Te vaak vaag gearticuleerd machtsvertoon

Muziek..

AMSTERDAM Een uitvoering van Richard Strauss’ muzikale zelfportret Ein Heldenleben hoort in het Concertgebouw niet wat je noemt tot de uitzonderingen. Sinds 1898, het jaar waarin Strauss het stuk opdroeg aan het Concertgebouworkest en zijn toenmalige ‘directeur’ Mengelberg, heeft alleen al het KCO dit paradepaard al zo’n 135 keer op de lessenaars gezet.

Met dank aan het Nederlands Philharmonisch Orkest en zijn toekomstige voorman Marc Albrecht – chef vanaf 2011 – zijn er de afgelopen dagen nog eens twee heldenlevens bij gekomen. Niet zonder symboliek: zoals Mariss Jansons met fenomenale uitvoeringen van Strauss’ Heldenleben in 2004 zijn geloofsbrieven overhandigde als nieuwe KCO-chef, zo stond Albrecht nu in de NedPhO-planning met ditzelfde proefstuk naar eigen keus. Het zou een soort debuut hebben betekend (met Albrecht voor het eerst na zijn benoeming op de bok bij een NedPhO-concert in het ‘Gebouw’), ware hij in oktober al niet plotseling ingevallen met Mahlers Derde Symfonie voor een zieke Yakov Kreizberg.

Ein Heldenleben is een van Strauss’ eclatantste symfonische gedichten. Daarbij openbaren eigenschappen als ironie en zelfspot in Strauss’ muziek zich kennelijk steeds makkelijker naarmate die muziek ouder wordt, en de maker (overleden in 1949) meer op afstand komt te staan.

Albrecht is niet gevoelloos voor de ambiguïteit van Strauss, die charme en heroiek ongemerkt in spot kan laten overgaan – en op een provocerende manier ook andersom. Albrechts ervaring op dat punt kwam anderhalf jaar geleden al fraai tot uiting toen hij, met het NedPhO in de orkestbak, bij de Nederlandse Opera Strauss’ Die Frau ohne Schatten dirigeerde, al ging het toen minder om ironie en meer om tragiek en klinkende toverkunst.

Met het curriculum vitae van Ein Heldenleben – orkestrale schildering van een montere tocht, doorkruist door kakelende critici en een kwebbelende echtgenote en eindigend in sonore stervenssferen – was Albrecht minder overtuigend. De ferme stap en het grote gebaar van het aanvangsthema, door Albrecht met de wilde frisheid van limoenen ingezet (met navenant verlies aan accuratesse in het NedPhO) leidden te vaak tot een vaag gearticuleerd machtsvertoon. Beter ging het de ‘critici’ af (snaterend hout); nog beter de stervende held (zoemende strijkers), maar een veelzijdige Straussbio werd het niet.

Waar de muze zich verinnerlijkt, en diepzinnig wordt zonder dat ‘diepte’ erbovenop wordt gelegd, houdt Albrecht zich intussen prachtig staande. Zoals in het aangrijpende,Eerste Vioolconcert van Sofia Goebajdoelina. Het klonk voor de pauze, met Isabelle van Keulen in een grootmeesterlijke vertolking van de solistenpartij, en beloofde veel voor Albrechts uitvoering – komend seizoen – van het vioolconcert van Alban Berg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden