InterviewHugo Logtenberg

‘Televisie kan niet zonder krant, de krant kan wel zonder tv’

Wat zijn dit voor vragen? Acht dilemma’s voor journalist en presentator Hugo Logtenberg, die vertelt waarom hij vertrekt als presentator van Op1.

Gijs Beukers
Hugo Logtenberg Beeld Frank Ruiter
Hugo LogtenbergBeeld Frank Ruiter

Buitenhof of Op1?

Op1, want dat presenteer ik nu, iedere maandag. Dat doe ik met veel plezier, maar ik ga er in de zomer wel mee stoppen. Wat ik dan ga doen, weet ik nog niet. Ik blijf gewoon werken voor NRC, ga me weer richten op reportages en onderzoeksjournalistiek, en wil in de toekomst zeker weer een boek schrijven.

‘De belangrijkste reden dat ik stop bij Op1 is het vrij strakke format: iedere dag bespreken we drie of vier onderwerpen en daar heb ik niet altijd veel invloed op. Maar het programma staat. Er kijken dagelijks 850 duizend mensen.

‘Als ik denk aan uitzendingen waaraan ik het allermeeste plezier beleefde, hadden die vaak iets afwijkends: in Op1, op het hoogtepunt van de coronacrisis, spraken we in het UMC Utrecht een volle uitzending met verplegers en artsen. En in een aflevering van Buitenhof sprak ik een half uur met Stephan Vanfleteren, een door mij bewonderde fotograaf, aan de hand van zijn werk.

‘Het prettige van Buitenhof, dat ik in 2018 en 2019 presenteerde, was dat de gesprekken er langer waren. Ik stapte over naar Op1 omdat ik er veel kon leren: de frequentie was hoger – eens per week in plaats van eens per drie weken – en het is een duopresentatie, eerst met Sophie Hilbrand, nu met Nadia Moussaid.

‘En in weerwil van wat sommige mensen zeggen, hebben we bij Op1 goede, inhoudelijke uitzendingen gemaakt over de pandemie en de oorlog.

‘Maar die van 21 februari was een nachtmerrie. Suzanne Schulting en acht andere Olympische medaillewinnaars zouden bij ons langskomen, in verband met andere verplichtingen namen we dat ’s middags al op. Het leek een nieuwsluwe dag te worden, maar na afloop van die opnamen zag de wereld er heel anders uit: Poetin ging speechen over een inval in Oekraïne.

‘Nadia en ik hebben in de uitzending gezegd dat die huldiging eerder op de dag was opgenomen, maar toen was het leed al geschied: terwijl er een oorlog was aangekondigd, leek het alsof wij daar zaten met een hossend orkest. We konden dat deel er ook niet meer uit knippen, anders hadden we geen volledige uitzending gehad.’

Televisie of krant?

‘Ik ben uiteindelijk een krantenman. Een krant is mijn basis, de kurk. Daar zit verhoudingsgewijs zo veel kennis. Ik durf te stellen dat de televisie geen week zonder de kranten kan, maar de krant wel een tijdje zonder de televisie.

‘Zo’n sfeer op een krantenredactie, met bellende mensen die teleurgesteld zijn, of opgewonden omdat ze een schitterende reportage hebben gemaakt, die dagelijkse dynamiek – dat is het goede woord – vind ik ongelofelijk inspirerend. Televisie is een prachtige medium, maar voor mij niet het summum.

‘Dat ik er ben gaan werken, was omdat ik iets nieuws wilde leren. Paul Witteman nam toen de tijd om me de tv-wetten bij te brengen. Ik sprak bijvoorbeeld te snel. Ook leerde hij me hoe belangrijk beeld is: als je voortdurend kritisch doorvraagt, verschuift de sympathie van de kijker naar de geïnterviewde.’.’

Hugo Logtenberg
 Beeld Frank Ruiter
Hugo LogtenbergBeeld Frank Ruiter

Wel of niet naar een demonstratie tegen Poetin?

‘Ik ben geneigd om naar zoiets toe te gaan, ook omdat ik het vanuit educatief opzicht belangrijk vind voor mijn kinderen. Tegelijkertijd vind ik dat ik als journalist terughoudend moet zijn. Want als ik meeloop met een demonstratie tegen Poetin of een klimaatmars en later iemand interview die daar kanttekeningen bij plaatst, denkt diegene mogelijk dat hij niet aan tafel zit met een journalist, maar een activist. Dus doe ik het niet.

‘In dit vak moet je verslag doen en niet te veel stelling innemen, vind ik. Al die journalisten die continu overal hun mening over geven… dat Wopke Hoekstra het verprutst met zo’n sanctiecoördinator, schrijf daar kritisch over, maar ga niet de héle dag op Twitter zitten schimpscheuten, zoals nu gebeurt. Ben je nou journalist of niet?’

Saasveld of Amsterdam?

‘Amsterdam. Ik ben opgegroeid in Saasveld, een gehucht omringd door alleen maar weilanden. Als ik er nu doorheen fiets, zie ik alle natuurschoon van Twente, maar destijds wilde ik voetballen met vriendjes en die woonden allemaal zes kilometer verderop. Of ik wilde stoepranden, maar we hadden geen stoeprand. We hadden alleen schapen, maar wat kun je met een schaap?

‘Mijn vader was dierenarts. Hij had een praktijk aan huis waar mensen langskwamen met een parkietje. Als hij paarden of koeien ging behandelen, mocht ik soms mee.

‘Mijn moeder is cultureel geïnteresseerd en nam ons gezin eens mee naar Carré. Ik weet nog dat ik de rode letters ervan in de Amstel zag weerspiegeld. Die avond, Herman van Veen speelde, maakte diepe indruk.

‘Na mijn middelbare school, ik was 18, heb ik een soort toelatingstest gedaan op de toneelschool in Arnhem. Bij het onderdeel absurdistisch toneel moest ik eerst een naaldhak nadoen. Maar ik had geen idee. Nou, doe dan maar een appel, zeiden ze. Ik had nog steeds geen idee.

‘Uiteindelijk ben ik in Amsterdam gaan studeren. Ik vond de stad meteen fantastisch: de kroegen, Carré, Ajax, de Kleine Komedie.

‘Op dat moment was ik nog niet zo’n lezer. Dat veranderde toen mijn jongste zus me het boek Ebbenhout gaf, van de Poolse journalist Ryszard Kapuściński. Ik las het in één keer, van kaft tot kaft, en was betoverd. Het waren reisverhalen uit Afrika en hij beschreef ze in zulke mooie scènes, alsof je er zelf bij was. Door dat boek – helaas bleek later dat Kapuściński een erg dikke duim had – wilde ik journalist worden.’

Het Parool of NRC?

‘Tijdens mijn studententijd belde ik Het Parool met de vraag of ik er stukjes voor mocht schrijven. Dat mocht: de krant had niet altijd iemand om een stukje te schrijven over de voorstellingen in hun Parooltheater. Over de 150 woorden die ik schreef, deed ik uren.

‘Bij Het Parool heb ik mijn liefde voor de stadsjournalistiek opgedaan. Op iedere straathoek ligt een verhaal: of het nu gaat over het hoge percentage Ghanese kinderen met overgewicht, de rotzooi bij Ajax of de stilvallende verbouwing van het Stedelijk Museum.

‘Maar ik kies NRC. De redactie is een geweldige omgeving. Onlangs ging Menno Tamminga, een economieredacteur, met pensioen. Hij gaf me eens een fantastisch boek waarvan ik het bestaan niet eens wist. Jezus, dacht ik daarna, wat is het toch leuk en inspirerend dat dit het resultaat is van een toevallige ontmoeting.

‘Collega Hans Steketee heeft me zoveel beter leren schrijven. Ik maak graag grotere verhalen en begin dan vaak met een scène die je het verhaal in trekt. Hij heeft me geleerd om in de derde of vijfde alinea – ik noem die nu de Hans Steketee-alinea – even uit te zoomen en te beschrijven waar het stuk over gaat. Anders denkt de lezer na duizend woorden: wat gaan we nu eigenlijk doen?’

Louis van Gaal of Huub van der Lubbe?

‘Hier kan ik niet tussen kiezen. Over Van Gaal wilde ik een boek schrijven (De hand van Van Gaal, 2018, red.) omdat ik wilde weten hoe hij in 2014 derde werd op het WK met een matig elftal plus Arjen Robben. Over Van der Lubbe (Achter De Dijk, 2021, red.) omdat er over die waanzinnig succesvolle band één omvattend boek móest komen.

‘Wat Van Gaal in extreme mate heeft – en dat heb ik nooit eerder bij iemand gezien – is dat hij er écht alles aan doet om te slagen. Alles moet perfect zijn, tot in de kleinste details: als hij iemand in Zeist vraagt om de lijnen te trekken, dan weet je één ding zeker: die zijn loodjerecht.

‘Huub is een ongelooflijk slimme, belezen, aimabele kleinkunstenaar. Zo’n vader, zo’n zoon, zo’n buurman gun je echt iedereen. Als op iemand het woord fijnbesnaard van toepassing is, dan op Huub.’

Paradiso of De Balie?

‘Dat is een moeilijke. Maar ik was even bang dat je ging vragen Sophie of Nadia.’

Sophie of Nadia?

‘Ik heb de mazzel dat ik met twee vakvrouwen mocht werken. Sophie en ik hebben de begintijd van Op1 samen gedaan, toen het nog onzeker was of het programma überhaupt zou werken. En we zijn ook nog bevriend geraakt. Daarom kies ik voor haar.

‘Sophie is precies hetzelfde op tv als in het echt: een leuke en grappige vrouw. Ze laat zich leiden door haar intuïtie, door een spontane inval, dat is haar grote kracht. Bij haar was ik degene die de rode draad moest bewaken. Nadia is gestructureerder dan Sophie. Bij haar heb ik meer een vrije rol.’

Cv Hugo Logtenberg

1974Geboren in Hengelo

1986-1994 mavo, havo en atheneum in Zwolle

1994-2002 Fysiotherapie (HvA) en Beleid, communicatie en organisatie (VU)

2004-2010Freelancejournalist

2010-2013Journalist Het Parool

2010Boek Job Cohen: burgemeester van Nederland, met Marcel Wiegman

2013-nuJournalist NRC

2014 Wint met Tom Kreling Tegel voor beste interview, met Ton Hooijmaijers

2018Wint Nico Scheepmaker Beker voor beste sportboek voor De hand van Van Gaal

2019Wint met Clara van de Wiel Tegel voor beste achtergrondverhaal

2018-2019Presentator Buitenhof (BNNVara)

2020-2022Presentator Op1 (BNNVara)

2021Boek Achter de dijk

Hugo Logtenberg woont in Amsterdam en heeft een relatie met Kamilla Leupen, hoofdredacteur van Het Parool. Hij heeft drie kinderen uit een eerdere relatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden