'Technologische vooruitgang heeft ons dood gemaakt'

Met installaties die oogden als spookhuizen vergaarde videokunstenaar Tony Oursler wereldfaam. In Amsterdam beschouwt hij met nieuw werk de digitale revolutie. Vloek of zegen?

Tony Oursler Beeld Sander Heezen

De Oude Kerk in Amsterdam is gevuld met nieuwe projecties van mediakunstenaar Tony Oursler en met enkele bestaande installaties. Zwevende figuren bezingen en bevragen de virtuele wereld. 'Ik verwachtte daar ooit alles van. Maar het bleek een grote teleurstelling.'

'You can't fight the space', zegt Oursler als hij in de Oude Kerk een donsjack aantrekt en een muts op zet tegen de kou. Hij bedoelt: de kerk - die ruimte, die hoogte, de geschiedenis, de 'duizend' soorten licht per dag - daar gaat hij het met zijn videoprojecties nooit van winnen. 'Dat wist ik meteen, toen ik hier twee jaar terug voor het eerst was', zegt hij. En daarom geen krijsende monden en tollende ogen, geen psychedelische verlichting waar je duizelig van wordt, want daar denk je aan bij Tony Oursler, wiens installaties wereldwijd met spookhuizen worden vergeleken.

Er rollen wel behoorlijk cryptische zinnen uit de meer dan levensgroot geprojecteerde hoofden ('Lollipop, Lollipop, those pixels are hot') maar als geheel heeft de kunstenaar een opmerkelijk kalme installatie afgeleverd die hooguit stevige accenten in de imposante ruimte legt. Of, zoals hij met zijn laconieke New Yorkse dictie zegt: 'It's organic.'

Beeld Sander Heezen

De digitale wereld

Met het nieuwe werk Input/Output underflow geeft Oursler zijn visie op de invloed van de digitale wereld op ons denken en ons bewustzijn. 'Religie is nagenoeg verdwenen', zegt hij terwijl hij over de grote grafstenen stapt die de vloer vormen, 'maar er is een soort nieuwe mystificatie aan de gang door technologie. Daar begint dit werk.' Hij stopt bij een projectie met twee zingende vrouwenhoofden op de gerestaureerde glas-in-loodramen van de kerk. 'Hier hoor je onder meer flarden uit het leven en werk van Alan Turing (1912 -1954), uitvinder van het binaire stelsel, de Turingtest én tijdens de Tweede Wereldoorlog de kraker van de Enigmacode. Turing is de godfather of computing.' Ja, het nieuwe werk is óók een hommage aan Turing, zoals Oursler al eerder referenties aan pioniers uit de geschiedenis van technologie, van film en illusionisme in zijn werken stopte.

Op de muur en hoog op het houten plafond verschijnen ook basale 3D-plaatjes van elektronische artefacten: een camera, een condensator, een printplaat. Waarom zien die er zo knullig uit? Oursler lacht: 'Precies. Ik hou van de look van die eenvoudige computeranimaties. Het herinnert me eraan dat de digitale versie van de wereld altijd een mislukking is.' Hij gebaart naar mij, naar hemzelf en weer terug en zegt: 'Niets kan ooit vervangen hoe wij hier nu met elkaar staan te praten, hoeveel tijd we ook voor een scherm doorbrengen.'

Verder gaat het, naar het koor. Daar wijst hij een ander werk aan, geprojecteerd op het zeshonderd jaar oude misericorde-houtsnijwerk van de banken. Een handhoog mannetje en vrouwtje, de acteurs Sara Kinlaw en Brandon Olsen, beelden verschillende manieren uit met 'technologische stress' om te gaan. De man is kritisch maar berustend, past zich aan: 'Hij is de conformist.' De vrouw beweegt soepel en vrij, roept op tot verzet, laat zich niet vangen. Oursler doet voor hoe hij haar met wilde gebaren naast de camera stond te regisseren. 'Maar zij is beter dan ik hè, zij is echt een rockster.'

Beeld sander heezen
Beeld Sander Heezen
Beeld Sander Heezen
Beeld Sander Heezen
Beeld Sander Heezen
Beeld Sander Heezen
Beeld Sander Heezen

'Diep banaal'

Voor een mediakunstenaar van in de vijftig kwam die hele digitale revolutie eigenlijk pas halverwege zijn loopbaan binnenzeilen. Hoe dacht hij daar toen over?

'Dat weet ik heel goed, want ik denk er tegenwoordig veel over na. Net als mijn collega's was ik in de jaren tachtig overtuigd, nee, geobsedeerd door het idee dat de menselijke creativiteit vrij zou gaan vloeien als de technologische belemmering weg was. Dat iedere 12-jarige een Steven Spielberg zou kunnen zijn als technologie in handen van iedereen kwam. En toen dat gebeurde, met de digitale middelen en met internet in de jaren negentig...' Oursler maakt zijn zin niet af, kijkt spijtig. 'Ik wacht er nog steeds op. Het gebeurde niet. Het bleek zoveel narcistischer, zoveel banaler dan we hadden gehoopt. Diep banaal.'

Hij wil niet als een pessimist worden afgeschilderd; let wel, zijn hele loopbaan drijft op de technologische vooruitgang. 'Maar als ik zie hoe onzeker, afhankelijk en passief mensen er van zijn geworden, dat beangstigt me. De machine heeft ons dood gemaakt: intellectueel, seksueel en creatief dood. Ik zie assistenten die aan de beste universiteiten van Amerika hebben gestudeerd, but they are trained to be stupid. Ik zeg het niet graag, maar je stelt ze een simpele vraag en ze kunnen maar één ding. Ze openen hun laptop. Ze sturen een mail. Ze wachten op antwoord.' Oursler spreidt zijn handen. 'Het vertrouwen dat je zelf iets kunt maken, is weg. Dat je best zelf uit het niets iets kunt tekenen of iemand direct iets kunt vragen.'

Er zitten bergen tekst in het nieuwe werk, zoals er ook bergen informatie zit in dat wat we dagelijks via schermen consumeren. Het is de 'onderstroom' uit de titel: zinnen over privacy, over identiteit, gedachten over 'aan' en 'uit' staan, over het geloof in computers, maar ook over technologie die 'een rots is geworden die we niet meer kunnen tillen', zoals één van de personages zegt. Tony Oursler weet dat hij het zijn publiek niet makkelijk maakt, maar ja: cultuur is niet hetzelfde als entertainment. 'De bezoeker moet actief op zoek. Dat is uiteindelijk ook het meest bevredigende: zelf iets vinden, zelf iets maken.'

Tony Oursler, I/O underflow, 27/11 t/m 29/3 in de Oude Kerk, Amsterdam

Projectie X ERGO Y, 29/11 t/m 16/1 op de gevel van het Stedelijk Museum Amsterdam

The Artists Speaks, 29 en 30/11, Oude Kerk. Alumni van de Rijksakademie reageren op het werk van Oursler

Wie is Tony Oursler?

Tony Oursler (New York, 1957) begon eind jaren zeventig vanuit Californië, samen met kompanen Mike Kelley en Paul McCarthy, de wereld te bestoken met hevig verontrustende video's en installaties. Al gauw maakte Oursler zich los van het vaste formaat van het beeldscherm en het filmdoek en projecteerde zijn werk op losse voorwerpen en 'dummies', poppen. Tony Oursler werd 'mede dankzij allerlei Nederlandse instellingen' vanaf begin jaren tachtig wereldberoemd. Hier was hij sinds zijn solo in het Van Abbemuseum (1995) nauwelijks nog te zien. In 2013 maakte hij voor goede vriend David Bowie de videoclip bij Where Are We Now, die op YouTube in première ging.

Orakel Tony Oursler, Amerikaans mediakunstenaar, werd vooral bekend in de jaren negentig. Naar eigen zeggen werd hij ontdekt in Nederland. Na lange tijd is hij nu weer hier te zien: in de Oude Kerk en op de gevel van het Stedelijk Museum Amsterdam met grote, orakelende projecties. Hij gaat op zoek naar oorzaken en antwoorden, onder meer te zien met zijn hommage aan Alan Turing, de uitvinder van de computer.

Beeld Sander Heezen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden