Tentoonstelling Seth Price is mooie poging, maar ijdele hoop

Beeldende kunst - Seth Price

Van dichtbij snap je er niets van; van een afstand valt alles op zijn plaats. Dat zou zomaar de bedoeling kunnen zijn van de overzichtstentoonstelling van Seth Price. Een mooie poging. Maar in dit geval, door een teveel aan variatie, ook ijdele hoop. Wat zegt dat over het Stedelijk Museum in Amsterdam?

Werk van Seth Price in het Stedelijk Museum Amsterdam. Foto Gert Jan van Rooij

Ooit met uw neus te dicht op een schilderij van Georges Seurat gestaan? U weet wel, de 19de-eeuwse Franse neo-impressionist die zijn metersgrote doeken vol stippelde met duizenden kleurpuntjes die op een afstand een Parijs' park laten zien of baders aan de oever van de Seine. Maar die dichtbij weinig zinnigheid opleveren. Ja, dit: dat je er stekende hoofdpijn van krijgt. Volgens Seurat zouden de kleurvlekjes op het netvlies van de kijker ineenvloeien tot iets herkenbaars. Hij had zijn 'pointillistische' werkwijze zelfs wetenschappelijk onderbouwd. En verdomd, het werkt.

Ik moest aan hem denken, lopend door de zalen van het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar op dit moment de overzichtstentoonstelling van de Amerikaanse kunstenaar Seth Price (1973) is te zien. De omvangrijke presentatie, op de halve bovenverdieping, met video's, tekeningen, aantekeningen, afdrukken en kilometers plastic is hetzelfde opgebouwd als een schilderij van Seurat. Van dichtbij snap je er niets van. De werken maken een duizelingwekkende indruk die moeilijk op waarde te schatten valt.

Wat Price (en het Stedelijk) waarschijnlijk graag zou willen is dat de tentoonstelling na enige tijd als duizenden puzzelstukjes op zijn plaats valt. Dat alle verschillende indrukken een geheel vormen - als bij een geslaagd impressionistisch schilderij.

Het is een mooie poging. Het is bij dit overzicht van Price ook ijdele hoop. Wellicht komt dat door de te grote variatie aan beelden. Price meandert door de wereld van televisie en politiek, van webdesign en reclamefotografie, promotiefilmpjes van de wapenindustrie en schilderijen uit de kunstgeschiedenis. Wellicht komt het ook door de ondoorgrondelijkheid van de individuele kunstwerken: de ongefilterde opnamen van de aanslag op Ronald Reagan (in 1981), een eigen kledinglijn van 'envelop-jassen', uitvergrote lichtbeelden van stukken huid of in kunststof geperste afgietselen van zijn 'knoop-schilderijen'.

Social Synthetic

Beeldende kunst
Seth Price - Social Synthetic.
Stedelijk Museum, Amsterdam, t/m 3/9.

Zo associatief als Price te werk gaat en het Amsterdamse Stedelijk Museum het toont, zo associatief zal ook de toeschouwer zijn zintuigen en hersencellen moeten aanspreken. Om zich een eigen netwerk van indrukken te vormen, vergelijkbaar met het netwerk dat Price wil 'blootleggen van aan elkaar verwante maar ook steeds veranderende bespiegelingen'. Is dat niet iets te veel van het goede? Het lijkt me een uitgangspunt waar je minstens tien levens voor nodig hebt. Of Price een waardevolle toevoeging geeft aan het arsenaal beelden en ontwerpen, onderwerpen en thema's dat dagelijks in de media op ons wordt afgevuurd? Geen idee.

Kun je dat Price aanrekenen? Zeker. Maar ook het Stedelijk. De tentoonstelling van Price staat namelijk niet op zich. Het is niet de eerste keer dat het museum de bezoeker zo'n gefragmenteerde opzet voorschotelt. Het lijkt de afgelopen tijd zelfs een beproefd model. Want is de toename van dit soort 'pointillistische' tentoonstellingen niet opmerkelijk, sinds de komst van Ruf in 2014? Beginnend, een paar jaar geleden, met Ed Atkins en Isa Genzken, recentelijk Magali Reus en Jordan Wolfson (niet zijn poppen, wel de zaalopstelling), en nu Nalini Malani, en Price dus. Ze houden er allemaal een uiterst suggestieve en associatieve manier van werken en presenteren op na.

Zou het karakteristiek zijn voor de aanpak van Stedelijk-directeur Beatrix Ruf, deze voorkeur voor onuitgesproken dwarsverbanden en moeilijk te verifiëren associaties? De Stedelijk-bezoeker krijgt in elk geval met regelmaat een doos legoblokjes over zich uitgestort waarmee hij naar believen zelf iets in elkaar mag knutselen, zonder dat het museum een clou geeft. Met cryptische kunstwerken als kleine onderdelen van een onuitgesproken verhaal, waarvan de 'betekenissen voortdurend opnieuw worden gedefinieerd en worden aangepast aan wisselende contexten, situaties en machtsrelaties', zoals het Stedelijk het werk van Price probeert te verduidelijken.

Een tentoonstellingsmodel dat soms ook goed uitwerkt, zoals bij Atkins. Wie door de zalen wandelde, ervoer toen hoe de beelden zich aaneenregen tot een stevige impressie van het hedendaagse ondermaanse, wellicht even ongrijpbaar als bij Price, maar voelbaar tot in het ruggemerg. Bij Price blijft het evenwel sprokkelen naar eenheid en duiding. Dat maakt op zich niets uit voor de neo-neo-impressionistische tentoonstellingskoers die het Stedelijk lijkt te volgen. Je krijgt het sterke vermoeden dat Beatrix Ruf zich tot de nieuwe Georges Seurat onder de museumdirecteuren wil ontwikkelen.

Geslaagd beeldrijm

Wat IS, Daniel Pearl en David en Goliath met elkaar te maken hebben. Volgens Price.

Beeldrijm kan even mooi als schrijnend zijn. Een geslaagd voorbeeld op de tentoonstelling van Price is de foto van de vermoorde Amerikaanse journalist Daniel Pearl, van wie het afgesneden hoofd door een jihadist omhoog wordt gehouden. Het deed de Amerikaanse kunstenaar denken aan Caravaggio's schilderij David en Goliath, uit 1610. Een dramatische beeltenis, die nog dramatischer wordt als je weet dat het afgehakte hoofd van Goliath een zelfportret van Caravaggio is. Wat ook, doordenkend in de beeldrijm van Price, iets zegt over wiens hoofd aan de vingers van de jihadist hangt. Precies: dat van de media die zulke foto's de wereld in sturen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.