Ten Cate haalde avant-gardetheater naar Nederland

Afgelopen vrijdag stierf regisseur, acteur, kunstenaar, producent en ontwerper Ritsaert ten Cate. Hij verwierf wereldwijde faam met zijn onconventionele Mickery Theater....

‘Waar het om draait is: moet er kunst zijn in de samenleving. Willen we dat? Dat wordt dan vertaald in geld. Als wij één procent zouden krijgen op de cultuurbegroting, dus ruwweg twee keer meer dan nu, dan waren we van dat boekhouden af. Dan ben je ook van die gemengde discussie af: het lijkt over kwaliteit te gaan, maar het gaat over geld.’

Dit citaat uit een interview in deze krant met Ritsaert ten Cate uit 2004, zou vandaag de dag weer actueel zijn. Ook op dit moment wordt er in de kunstwereld vooral gepraat over geld, nu de vierjaarlijkse subsidietoekenningen weer aan de orde zijn. De stem en visie van Ten Cate zouden zeer welkom zijn in het huidige gesteggel, maar die stem is verstomd. Vrijdagavond is Ritsaert ten Cate (Almelo, 1938) in zijn woonplaats Amsterdam overleden. Hij leed al enige tijd aan een ernstige vorm van kanker.

Ten Cate was regisseur, acteur, impresario, ontwerper, scenarioschrijver en producent. Hij was beeldend kunstenaar en galeriehouder, hield lezingen, was Ridder in de Orde van Oranje Nassau, publiceerde artikelen en boeken, was actief als bestuurslid en adviseur van vele instellingen. ‘Kunstbemiddelaar’ werd hij genoemd in het juryrapport van de Sphinx Cultuurprijs die hij in 1996 ontving.

Ten Cate was van 1965 tot 1991 oprichter, artistiek leider en inspirator van het Mickery Theater dat eerst gevestigd was in een boerderij in Loenersloot en later in het Rozentheater in Amsterdam. Daar haalde hij tal van buitenlandse theatergroepen, regisseurs en performers naar toe, die van grote invloed zijn geweest op Nederlandse theatermakers en het culturele klimaat. Onder die groepen bevonden zich onder meer het befaamde La Mamma en The Wooster Group uit New York, Pip Simmons en Robert Wilson, en Bread and Puppet uit San Francisco.

Ten Cate – begonnen als productieleider bij films - richtte in 1965 in zijn eigen huis, een boerderij in Loenersloot, het Mickery Theater op. Als kleinzoon van de beroemde toneellegende Eduard Verkade was zijn liefde voor het theater wellicht verklaarbaar, maar in Mickery werd geen conventioneel teksttoneel gespeeld. Het werd een internationaal toonaangevend centrum voor avant-gardetheater en performancekunst. Met bussen vol lieten Amsterdamse theaterliefhebbers zich maar wat graag richting Loenersloot vervoeren om zich aldaar onder te dompelen in de meest heftige, vreemdsoortige theaterervaringen – Mickery was in alles al ervaringstheater avant la lettre.

De eerste voorstelling was nog van Nederlandse bodem: Als er geen zwarten bestonden, moesten ze worden uitgevonden, met onder anderen Joop Admiraal, Henk van Ulsen en Ton Lutz. Maar het Mickery Theater werd toch vooral bekend vanwege zijn vooruitstrevende programmering van avontuurlijk theater uit de hele wereld. In de loop der jaren bouwde Ten Cate een imposant netwerk op aan internationale contacten. Zo introduceerde hij hier het werk van Peter Sellars die hij in 1988 naar het Holland Festival haalde met de productie Ajax. Nederlandse theatermakers als Gerardjan Rijnders, Frans Strijards en Jan Joris Lamers zijn in hun werk door Ten Cate en Mickery geïnspireerd.

In 1972 verhuisde het theater naar het gebouw van de Calypso-bioscoop aan de Rozengracht in Amsterdam, het huidige Rozentheater. Ten Cate hoopte hiermee een breder publiek te bereiken dan in Loenersloot waar zo langzamerhand toch vooral de theaterelite kwam. In het Rozentheater maakte hij ook zelf voorstellingen, zoals het indrukwekkende Rembrandt and Hitler or Me (1985). Dat Ten Cate en het Mickery Theater al heel vroeg de vinger aan de pols van de tijd hielden, bleek onder meer uit het project Theater aan de televisie voorbij, waarin de rol van de media, zowel in het theater als daarbuiten, uitgebreid aan de orde kwam.

In 1991 stopte hij met zijn toen al legendarische Mickery. Twee jaar later startte hij op verzoek van het ministerie van OCW de tweede fase kunstopleiding Dasarts. Toen hij in 1999 de leiding daarvan overdroeg aan Alida Neslo ging hij naar de Rijksakademie van Beeldende Kunsten en organiseerde hij exposities van eigen en andermans werk. De laatste jaren bezat Ten Cate in Amsterdam een galerie onder de naam Probably not a galery waarin zijn archief, bibliotheek en ook een aantal kunstwerken waren ondergebracht.

Op dit moment wordt een groot retrospectief voorbereid over leven en werk van Ten Cate. Hans Keller maakt voor de VPRO een documentaire over hem, er komt een boek en een tentoonstelling. Dat alles wordt gepresenteerd in het Holland Festival 2010. Arthur Sonnen is een van de initiatiefnemers daarvan. Sonnen: ‘Hiermee doen we misschien recht aan de man die van onschatbare waarde voor de Nederlandse kunstwereld is geweest. Want in dit land gaan wij nogal nonchalant met dit soort mensen om. Niet voor niets ben ik mijn toespraken vaak geëindigd met de opmerking dat ik overigens van mening ben dat Ritsaert ten Cate de Erasmusprijs moet krijgen.’

Dat laatste is er niet meer van gekomen. Maar het hoeft niet tot 2010 te duren voordat Ten Cate wordt herdacht. Een festival als De Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg is, hoe anders van opzet ook, een voortzetting van Ten Cate’s Mickery. En ook in het werk van veel jonge theatermakers leeft de geest van Ten Cate voort.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden