Review

Tentoonstelling Ata Kando onweerstaanbaar

Kunst - Het Nederlands Fotomuseum, Rotterdam

Ata Kando is een representant van een generatie vrouwelijke fotografen die hun positie met ongekend doorzettingsvermogen hebben veroverd. De onderwerpen van haar foto's - kinderen, vluchtelingen, vrouwen - geven de expositie iets onweerstaanbaars.

Hongaars-Oostenrijkse grens, 1956 Foto Ata Kando

Op een filmpje in zwart-wit bij de ingang van de tentoonstelling Ata Kando, I shall use my time, is de hoogbejaarde fotografe te zien terwijl ze poseert voor een portret. Slechtziend is ze, maar desalniettemin gluurt ze door de zoeker van haar oude Rolleicord zoals ze dat talrijke decennia moet hebben gedaan. De speelse vanzelfsprekendheid waarmee ze de camera hanteert, verraadt hoe vertrouwd ze ermee is, ja bijna vergroeid. Levende fotogeschiedenis is ze, op film prachtig vereeuwigd door haar jongere bewonderaarster, fotografe Sacha de Boer.

Het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam brengt een eerbetoon aan de in 1913 in Boedapest geboren fotografe in ruste, die zaterdag 103 wordt. Hoogtepunten uit haar oeuvre zijn er te zien - de beeldverhalen waarin haar kinderen een hoofdrol spelen; vroege, uit het archief opgediepte portretten ook van die kinderen; reportagebeelden van uitgeputte Hongaarse vluchtelingen uit het rampjaar 1956, en haar latere (kleuren)foto's van Indianen in het Amazonegebied. Een beknopte bloemlezing uit Kando's werk is het, gecompleteerd door portretten die bewonderaars, voormalige leerlingen vaak, van haar maakten. Behalve Sacha de Boer: Kadir van Lohuizen, Hans Bol, Stephan Vanfleteren en Koos Breukel.

De onderwerpen die Kando beroeren - kinderen, vluchtelingen, vrouwen - gecombineerd met die portretten van de oude, fragiele vrouw met nog altijd een twinkeling in haar ogen - geven de tentoonstelling iets onweerstaanbaars. De titel, waarin de belofte schuilt dat Kando haar leven betekenis wil geven, weerspiegelt ook haar strijdlust. Zachtmoedig misschien als het aankomt op de mensen die ze fotografeert, volhardend en ernstig als het gaat om de inhoud van haar werk.

Kando is een representant van een generatie vrouwelijke fotografen die hun positie met ongekend doorzettingsvermogen hebben veroverd. De Tweede Wereldoorlog dwarsboomde haar carrière, als van zovelen. In de oorlog kreeg ze met haar man Gyula haar zoon en tweelingdochters. Na de oorlog verhuisde het gezin naar Parijs. Terwijl Gyula in 1949 terugkeerde naar Hongarije, waar het IJzeren Gordijn zich achter hem sloot, bleef Ata in Parijs. Ze stond er wat betreft de opvoeding van de kinderen alleen voor. In de schrale naoorlogse jaren werkte ze om rond te komen in de donkere kamer van het net opgerichte fotoagentschap Magnum. Daar, in wat een onuitputtelijke inspiratiebron moet zijn geweest voor de jonge fotografe, leerde ze Ed van de Elsken kennen, met wie ze kortstondig getrouwd was en naar Amsterdam verkaste - het begin van haar verbintenis met Nederland.

Deelnemen aan het Hongaarse verzet in oorlogstijd, kinderen baren en opvoeden, brood op de plank brengen, relaties beëindigen en beginnen, en dan ook nog een carrière opbouwen als fotografe. Het is haar wonderwel gelukt. Hoe roerig haar leven ook was en hoe veelbewogen de jaren van nazibezetting en Koude Oorlog, haar werk kenmerkt zich door concentratie, een scherp oog voor compositie en, zeker in haar verhalende werk, sereniteit. Voor haar fotokinderboek Droom in het woud (geïnspireerd door een zelfverzonnen verhaal van haar zoontje) liftte ze in 1955 naar de Alpen waar ze in slechts enkele uren tijd in het bergdecor een serie foto's maakt met haar engelachtige kinderen in ijle sferen. Het klinkt wat wee, maar de foto's zijn intens en ijzersterk - een gematerialiseerde droom.

Tekst gaat door onder de foto

Ata Kando: I shall use my time
Fotografie
*****
Nederlands Fotomuseum
Rotterdam, t/m 1/1.

Foto RV

Die schijnbaar vanzelfsprekende verbondenheid met kinderen komt ook in haar werk over de Hongaarse vluchtelingen steeds terug. In 1956 reisde ze naar de Hongaars-Oostenrijkse grens om het lot vast te leggen van de Hongaren die het land achterlieten nadat de Sovjet-Unie het land was binnengevallen om een einde te maken aan de opstand tegen de communistische dictatuur. Politiek activisme is ver weg op haar foto's, alle aandacht gaat uit naar ontheemden, naar de kinderen die zich als eerste lijken aan te passen aan de omstandigheden van noodopvang in schoolgebouwen, de vloer bedekt met strobalen die als matras moeten dienen. Kando zet ze niet neer als slachtoffers. Het besef dat deze mensen meer zijn dan vluchteling alleen straalt voortdurend van haar foto's af. Een tijdloze kwaliteit, die ons ook nu tot voorbeeld kan dienen.

Fotograferen na de hongaarse opstand

Ata Kando wilde in 1956 haar Hongaarse landgenoten helpen.

Tijdens de Hongaarse opstand en het bloedig neerslaan daarvan door de Russen in 1956 vertrok Ata Kando met collega-fotografe Violette Cornelius naar de Hongaars-Oostenrijkse grens om haar landgenoten te helpen. Iets beters dan ze fotograferen wist ze niet te verzinnen, verklaarde ze later. In enkele maanden tijd maakte ze voldoende beelden voor een boek, dat in twee maanden werd geproduceerd. Er werden onder auspiciën van het Nationaal Comité Hulpverlening een half miljoen exemplaren gedrukt, die een half miljoen gulden opleverden - naar hedendaagse maatstaven ongekend grote getallen voor een fotoboek. De opbrengst is gebruikt voor hulp aan de vluchtelingen.

Kort voor het uitbreken van de opstand had Kando met haar kinderen als model gewerkt aan Kalypso & Nausikaä, een beeldverhaal gebaseerd op Homerus' Odysee. Voor dit boek wist Kando geen uitgever te vinden. In 2004 verscheen het alsnog bij de Verbeelding.

Foto RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.