Ter Balkt laat zich niet tot nostalgie verleiden

Interviewer brengt op Poetry International paardenvijgen en hooi mee voor H.H. ter Balkt. ‘Dat moet wel terug, hoor!’..

‘De strijd gaat altijd door’, baste de dichter H.H. ter Balkt met zijn diepbronzen stem afgelopen maandag tijdens Poetry International. Zowel de huidige dichtkunst als de teloorgang van het landschap maken hem, hoe ouder hij wordt, alleen maar kwader: ‘Soms denk ik wel eens dat de enige poëzie die er nog in gaat, bestaat uit schreeuwen en stinken.’

Ter Balkt werd geïnterviewd door landschapsarchitect Adriaan Geuze, een verklaard bewonderaar van de dichter. Hij opende het gesprek met een ode aan Ter Balkt waarin hij de schrijver als navolger presenteerde van een lange rij klassieke schilders als Potter, Hobbema, Ruysdael en Jongkind.

Het eerbetoon bracht Ter Balkt geenszins van zijn stuk. Ook de balen hooi, paardenvijgen, berkenbasten en rode klavers die Geuze een dag eerder bij elkaar had gescharreld in Ter Balkts geboortedorp Usselo en die hij onder de neus van de dichter op tafel deponeerde, konden Ter Balkt niet ontroeren. De dichter, nuchter: ‘Dat moet wel allemaal terug, hoor!’

Geuze deed nog een poging door een serie dia’s te laten zien van het Twentse dorp in zijn huidige staat. Chique villa’s, een overdaad aan reclameborden, een dorpsplein vol dure auto’s. Maar op Geuzes vraag: ‘Grijpt dit alles je niet naar de keel?’, antwoordde Ter Balkt enkel: ‘Ik zou niet weten wat ik hierop moet zeggen.’

Even leek het erop dat Geuze teleurgesteld was dat Ter Balkt zich niet liet verleiden tot nostalgisch sentiment over het verloren landschap van zijn jeugd. Maar in feite was het publiek getuige van een bijzondere ontmoeting tussen twee mensen die zich allebei zo machteloos voelen dat zij elkaar pas vonden in een cynische uitroep als: ‘Dan moet er in het vervolg maar geregeerd worden door Hell’s Angels, of daarop gelijkende schepselen.’

Het gesprek vond plaats in het kader van het ‘stad en land’ thema dat Poetry International dit jaar hanteert. Daags ervoor was er al een discussie met minister Cramer, Adriaan Geuze, filosoof Jan-Hendrik Bakker en de dichters Maria Barnas en Willem van Toorn. Aanleiding was het pamflet ‘Projekt Nederland’ dat Willem van Toorn vorig jaar publiceerde over de ‘verrommeling’ van het Nederlandse landschap.

Dit gesprek miste de aanwezigheid van de rijksbouwmeester of een projectontwikkelaar, want het gezelschap was het te veel met elkaar eens. Geuze probeerde nog wel olie op het vuur te gooien door te stellen dat Van Toorns pamflet, hoe goed bedoeld ook, veel te mild was, maar zijn woede werd niet opgepikt.

Je kon je ook afvragen wat een gesprek als dit in een poëziefestival deed. Gelukkig stelde de scherpzinnige presentator Tracy Metz tot slot de dichters de vraag of een industrieterrein of misschien zelfs een Vinexwijk hen tot een gedicht zou kunnen inspireren. Zowel Barnas als Van Toorn hielden het op een voorzichtig, maar weinig overtuigend ‘ja’.

Even later stonden acteurs van de Arnhemse Toneelschool in de foyer op blote voeten in bergen aarde. Bezoekers die zich geen zorgen maakten over gepoetste schoenen, kregen prachtige gedichten over stad en land ingefluisterd: ‘In de lift struikel je over de drempel uit een zeker huis./ Een plafond van sterren stijgt.// Zo storten twintig verdiepingen. Languit./ Er staat een stad op.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden