Boekrecensiekort

Tegendraadse visies op de Nederlands-Indische letteren

Cécile Koekkoek

In lijn met recentelijk verschenen studies naar de geschiedenis van Nederlands-Indië, die veel meer dan voorheen aandacht besteden aan het Indonesische perspectief, verschijnt nu ook een herziene literatuurgeschiedenis: De postkoloniale spiegel, een overzichtsstudie van de Nederlands-Indische letterkunde, van Multatuli tot heden, benaderd vanuit een postkoloniaal oogpunt en gericht op het blootleggen van ongelijke machtsrelaties. Aan diverse literatuurwetenschappers is gevraagd om een boek of oeuvre van één auteur als uitgangspunt te nemen voor een tegendraadse revisie.

Postkoloniaal betekent in deze context dan ook niet ‘verschenen na de onafhankelijkheid van Indonesië’, maar een kritische benadering van koloniale teksten, waarin de oorspronkelijke bevolking doorgaans als inferieur werd afgeschilderd, mede door die als ‘de ander’ te presenteren. Aan bod komen iconische werken als Max Havelaar van Multatuli (met in de analyse een koppeling naar de toeslagenaffaire) en De stille kracht van Louis Couperus (ontleed volgens de queer-theorie), maar ook minder bekende werken, met name van vrouwen (Mina Kruseman, Melati van Java), die door Rob Nieuwenhuys, eind vorige eeuw de autoriteit op het gebied van de Nederlands-Indische letterkunde, nog werden weggestopt in het ‘Damescompartiment’.

null Beeld Leiden University Press
Beeld Leiden University Press

Rick Honings, Coen van ’t Veer en Jacqueline Bel (red.): De postkoloniale spiegel. Leiden University Press; € 49,50.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden