TV-recensie Tell me who I am

‘Tell me who I am’ is zo’n film waarbij je tijdens het kijken al opzoekt of het wel echt een documentaire is

Net als je met de laagst mogelijke verwachtingen op Netflix zwerft en je ook de meest onbenullige series al hebt gezien, kom je er toch iets memorabels tegen. Ik klikte op Tell me who I am zoals ik altijd op Netflix-docu’s klik: vanwege de belofte van weer zo’n totaal van de pot gerukte geschiedenis. De nooit opgeloste moord op de non die wist van het misbruik, zoiets. Het bleek meer te zijn.

Om te beginnen is daar de tweeling Alex en Marcus Lewis: de nu 54-jarige Alex herkende na een verkeersongeluk op zijn 18de niks en niemand meer, behalve zijn tweelingbroer Marcus. Die moest hem dus vertellen hoe hij zijn tanden moest poetsen, brood roosteren en fietsen, en wie hun ouders waren. De broers schreven in 2013 al een boek over hun absurde levensverhaal, maar regisseur Ed Perkins kreeg hen zo ver daar voor de camera het cruciale laatste hoofdstuk aan vast te breien.

Marcus voorziet Alex in Tell me who I am van een gelukkige jeugd aan de hand van jeugdfoto’s. Als Alex foto’s ziet van twee jochies die keten op het strand, neemt hij aan dat ze fijne vakanties met het gezin kenden: ‘Ik kreeg fragmenten en ik vulde de stippellijnen ertussen in.’

Ook de kijker krijgt dat levensverhaal voorgespiegeld, maar het is van meet af aan duidelijk dat er iets niet pluis is in Duke’s cottage, het statige plattelandshuis waar het gezin woont. Perkins put dankbaar uit de universele thrillertaal voor duistere familiegeheimen, met een camera die traag op de deur van de ouderlijke slaapkamer inzoomt, of op de stenen poort voor het huis. Spannend hoor, maar soms voelt het iets te veel alsof hij een thriller heeft willen maken van deze gevoelige kwestie.

Beeld Netflix

Marcus blijft foto’s opdiepen voor Alex, die steeds meer vragen stelt. Waarom moeten de broers hun vader bijvoorbeeld ‘meneer’ noemen, mogen ze niet op de bovenverdieping komen en wonen ze in het tuinhuisje? Het wringt, tot er een foto opduikt die écht niet in het verhaal past: als hun moeder overlijdt, blijkt achterin haar kledingkast nog een kast te schuilen, met daarin de foto die alle andere foto’s donker kleurt.

‘Iedereen maakt foto’s van leuke momenten’, zegt Alex, ‘de rest laten we weg.’ Het deed me denken aan het Oscar-winnende Capturing the Friedmans (2003), waarin de zoon van een vermoedelijke kindermisbruiker zegt: ‘Als je ouders foto’s maken, herinner je je dan dat zij er waren, of herinner je je gewoon de foto aan de muur?’

Dat het verhaal op de stippellijntjes tussen die foto’s naargeestig is, mag geen verrassing heten. Het opzienbarende aan Tell me who I am is dat Alex in de film voor het eerst de waarheid hoort. Na 36 jaar vertelt Marcus wat hij al die jaren heeft weggestopt. Zelfs dan nog blijkt het ondoenlijk om zijn broer daarbij aan te kijken. Het gesprek gaat door merg en been, maar de grote verlossing komt niet. Ergens is dat juist mooi: niet alles laat zich regisseren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden