henny Vlot uit 2001, die bijna twintig jaar na dato inderdaad nog zeer goed leesbaar is.

Al voordat het verhaal begint, is er afscheid genomen van de moeder des huizes. Ze had een zwakke gezondheid en ‘vier kinderen waren te veel voor haar geweest’. Op het kerkhof bidden Anna, Giustino, Concettina en Ippolito niet, ‘want vader zei altijd dat bidden iets stoms was’. Hij was advocaat, vader, maar hij heeft alles opgegeven om zijn memoires te schrijven, een boek waarin ‘gepeperde dingen’ over de fascisten en de koning staan. Maar er zijn momenten dat dat gepeperde boek hem toch niet zo mooi lijkt, en dus sodemietert hij op een goede dag de hele bliksemse papierboel in de open haard. De vlammen van die brandende stapel volgetypte vellen flakkeren onheilspellend op in de slagschaduw van morgen. Niet lang daarna wordt vader ziek, en op een ochtend sterft ook hij. We lopen nog maar twee hoofdstukken in dit huis rond, en nu al zijn bijna alle gisterens van deze familie achter onze rug afgebrokkeld.

Beeld Floor Rieder

Anna, Concettina, Ippolito en Giustino moeten na de dood van hun ouders hun leven op de rails zien te houden, samen met juffrouw Maria, die de grootouders al diende en reizen met hen maakte. Anna en Giustino gaan naar school, Concettina en Ippolito studeren. Die laatste probeert de baas te spelen in het huishouden, maar niemand luistert naar hem.

In het huis ertegenover wonen de directeur van een zeepfabriek, zijn mondaine vrouw en hun drie kinderen Emanuele, Giuma en Amalia. Als de oude heer overlijdt, valt ook zijn gezin uit elkaar – ‘mammie’ is te veel met zichzelf bezig. De levens van de zeven kinderen aan weerszijden van de straat, ieder met zijn eigen idealen en dromen, kruisen elkaar, raken verstrengeld – het lijkt alsof er in de twee huizen geen plaats is voor iets van daarbuiten, omdat heel het leven daar al binnen is. Maar uiteindelijk begint de oorlog grote gaten te slaan, vaagt bijna alles weg van wat ooit waardevol was. Als Anna op haar zestiende in verwachting raakt van Giuma, die niets van het kind wil weten en ook niet van haar houdt, is de enige oplossing dat ze trouwt met de dertig jaar oudere Cenzo Reza, een vroegere vriend van vader die de wereld heeft bereisd. Met haar echtgenoot vertrekt Anna naar zijn geboortedorp in het zuiden, waar alleen boeren wonen en de wegen ’s winters in modder veranderen.

Het is Anna die Al onze gisterens, oorspronkelijk verschenen in 1952, haar stem geeft, haar nog kinderlijke stem. Haar leven staat op beginnen op een moment dat al haar gisterens in één woeste vloedgolf zijn verdwenen en het woord toekomst niets meer betekent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.