Tentoonstellen of het depot in?

Welke collectiestukken kunnen maar beter in het depotblijven en welke moeten juist gezien worden? Beheerders en conservators over waarom het ene werk museumfähig is en het andere in de kelders blijft.

Beeld Aurélie Geurts

1) Bart Rutten, conservator beeldende kunst Stedelijk Museum

Moet worden tentoongesteld:

Anna Boch, Vrouwenfiguur in landschap, 1890

'Onlangs stuitten we bij een inventarisatie in het depot op Vrouwenfiguur in landschap van de Belgische schilder Anna Boch uit 1890, de begintijd van nieuwe modernistische tendensen. Dit werk stamt uit de impressionistische, pointillistische periode. Je ziet een dame onder een parasol, die fel oplicht. Ze kijkt naar een vennetje.

'Anna en haar broer, kunstschilder Eugène Boch, waren van de rijke industriële familie Villeroy & Boch, van wie we allemaal de keramieken kennen. Bijzonder is dat zij de enigen waren die een doek van Vincent van Gogh hebben gekocht tijdens diens leven; De Rode Wijngaard, dat nu in het Poesjkinmuseum in Moskou hangt. Anna was dus naast schilder, ook een interessante verzamelaar, wat het werk nog bijzonderder maakt. Van Gogh heeft ooit een portret van Eugène gemaakt. Het kan interessant zijn aan de hand van dit doek de relatie die zij met Van Gogh hadden te onderzoeken.'

Beeld Stedelijk Museum

1) Elif Rongen-Kaynakçi, curator stille film Eye Filmmuseum 

Moet in het depot blijven:

Sidney Franklin, East Is West, 1922

'Een deel van de stille films kun je niet vertonen omdat ze racistisch zijn. We bewaren ze wel omdat het belangrijke historische documenten zijn, maar in deze tijd bezien zijn ze smakeloos. Je kunt ze niet simpelweg als vermaak laten zien, maar moeten in een context worden geplaatst. Laatst hebben we de film East Is West uit 1922 gerestaureerd, een Amerikaanse film met een toen bekende Amerikaanse actrice: Constance Talmadge. Ze speelt een Chinees personage: Ming Toy. Vanuit China is ze naar China Town in San Francisco gekomen. De film zit vol stereotiepe beelden.

'Door deze film te restaureren hebben we een enorm risico genomen. De film is racistisch en beladen, maar de hoofdrolspeelster was een goede komische actrice. Als we de film niet zouden restaureren, zou dit werk zijn vergaan. We hebben het sinds de restauratie één keer in Eye vertoond, daarna is het gelukt hem te laten zien in Hollywood tijdens een conferentie, maar verder wil niemand hem afspelen.'

Beeld EYE Filmmuseum/Rob Byrne collectie

2) Edwin Buijsen, hoofd collectie Mauritshuis

Moet worden tentoongesteld:

Esaias van de Velde, Vrolijk gezelschap in een park, 1614

'Ik wilde al heel lang graag Vrolijk gezelschap in een park uit 1614 van Esaias van de Velde (1587-1630) in het museum zien. Het is een klein schilderijtje - 28,5 x 40 cm - dat een buitenpartij toont. Het is een van de vroegste buitenpartijen die in Holland zijn geschilderd. Je ziet een vrolijk gezelschap, rijke mensen die zich vermaken in de buitenlucht. Later schilderden veel Haarlemse schilders, zoals Dirck Hals, broer van Frans, ook dit soort taferelen.

'Al heel lang, ik denk zo'n veertig jaar, had dit werk niet meer in het Mauritshuis gehangen, omdat het niet toonbaar was; de vernislaag was vergeeld en er waren latere overschilderingen zichtbaar. Alleen in kunsthistorische kringen was het een bekend werk. Nu is het gerestaureerd en hangt het eindelijk weer schoon en fris in het museum, op de tentoonstelling Hoogte- en dieptepunten uit het depot.'

Beeld Mauritshuis

2) Koos van Brakel, hoofd collectie Tropenmuseum, Afrika Museum en Museum Volkenkunde

Moet in het depot blijven:

Menselijke resten uit Indonesië

'De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er in de 150 jaar van ons bestaan stukken in het depot zijn gekomen waarvan wij ons afvragen of ze wel op hun plek zijn bij ons. Een voorbeeld daarvan zijn de menselijke resten uit Indonesië, omdat ze in de koloniale tijd op een respectloze manier zijn verkregen: er werden graven leeggehaald of artsen stuurden schedels en beenderen op van overledenen. Vroeger werden deze resten wel opgesteld vanuit het idee dat meten weten is. Dat idee is inmiddels achterhaald. We zouden ze graag retourneren, maar aan wie? De resten zijn anoniem en Indonesië heeft er geen belangstelling voor. We hebben er zelfs eens een internationaal symposium over georganiseerd, maar toen kwamen we er ook niet uit. Ook hebben we een artikel gepubliceerd zodat er in elk geval transparantie is. We hadden ook menselijke resten uit Suriname, die zijn geretourneerd aan het museum in Paramaribo.'

Beeld HH

3) Caspar Martens, hoofd collecties Groninger Museum

Moet worden tentoongesteld:

Kom van Japans Kakiemonporselein, circa 1790, maker onbekend

'In het depot staat een kom van Japans Kakiemonporselein. De kom heeft een diameter van 16 centimeter en is 6,5 cm hoog, is wit van kleur en heeft een geribde rand. In blauw, lichtgroen, goud en ijzerrood email zijn er bloem- en vruchttakken op aangebracht. Op de bodem zie je een opgerolde draak en aan de buitenzijde is een bloeiende prunus en bamboe te zien.

'Het Kakiemonporselein was het eerste porselein dat Japanners met eigen motieven begonnen te decoreren, daarvoor deden ze de Chinezen en Koreanen na. Ik kom twee keer per week in het depot en stop dan vaak even bij deze kom. Hij is van zo'n schoonheid dat ik er wel naar móét kijken. De gegolfde rand geeft de kom een fijnheid mee en geen detail is te veel. Ik word er rustig van, heel zen. Dat klinkt zweverig, maar wat ik bedoel: de kom is van een ingehouden schoonheid, waar ik elke keer weer met veel genoegen naar kijk.'

Beeld Collectie Groninger Museum

3) Annemarie den Dekker, hoofdconservator  Amsterdam Museum

Moet in het depot blijven:

Kantoormeubilair stadhuis

'Het Amsterdam Museum beheert de collectie van de stad Amsterdam. In de jaren tachtig hebben we het kantoormeubilair van het stadhuis overgenomen. Hierdoor hebben we zo'n 300 stoelen, tafels, archiefkasten in de opslag staan, die enorm veel plek in beslag nemen. Destijds namen we die spullen gewoon over. Nu zouden we dat anders doen: één tafel, één stoel. Enkele stuks vertellen vaak net zoveel als grote aantallen. Het zijn ook geen bijzondere meubelen. Natuurlijk is het leuk om wat spullen te hebben, maar inhoudelijk is het nou ook weer niet zó interessant dat je al die reeksen moet bezitten.

'We onderzoeken de mogelijkheid of we een deel hiervan kunnen afstoten of herplaatsen, maar daaraan zijn uiteraard allerlei regels verbonden. Je moet bijvoorbeeld eerst kijken of andere musea het willen hebben, je kunt niet zomaar de boel bij het grofvuil zetten.'

Beeld Aurélie Geurts

4) Annemarie den Dekker, hoofdconservator Amsterdam Museum

Moet worden tentoongesteld:

Zijden japon, 1760, maker onbekend

'Wij hebben een grote kostuumcollectie die niet vaak op zaal hangt omdat het textiel broos is. Mijn absolute favoriet hierin is een zijden japon uit 1760, die met de hand in elkaar is gezet en beschilderd. De bloemen zijn minutieus aangebracht. We hebben er een bioloog bijgehaald en die heeft alle soorten benoemd: het zijn er tachtig.

'Door de verf zijn gaten in de zijde ontstaan en viel de jurk bijna uit elkaar. Ze was te kwetsbaar om op te stellen. Uiteindelijk heeft de restaurator de jurk met technieken uit het buitenland weten te conserveren en verstevigen: aan elke kant van een gat is een soort gaasje geplakt. Op die manier kon de jurk toch worden opgesteld. Nu moet-ie weer een paar jaar rust hebben, vanwege de kwetsbaarheid. De japon is echt uniek in de wereld, bedoeld voor een speciale gelegenheid, waarschijnlijk een huwelijk. De meeste jurken werden na zo'n gelegenheid vermaakt, deze niet.'

Beeld Hilde Harsha000

4) Caspar Martens, hoofd collecties Groninger Museum

Moet in het depot blijven:

Stilleven met porseleinen schaal, Willem Kalf, circa 1667

'In het depot hangt een stilleven met een porseleinen schaal van Willem Kalf uit de 17de eeuw. De schildering is in principe heel mooi, maar wat is ermee aan de hand? In de jaren vijftig of zestig is er een ander doek achter geplakt en is het schilderij door een pers gehaald om de twee doeken aan elkaar te hechten. Hierdoor is het reliëf in de verflaag compleet verdwenen. Als je het niet weet, zie je het niet, maar ik weet het en kan er daardoor niet meer naar kijken.

'Op het schilderij is een citroen te zien. Van een ander werk van Kalf weet ik dat hij die bobbelige citrushuid heel subtiel met reliëf in de verflaag schildert. Door die pers is dat effect om zeep geholpen. Ik heb het schilderij nooit gezien zoals het voor de restauratie was, maar ik weet hoe Kalf werkt. Het liefst zou ik het schilderij zelfs in het depot omgekeerd hangen, zo pissig word ik er elke keer van als ik het zie. Maar over dertig jaar denken ze misschien ook over onze restauratietechnieken: wat hebben ze gedaan?'

Beeld Marten de Leeuw

5) Koos van Brakel, hoofd collectie Tropenmuseum, Afrika Museum en Museum Volkenkunde

Moet worden tentoongesteld:

Collectie over de Batak, o.a. Toverhoorn met zeven menselijke figuurtjes, Toba, 1852-1857

'Het depot staat vol fraaie dingen. Zo hebben we een grote collectie over de Batak, een volk uit Sumatra. De sculpturen en rituele voorwerpen die we bezitten, zijn bijzonder omdat het de vroegst verzamelde collectie van dat deel van Indonesië is. Er zit ook heel mooie documentatie bij van de bijzondere man Herman Neubronner van der Tuuk. Hij was daar omdat hij de taal van de Batak wilde leren omdat hij van het Bijbelgenootschap de taak had gekregen de Bijbel te vertalen. Maar hij kreeg onenigheid met zijn opdrachtgever en sloot vriendschap met de Batak. Uiteindelijk schreef hij een Batakwoordenboek en legde hij een collectie aan met onder meer rituele gebruiksvoorwerpen van priesters, koperen pijpen, wapens en textiel. Het lijkt me bijzonder om als monument voor deze man een vitrine in het museum te hebben met die objecten.'

Beeld Tropenmuseum, Afrika Museum en Museum Volkenkunde

5) Edwin Buijsen hoofd collectie Mauritshuis

Moet in het depot blijven:

Vrouwenfiguur, schilder onbekend, Italië, ca. 1500-1550

'In 1821 kocht koning Willem I voor het Mauritshuis een werk dat van Rafaël heette te zijn. Het was onderdeel van de Brusselse collectie Victor de Rainer, met Spaanse en Italiaanse werken. Je kunt het aanmerken als een miskoop, want van Rafaël is het zeker niet daar kwamen ze in de 19de eeuw al achter. Het is zelfs de vraag of het wel uit de 16de eeuw komt. Zo heeft het schilderij een gouden achtergrond, wat in de 16de eeuw ongebruikelijk was, en de kleding van de vrouw bevat details die ook niet 16de-eeuws lijken. Het kan ook zijn dat de kleding later is overgeschilderd. Ook denken we dat het wellicht een fragment is van een groter werk. Omdat het op leer is geschilderd, kan het een gedeelte zijn van een beschilderd lederen behangsel waarmee een kamer was versierd. Het is geen topstuk en mist kwaliteit, daarom hangt het niet in het museum. Toch bewaren we het werk; er is iets merkwaardigs mee aan de hand; we willen uitzoeken wat voor werk het precies is.'

Beeld Mauritshuis

6) Loes van Harrevelt, conservator Nederlands Fotomuseum

Moet worden tentoongesteld

'De autochromen van Paul Julien zijn bijzonder omdat ze een voorbeeld van heel vroege kleurenfotografie zijn. Door middel van zetmeelkorreltjes worden de primaire kleuren gevormd, een uitvinding uit 1907 van de broeders Lumière. Vanaf dat moment konden amateurfotografen ook in kleur fotograferen. Van die autochromen zijn er niet veel bewaard gebleven, omdat ze bijzonder kwetsbaar zijn. Er werden geen afdrukken van gemaakt en dus zijn het unieke objecten, doorgaans op glasplaatjes.

'De afbeeldingen van Paul Julien hebben een mooie, fijne toon. We hebben hier één van zijn hooguit tien autochromen. Extra mooi is dat de foto's in Afrika zijn gemaakt. Julien was een zelfbenoemd antropoloog: hij deed onderzoek naar Pygmeeën in Afrika, op een klassieke manier: met schedelmetingen en bloed- en haarmonsters, van die laatste hebben we er ook een aantal liggen. Hij schreef er veel boeken over, heel spannend opgeschreven.'

Beeld Paul Julien

6) Friso Lammertse conservator oude schilder- en beeldhouwkunst, Boijmans Van Beuningen

Moet in depot blijven

'Toen wij dit schilderij kregen, was het al beschadigd door een brand. Je ziet dat het absoluut een Memling is, maar door die beschadiging ziet het er gewoon niet uit. Het was een meesterwerk, maar nu mist het alle verfijning in de verflaag waarom Memling bekendstaat. Je ziet putjes en de verf is aan elkaar geklonterd. Met infrarood kun je de ondertekening onder de verflaag zien, die is prachtig. Ik heb weleens gedacht: kunnen we de verflaag er niet gewoon afhalen en de ondertekening laten zien? Maar dat is onzin.

'Je bewaart het werk uiteraard toch, want misschien zijn de technieken over veertig jaar zo goed dat het nog te herstellen is. Of misschien kijken we er dan anders tegenaan. Nu hebben we de opvatting dat alles in bijna perfecte staat moet zijn voordat het wordt getoond. Maar het kan best dat men over een tijd zegt: wat een rare opvatting. Je schommelt altijd tussen historisch belang en de conditie.'

Beeld Studio Tromp Rotterdam
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden