Tegen de Bourgeoisie

Een nieuwe lichting Franse auteurs rekent af met het cliché van de schrijver als linkse intellectueel. De culthelden van de Nouvelle Génération zijn jong, veelal allochtoon, soms wat zonderling....

TANKS IN de straten van Parijs. Voorzien van de Franse driekleur denderen ze over de Boulevard Beaumarchais richting centrum. Daarboven, tegen een loodgrijze hemel, helikopters. Hoe nietig lijkt het tafereel bij Café Bastille, waar een accordeonist kabaal en koude trotseert, terwijl een ober de eerste klanten koffie serveert. Parijs oogt absurd, melancholiek en chagrijnig op deze Quatorze Juillet, de ochtend na het feest.

(Noteer: hoe de vorige avond jongeren op de balkons van hun appartementen stonden te dj'en en te dansen, hoe brandweerkazernes waren omgetoverd tot balzalen.)

Misschien heeft Mehdi Belhaj Kacem wel een kater, is hij daarom te laat. Of misschien is hij weer weg. We hadden geen herkenningsteken afgesproken. Hoe zou een auteur met een Arabische naam eruitzien die dertien pagina's lang middels een inferno van woorden beschrijft hoe het voelt om hevig gedrogeerd een housefeest in een verlaten staalfabriek te beleven, die lijf, hoofd en leden laat zandstralen door muziek en chemicaliën, tot alleen de zenuwen als open wonden overblijven?

Een Noord-Afrikaan alleen aan een tafeltje schudt zijn hoofd: nee, hij heet geen Mehdi.

Om kwart voor twaalf loopt een frêle jongeman het café binnen. Hij draagt een verschoten zwart overhemd dat slordig over zwarte jeans hangt. Aan zijn pols heeft hij een dun gouden armbandje. Plukjes stoppel verraden dat hij zich haastig heeft geschoren. Hij geeft een hand. 'Mehdi. Sorry, ik was vergeten de wekker te zetten.'

Twee uur lang zal hij praten, mompelen, voorovergebogen, nippend van de espresso, trillend. In zijn betoog ontmoet Kierkegaard The Velvet Underground, worden verbanden gelegd tussen Artaud en de Berlijnse anarchie van Einstürzende Neubauten. Vijf boeken heeft de 27-jarige Mehdi geschreven voor een kleine uitgeverij. Hoewel er van elk maar een paar duizend zijn verkocht - aan marketing doet hij niet -, is hij een cultheld voor jonge Parijzenaars. 'Ik schrijf over subculturen. Maar ik gebruik niet hun coole taal. Ik beschrijf het alsof het de hofhouding van Lodewijk XIV betreft, in aristocratische bewoordingen. Ik wil werkelijk alternatieve literatuur maken, nieuwe underground.'

Ooit ontfermde een weldoener zich over Mehdi, nu leeft hij van 'liefdadigheid'. Soms eet hij dagenlang niets. Zijn roman L'Antéforme schreef hij in isolement in een plattelandsgehucht, levend op joints, zwarte koffie en de paranoïde triphop van Tricky.

(Noteer: Hoe Mehdi na het interview behendig over het hekje van de metro springt. Hij heeft een oude ID in geval van controle.)

Vierentwintig uur later: Vincent Ravalec in Chào-Bà op de Place Pigalle, waar prostituees je met opmerkelijke vasthoudendheid seksclubs proberen in te duwen. Chào-Bà is het type bar waar meubilair en cliëntèle bedekt lijken met een flinterdun laagje as. Ravalec (38) komt keurig op tijd, praat verstaanbaar Frans en heeft geen enkel probleem met marketing. 'Ik zeg bijna overal ja op.' Maar net als Mehdi is hij een zonderling. Op school hield hij het uit tot de derde klas, daarna werd hij timmerman. Hij zwierf door Parijs, registreerde de perversiteiten, de eenzaamheid, de met as bedekte bars. En hij noteerde. Negen jaar geleden schreef hij zijn eerste boek. Inmiddels heeft hij er zestien op zijn naam, met een totale verkoop van driehonderdduizend. Daarnaast heeft hij twee hits geschreven voor Johnny Halliday en een film gemaakt.

Ravalecs verhalen hebben kleur, karakters en een plot. De hoofdpersonen zijn moderne schobbejakken die zich proberen staande te houden in de grootsteedse chaos. Je kunt de meeste romans van Ravalec voor een tientje kopen. Achterop staat als een soort keurmerk: Nouvelle Génération.

(Noteer: Hoe een Parijse vriendin, 36, zegt totaal niet geïnteresseerd te zijn in al die kleine besognes van die moderne schrijvers, ze mist de complexiteit.)

Zowel Mehdi als Ravalec wordt gerekend tot de Nouvelle Génération, de nieuwe lichting Franse auteurs die hebben afgerekend met het cliché van de schrijver als de linkse intellectueel die met de Libération onder zijn arm in Café de Flore een literair-politieke discussie voert met gelijkgestemden. Deze generatie is opgegroeid in een snel verkleurde samenleving met punk, techno en hiphop, met chemische drugs, internet en aids. Ze hekelt de jaren-zestig bourgeoisie die nog overal de scepter zwaait. Niet de Franse schrijver-filosoof Bernard-Henri Lévy is hun held, maar de Amerikaanse schrijver-nihilist Bret Easton Ellis. Hun belangrijkste wapenfeiten: Elementaire deeltjes van Michel Houellebecq, over de valse verworvenheden van de seksuele revolutie, en de verfilming van Virginie Despentes' roman Baise-Moi, inmiddels uit de roulatie genomen wegens porno en geweld.

(Noteer: Hoe in de Virgin Megastore op de Champs Elysées American Psycho van Ellis nog steeds in de bak bestsellers ligt. Hoe iedereen Baise-Moi nu per se wil zien.)

'Wij schrijven tegen het socialistische terrorisme, tegen de babyboomers die hun idealen hebben verkwanseld', zegt Guillaume Dustan, 35 jaar. Behalve schrijver van vier romans is hij homo-activist, seropositief, uitgever. Hij draagt een camouflagebroek, lijkt op Michael Stipe van REM. 'Ze willen alleen over Auschwitz horen. Ze zijn tegen legalisering van drugs, ze zijn homofoob en racistisch. We zijn verwikkeld in een enorm generatieconflict.'

Dustan noemt drie belangrijke literaire invloeden voor de Nouvelle Génération: de Amerikaanse trash-cultuur, Bret Easton Ellis en Marguerite Duras. 'Ja, Duras. Omdat zij brak met die oude psychoanalytische, beschrijvende vertelwijze die in zwang was. Wij spelden Duras. Wij kochten haar boeken vers van de pers. Zij heeft de deuren geopend voor schrijvers die volgens de oude definities niet konden schrijven.'

Een hap vlees. Dan: 'Er zijn nu drie namen die er toe doen. Schrijf op: Despentes, Ravalec en Houellebecq, die als eerste over onze belevingswereld schreef. De rest is lauwe pis. Voor mij is alleen extremistische literatuur interessant. Ik schrijf afstotende boeken over mijn eigen leven, die ook bij nichten slecht vallen. Het gaat om seks, drugs en het lichaam.'

Ha, een lofzang op het escapisme. 'Jazeker! Sinds eind jaren zeventig is escapisme de enige manier om politiek te bedrijven. Nachtclubs zijn de laatste plekken om sociale kritiek te ventileren.Ik geloof in een nieuw paradigma voor de maatschappij. Eén: seks, drugs en muziek, omdat die alle remmingen wegnemen. Twee: het opblazen van de traditionele familie. Drie: nieuw onderwijsmodel.'

(Noteer: Hoe de ober ons met dédain behandelt.)

Natuurlijk, ook bovenstaande litanie zit vol gemeenplaatsen. Na een week Parijs, urenlange gesprekken met schrijvers en uitgevers, lezen, het verkennen van nette cafés en louche buurten, valt vooral het gebrek aan coherentie op. Van een 'scene' is geen sprake. De uitgevers zitten weliswaar nog altijd op een kluitje in St.-Germain en steken elkaar de loef af met nieuwe ontdekkingen, maar de schrijvers wonen ver van elkaar, kennen elkaar en elkaars werk soms, een beetje, vaak niet. Literaire cafés zijn passé, ingehaald door de tv.

ZATERDAGMIDDAG, Café Select aan de Boulevard du Montparnasse, voormalig trefpunt voor schrijvers en filosofen. De bleke jonge vrouw in de hoek wuift. Ook Lorette Nobécourt (31) wordt tot de Nouvelle Génération gerekend. Als Dustan de megafoon van die beweging is, is zij het oog dat verlegen achter een haarlok schuilgaat. Toen ze klein was, wilde ze non worden. 'Het is een grote maskerade', zegt ze over het aplomb waarmee de nieuwe schrijver in de markt wordt gezet. 'Ik vind dat milieu totaal niet interessant. Ik heb voor de promotie van mijn drie boeken gedaan wat ik moest doen, nu is het welletjes. Er zijn maar weinig nieuwe schrijvers die werkelijk iets met de taal proberen te doen.'

Nobécourt wel. In haar bekendste verhaal, L'Equarrissage ('Het villen'), gepubliceerd in de bundel Dix, behandelt ze het leven als abattoir, als machine die menselijk vlees vermaalt. Ze beschrijft iemand op het randje van zelfmoord. Het is deels autobiografisch. Afgezien van de 'ik' komen er geen personages in voor, zit er geen plot in. Het is een dialogue intérieur over het lichaam, die lijkt geschreven vanuit het centraal zenuwstelsel. De stijl is elliptisch, claus trofobisch. Het verhaal, dat net zoveel zegt over de 'ik' als over de maatschappij waarin die 'ik' moet functioneren, laat de lezer verkrampt achter.

Voor Nobécourt is taal overleven, een manier om ondefinieerbaar leed te bevechten. Ze heeft niks met housemuziek, drugs of Bret Easton Ellis. Haar ouderlijk huis kende radio noch televisie. Haar belevingswereld draait om het woord. 'Alle teksten van de grote schrijvers zijn bruikbaar. Dostojevski, Lobo Antunes, Artaud, Bataille, Céline, Proust', somt ze op. Ze is wars van het nihilisme waar haar collega's bij zweren. 'Houellebecq is een interessante schrijver omdat hij laat zien wat er in seksueel opzicht mis is met onze maatschappij. Maar voor mij is hij de absolute vijand. Als je hem leest, wil je het liefst uit het raam springen. Ik heb een enorm geloof in het leven. We hebben tweeduizend jaar van leugens doorstaan. Maar we zijn bang ons vermogen tot leven ten volle te benutten.'

In haar eerste boek, La Démangeaison ('De jeuk'), schrijft ze over een eczeem dat de protagonist tot eeuwige buitenstaander maakt. Eveneens autobiografisch. Ze ziet er opvallend goed uit. 'Ik heb aan mezelf gewerkt', glimlacht ze. 'Ik oog nu rustig, dat is beter. Het gaat erom dat je de juiste. . ., hoe zeg je dat, pinggg, toon bij jezelf vindt. Dan vind je ook de juiste toon bij anderen.' Even later: 'Het is net als bij een thermosfles. Van buiten ziet hij er heel uit, van binnen ligt hij aan scherven.'

(Noteer: Hoe ze, als de cassetterecorder uit is, vertelt dat L'Equarrissage eerst heel donker eindigde, maar dat ze de nacht voor de deadline wakker werd en besloot er een hoopvolle draai aan te geven.)

Bij allen die tot de Nouvelle Génération worden gerekend, staat het 'zelf' centraal. Telt dat als verbindende factor? Nauwelijks. Zoals een uitgever opmerkt: Fransen worstelen al eeuwen met hun ego. Vooral de verschillen vallen op, in stijl en in onderwerpkeuze. Sommigen, zoals Virginie (Baise-moi) Despentes, putten inspiratie uit de achterbuurten rond Barbès en Pigalle. Anderen, onder wie Marie Desplechin, beschrijven de problemen van de moderne vrouw. Dustan schrijft over seks (of impotentie) onder invloed van drugs in en rond nachtclubs, terwijl Mehdi en Nobécourt het lichaam uitkammen. Kortom, de Nouvelle Génération is precies dat, een demografisch verschijnsel.

Ook niet waar. Dustans litanie tegen de oude generatie snijdt wel degelijk hout, zegt Olivier Cohen. De 50-jarige directeur van uitgeverij D'Olivier vergelijkt het literaire establishment van tien jaar geleden met een stuk ijs dat onwrikbaar vast leek te zitten. De oude garde, zij die hun hoogtepunt hadden beleefd in de jaren zestig en zeventig, voerde de boventoon. Franse literatuur was iets verhevens, een intellectuele exercitie, waaraan je je slechts waagde als je zeer erudiet was. 'Niemand verwachtte iets nieuws. Maar midden jaren negentig doken er ineens allemaal nieuwe namen op. Het werd een heerlijke rotzooi. Het ijs kraakt', lacht Cohen.

Achter hem staan boeken die in september bij D'Olivier verschijnen, bijna alle van de hand van jonge auteurs. 'Sommige nieuwe schrijvers zijn goed, anderen dramatisch slecht en die verkopen alleen omdat ze modieus zijn. Maar voor allen is het schrijven een bevrijding. Hun inspiratie is het leven, niet de literatuur. Ze hebben totaal andere boeken gelezen dan hun oudere broers en zusters. Veel meer buitenlands, moderne ideeën. Godzijdank! Ik vreesde dat het Frans een dode taal zou worden, als Latijn of Grieks.'

Cohen wil niet spreken van een nieuwe generatie. 'Het is eerder een nieuwe esprit, want de leeftijd verschilt erg. Veertigers hebben zich bij twintigers aangesloten. Het is vergelijkbaar met wat je in de jaren tachtig in Engeland zag met de opkomst van Martin Amis en Irvine Welsh, die negen jaar in leeftijd verschillen, maar allebei het product zijn van Thatcher en de Sex Pistols.'

DE REIS met de Euro star naar Londen duurt vier uur. Waterloo Station is vergeven van de Franse parafernalia. Getuige toonaangevende tijdschriften als The Face vinden jonge Londenaren Parijs het summum van stijl; de mode van Gaultier, de muziek van Air en Daft-Punk, voetballers als Cantona en Desailly. En als het aan Georgia de Chamberet ligt, is de tijd rijp om daar de literatuur aan toe te voegen. De Chamberet - artistieke Britse moeder, excentrieke Franse vader - stelde de bundel XCiTés samen, een bloemlezing van recente Franse fictie en non-fictie voor de Engelstalige markt. De vormgeving is hip, de titel een verwijzing naar drugs, buitenwijken en opwinding. Allen die er toe doen, zijn in de bundel opgenomen: Desplechin, Despentes, Houellebecq, Mehdi, Nobécourt, Ravalec, Mounsi.

Maar om aan te tonen dat literatuur niet meer het academische bourgeoisvermaak van weleer is, staat er ook een reportage in over extreem-rechts, een stuk uit het scenario van de deprimerende buitenwijkfilm La Haine, een verhaal over de gekleurde en homoseksuele wortels van de Franse undergroundmuziek en een interview met de zwarte voetballer Desailly. 'Het is een boek met lagen', zegt De Chamberet. 'Het moest representatief zijn voor de hedendaagse Franse cultuur. Die is multicultureel. Dus naast schrijvers ook sport, muziek en politiek. Ik wilde een ander beeld van Frankrijk geven.'

De Eurostar rijdt door de noordelijke banlieue van Parijs, langs de betonnen woontorens waarin sinds de jaren zeventig immigranten zijn weggestouwd. Op nog geen halfuur van het knusse Quartier Latin bevind je je in een compleet andere wereld. In sommige wijken weigert de politie nog te patrouilleren. Berucht zijn Argenteuil, St.-Denis en Nanterre. Hier is de Franstalige hiphop geboren, inmiddels een miljoenenindustrie. En over een jaar of tien ontstaat hier een nieuwe Franse literatuur, voorspelt Mounsi, schrijver/muzikant van Algerijnse komaf, die in XCiTés wordt geprezen als The Real Thing.

De 49-jarige Mounsi kwam in 1955 naar Parijs. Hij groeide op in Nanterre. Zijn analfabete vader werkte bij Renault en raakte aan de drank. Mounsi brak zijn schoolopleiding af en ging 'on the road'; Barbès, Marseille, kraakpanden. Op zijn dertiende kwam hij in aanraking met justitie, en las hij zijn eerste boek, de detective La Reine des pommes van de zwarte Amerikaan Chester Himes. 'Ik zag de overeenkomsten tussen Nanterre en Harlem. En ik zag dat je in de gevangenis kunt zitten en toch schrijver worden.'

Inmiddels heeft Mounsi vijf romans en een essay gepubliceerd bij de gerenommeerde uitgeverij Stock. 'Literatuur is een fort, heilig voor de Fransen. Je moet als een dief naar binnen sluipen. Mijn eerste boek werd in 1990 gepubliceerd. De uitgevers waren toen geïnteresseerd om voor het eerst het verhaal van twaalfjarige moordenaars uit de banlieue te horen.' Dankzij zijn grimmige realisme en het tijdstip van publicatie heeft ook Mounsi het etiket Nouvelle Génération opgeplakt gekregen.

Hij blaast zijn wangen bol. 'Pffff. Voor mij is die hele Nouvelle Génération iets typisch Frans. Ik voel me meer verbonden met Amerikaanse marginalen als James Baldwin en Hubert Selby jr. dan met Despontes of Houellebecq. De Franse schrijvers proberen na te bootsen hoe ze denken dat wij leven. Het zijn ach, het blijven Parijse dandy's. Als ik ze meeneem naar de banlieue worden ze in de trein al bang. Dat nihilisme is een ziekte van de Franse bourgeoisie. Ze zitten achter hun televisie en zeggen: ''O, o, ik voel me zo slecht.'' Wat is er nou zo revolutionair aan die nieuwe schrijvers? Céline vertelde hetzelfde al in de jaren dertig. Als ik Houellebecq lees, hoor ik Sartre en Camus. Als ik Despontes lees, moet ik aan De Sade denken, honderd keer choquerender. Ze doen allemaal mee met het literaire circus, ze accepteren het systeem. Literatuur heeft alleen zin als je tegen vastgeroeste waarden schrijft.'

(Naschrift: Mounsi heeft slechts ten dele gelijk. Alle geïnterviewde schrijvers zijn marginalen. Ze worstelen met een samenleving die draait om consumeren en conformeren. Wat ze met elkaar gemeen hebben is dat ze de chaos achter de regels en de leegte achter de billboards proberen vast te leggen. Noteer: Hoe de Nouvelle Génération een verzinsel is, maar wel bestaat).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden