Recensie tentoonstelling

Tentoonstelling over het fenomeen Kwab is een perfect gedoseerde exposé (vier sterren)

Het Rijksmuseum wijdt voor het eerst een volledige tentoonstelling aan het fenomeen kwab. Je blijft maar kijken.

Tentoonstelling Kwab. Beeld Rijksmuseum

KWAB: Dutch design in de eeuw van Rembrandt, Rijksmuseum, t/m 16/9. 

Nog even over de ster van de tentoonstelling, de kan die Adam van Vianen in 1614 maakte ter nagedachtenis aan zijn broer, Paulus. Je treft haar in de tweede zaal; een zwenkende kruik in verguld zilver met amfibische uitstulpingen gedragen door een gedrocht. Haar logica is de logica van dromen. Pogingen om grip te krijgen op haar vorm zijn als pogingen om grip te krijgen op je gedachten wanneer je stoned bent: vruchteloos. Het is toepasselijk dat de kan wordt geflankeerd door een schilderij van Barend Graat waarop ze figureert als Pandora’s doos. Zij vormde het zaadje waaruit de kwabstijl groeide als een ontembare slingerplant.

De kan van Adam van Vianen.

De geschiedenis van dit ornament werd in de Volkskrant al eerder uit de doeken gedaan. De stijl werd rond 1600 ontwikkeld door Utrechtse zilversmeden, waarna Amsterdamse handwerkslieden die toepasten in meubels, behang, lessenaars, koorhekken, lijsten en zo meer; in Duitsland, waar de stijl bekend staat als Ohrmuschelstil, waagde men zich er ook aan, zij het mondjesmaat. Kwabornamenten herken je gemakkelijk. Ze doen denken aan oorschelpen en druipend kaarsvet en aan duizend andere dingen die ik omwille van de leesbaarheid hier niet allemaal ga opnoemen. De stijl raakte uitgebloeid voor het eind van de 17de eeuw, maar sporen ervan treft men nog steeds aan in modernere kunst: in Goya’s Capriccio’s, in Art Nouveau en in de amorfe objecten van Dalí. De presentatie in het Rijksmuseum is de eerste volwaardige expositie die aan het fenomeen wordt gewijd. De regie was in handen van meubelconservator Reinier Baarsen.

Het is een tentoonstelling als een essay, iedere zaal een hoofdstuk, elke vitrine een alinea; een perfect gedoseerd exposé. De vormgeving (van scenograaf Keso Dekker) is donker en nadrukkelijk, op het theatrale af. De kwabobjecten worden getoond naast tekeningen en schilderijen waarop ze figureren tussen grijs gemarmerde wanden en zwart-wit gestreepte vloeren. Dat is minder storend dan het klinkt. Niet storend. De harde vormgeving doet kwabs organische karakter goed uitkomen – al blijven die geprinte schilderijlijsten op de vloer een decoratieve miskleun.

Tentoonstelling Kwab. Beeld Rijksmuseum

De expositie begint met een rijtje sierstukken van de grondlegger van de stroming, de uit Utrecht afkomstige en aan het Praagse hof van Rudolf II werkzame zilversmid Paulus van Vianen: een drinkschaal op een steel, een schaal met vissenkoppen en maskers op de rand. Per vitrine zie je het aandeel kwab groeien als een droedel tijdens een telefoongesprek. Of Paulus zich realiseerde dat hij bezig was het fundament voor een stijl te leggen, is twijfelachtig. Zijn broer, Adam, deed dat zeker.

Naast de beroemde kan uit 1614 is er van hem hier een dikbuikig exemplaar met voorstellingen uit het verhaal van de Romeinse soldaat Marcus Curtius; een object dat oogt alsof het in zijn vorm is gelikt in plaats van gehamerd. Ik bleef er omheen draaien, zoals je doet bij een potentiële aankoop. Mijn geest draaide ook. De kan deed me denken aan een chocoladefontein, aan een smeltende plastic pop en aan die vloeibare robot uit Terminator II en dat zegt weinig over mijn rijke fantasie en alles over de suggestieve kracht van de  kan. Hij draagt de belofte van andere kunstwerken in zich. Zoals veel kwabobjecten lijkt hij op een vastgelopen morph.

Dat veranderlijke zit ook in het beroemde drinkbakje van de Amsterdamse zilversmid Johannes Lutma, een sierstuk waarmee Rembrandt hem op een ets vereeuwigde. We zien een hondachtig beest drinken uit een watertje dat op het tweede gezicht een reusachtige vissenmuil blijkt te zijn. De ene voorstelling vloeit over in de andere, zoals onze gedachten in elkaar overvloeien. Ernaar kijken, is kijken naar de kwikzilverachtige veranderlijkheid van de menselijke geest zelf.

KWAB, HET BOEK

Ook noemenswaardig bij deze expositie: de verrassend goede catalogus. Recente Rijksmuseum-catalogi lazen soms als een onderonsje tussen kenners (Maelwael) of werden ontsierd door een onzalige vormgeving (Small Wonders, High Society), maar de kwabstudie is zoals je hoopt dat een catalogus zal zijn: toegankelijk, goed geschreven en met een dienend ontwerp. Uit het boek vallen lessen te trekken. Belangrijkste les: het kan geen kwaad om een groot project onder supervisie van een persoon te stellen en die ene persoon ook direct het hele boek te laten schrijven, in dit geval meubelconservator Reinier Baarsen. Nu wordt een onderwerp vaak onder talrijke experts verdeeld, waardoor uiteindelijk niemand iets allesomvattends of wezenlijks kan beweren. In verscheidene generaties – Paulus, Adam en Christiaen van Vianen, Johannes Lutma et cetera – wordt de geschiedenis van kwab uit de doeken gedaan. Aandacht voor het ornament in Duitsland en Engeland is er ook.

Catalogus: KWAB: ornament als kunst in de eeuw van Rembrandt Nai010 Uitgevers, paperback €40,-

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.