Boekrecensie

Ted van Lieshout roept vragen op over schuld en slachtofferschap in een verfrissend boek ★★★★☆

Ted van Lieshout schreef een gelaagd en geloofwaardig verhaal waarin een verdachte van kindermisbruik geen griezel blijkt te zijn. De vernuftige vorm, stijl en plot versterken elkaar.

Bo van Houwelingen
null Beeld Sarah-Yu Zeebroek
Beeld Sarah-Yu Zeebroek

Is het mogelijk een vrolijk boek te schrijven over een onverteerbaar thema als kindermisbruik? Kijk naar romans van de afgelopen tijd: Vallen is als vliegen van Manon Uphoff, Het beste wat we hebben van Griet Op de Beeck en Mijn lieve gunsteling van Lucas Rijneveld – het zijn goede boeken, verpletterend, aangrijpend. Maar vrolijk? Nee, natuurlijk niet.

Maar daar is Ted van Lieshout (1955), die steevast met een zekere lichtvoetigheid over het zware thema schrijft. In Zeer kleine liefde, zijn bekroonde dichtbundel uit 1999, vertelt een 12-jarige jongen liefdevol over zijn seksuele omgang met een volwassen man. Indertijd veroorzaakte dat de nodige ophef: Van Lieshout zou pedofilie bagatelliseren. De bundel baseerde Van Lieshout op zijn eigen jeugdervaringen, waar hij ook Mijn meneer (2012) over schreef. In die roman, over dezelfde relatie, zoekt Van Lieshout naar nuance: hij keurt pedofiele relaties ten stelligste af, maar wil de opvatting dat dit soort relaties per definitie walgelijk, slecht en traumatisch zijn wel bevragen.

Dit doet de schrijver nu opnieuw in de roman Beitelaar, waarin een 15-jarige jongen verslag doet van een ‘incident’ op een broeierige zomerdag. In een notendop: Antonij, die als bijbaantje het kerkhof onkruidvrij houdt, treft daar een man, Leo, die iets in een grafsteen zit te beitelen. De twee raken in gesprek en rusten na hun werkzaamheden uit in de schaduw achter de heg. Dan worden ze aangevallen door drie pedojagers. Antonijs verslag blijkt een schriftelijke getuigenverklaring te zijn.

Volwassene, puber en kind tegelijk

Ernstig als een volwassene, cynisch als een puber en enthousiast als een kind – Antonij is het alle drie. Het maakt zijn verklaring intelligent, grappig en ontroerend. Over zijn moeder: ‘De enige die mij Tonnie mag noemen is mijn moeder en ik haat haar als ze dat doet. Ik haat haar sowieso. Een beetje. Niet echt. Ik overdrijf om een punt te maken.’ Over zijn stiefvader, die voorzitter van het missiewerk is: ‘Hij is niet zo hypocriet als al die goede doelen op tv die alleen geld inzamelen voor zielige kindjes. Hij doet het ook voor Afrikaanse bejaarden.’ Aan de officier van justitie laat hij weten dat hij op mannen valt. Op volwassen mannen welteverstaan. ‘U valt zelf waarschijnlijk ook niet op minderjarigen.’

Laat één ding duidelijk zijn: Leo heeft Antonij met geen vinger aangeraakt. Jammer genoeg, zou Antonij daaraan willen toevoegen, want hij vindt Leo bloedaantrekkelijk. Tot in detail beschrijft hij hun ontmoeting. Leo zit voorovergebogen te werken, waardoor Antonij als eerste zijn bouwvakkersdecolleté ziet: ‘Deze man had haartjes die precies in het midden uit de bilspleet omhoogkwamen en daar schrok ik een beetje van, omdat ik harige konten alleen stiekem van internet ken en er nooit een in het echt gezien heb.’ Hij vraagt zich af of hij seks met Leo zou willen. ‘De gedachte dat ik dan het haar op zijn kont misschien zou moeten aanraken. Dat idee deed me rillen van opwinding en van afschuw tegelijkertijd. Ik bedoel: als ik per se aan gladde billen zonder haar wil voelen, kan ik wel bij mijn eigen kont terecht.’ Houd even in gedachten dat dit dus allemaal gericht is tot de officier van justitie.

Na Antonijs verklaring krijgen we een brief van Leo’s advocaat te lezen. Of Antonij alsjeblíéft zijn verhaal wil herschrijven. Graag zonder seksuele ontboezemingen en fantasieën over zijn cliënt. Antonij doet een nieuwe poging, en nog een en nog een. Telkens laat hij zich meeslepen door zijn eigen begeestering, waardoor de verklaring ontspoort. IJverig maar ook getergd begint hij dan opnieuw. Uiteindelijk lezen we vier verschillende verklaringen over hetzelfde incident. Dankzij deze caleidoscopische vorm kan Van Lieshout het verhaal steeds op een andere manier belichten, oude informatie weglaten en nieuwe toevoegen. Dat maakt het geheel spannend, en het toont aan hoe dubieus een getuigenis kan zijn: of iemand schuldig wordt bevonden, hangt ook af van hoe het verhaal wordt verteld.

Hitserige vragen

Want wat is er nou precies gebeurd en hoe erg was het? Die hitserige vragen worden door Van Lieshout subtiel gepareerd: er gebeurde bijna niets en wat er gebeurde was niet erg. Een verhaal waarin de verdachte man geen griezelige aanrander blijkt te zijn – ik vind het verfrissend. En het is een slimme zet van Van Lieshout. Zo begint de lezer met een kalm gemoed aan wat Antonij vertelt over wat hij heeft meegemaakt als kind, met zijn opa. Hij praat het niet goed maar wil – ‘vanuit mijn deskundigheid als misbruikt kind, zeg maar’ – wel duidelijk maken dat de consternatie om seksueel misbruik heen in sommige gevallen traumatischer is dan het misbruik zelf. ‘Doordat ik had gepraat, was iedereen in de problemen gekomen: mijn opa, mijn oma, mijn ouders en ik. Als ik niets had gezegd, was alles bij het oude gebleven en was er vrede op aarde.’

Van Lieshout prikkelt de lezer om na te denken over schuld en slachtofferschap. Bén je een slachtoffer, of word je slachtoffer gemaakt? Bén je een dader of word je als dader aangewezen? In wiens belang is het om alles tot op de bodem uit te zoeken? Is het soms beter dingen voor jezelf te houden? Kan dat? Mag dat? Deze vragen worden extra uitgediept met een subplot over een bijzonder graf waarin een baby en een oude vrouw liggen. Antonij zoekt uit wat dat te maken heeft met wat Leo in die zerk zit te beitelen. Dit tweede lijntje werkt niet alleen verdiepend maar geeft ook wat lucht; éven de focus van die misbruikperikelen af – weer zo’n slimmigheidje van de schrijver.

Een gelaagd verhaal met een geloofwaardig personage en dankzij een vernuftige vorm een grondige exploratie van een relevant thema – en dat in nog geen tweehonderd pagina’s. Dan heb je als schrijver al die bijvoeglijke naamwoorden wel verdiend. Oké, Beitelaar deelt geen literaire mokerslag uit, het is geen allesomvattend magnum opus en het neigt een beetje richting jeugdboek, maar het is wél een roman die in zijn opzet volledig geslaagd is. Stijl, vorm, plot en thema grijpen niet alleen goed in elkaar maar versterken elkaar ook. Boven alles stemt Beitelaar, met die innemende Antonij in de hoofdrol, vrolijk. Het is een léúk boek. Misschien wel het enige leuke boek over kindermisbruik dat er is.

Ted van Lieshout: Beitelaar. Querido; 176 pagina’s; € 18,99.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden