Te gemakkelijke visie op zonden en deugden

Hoogmoed of nederigheid. Hebzucht of gulheid. Lust of kuisheid. Afgunst of naastenliefde. Gulzigheid of matigheid. Woede of zachtmoedigheid. Luiheid of ijver....

Het is typisch een onderwerp voor André Gingras, de Canadese choreograaf die in Nederland opviel met voorstellingen over actuele thema’s als genetische manipulatie en migratie. Op uitnodiging van het Tilburgse Station Zuid maakten hij en zijn landgenoot Sylvain Émard Seven by 2. Het is een tweeluik met zeven mannelijke dansers in zeven actes van zeven minuten waarin al die zonden en deugden hun sporen hebben achtergelaten.

In een van de Brabanthallen, de vroegere veemarkt van Den Bosch, zijn van stof zeven zwarte cabines opgetrokken waar het publiek in groepjes langs wordt gedirigeerd. De oorspronkelijke locatie – het historische Paleis van Justitie – werd op het laatste moment afgeblazen vanwege een geschil over de belastbaarheid van de vloeren. Het nadeel van deze oplossing is dat het geluid uit de cabines rondzoemt. Erger echter zijn de gemakzuchtige meningen die de makers erop nahouden. Of kijken wij nergens meer van op?

Zeker, er zijn mooie beelden. Zoals de man achter het plastic gordijn die zittend op een hoge rol papier klaarkomt en uiteindelijk zelf een wuivend stuk papier wordt. Of een schimmig belicht vanitas-stilleven, bestaande uit het kadaver van een paard, krekels in een zwarte gazen kooi en videobeelden van een slachthuis. Maar hoewel het vaak letterlijk over tegenstellingen gaat – tussen ingetogen en uitzinnig, tussen echt en nep – wordt niets een dilemma. Alleen het duet te midden van een stel gloeiend hete lampen, een bak water en een berg appels schuurt; hier lopen aantrekken en afstoten, tederheid en geweld, laven en branden dicht langs elkaar.

Émard heeft het getal zeven opgevat als een combinatie van drie (hemel) en vier (aarde). In zijn hal zit het publiek op twee tribunes tegenover elkaar aan weerszijden van een blankhouten dansvloer met over de gehele breedte een schacht. Op gympen ploppen de dansers uit het eerste deel een voor een uit de spleet omhoog. Op minimalistische elektronica van Jürgen De Blonde gaan ze een gevarieerd spel van solo’s en duetten, trio’s en groepsstukken aan. Er is veel energie en lichamelijkheid. De mannen spiegelen elkaar en halen acrobatische toeren tussen spelen en vechten uit.

Hoewel de opbouw absoluut niet dwingend is, is het een mooie choreografie waarin de dansers zich van hun beste kant tonen; met name de lange, onbestemde Péter Cseri valt op. Vreemd alleen dat de dreiging van de diepte, van het onbekende, nauwelijks wordt gebruikt. Alsof we ons tijdens ons leven nooit druk maken om die hemelse lichtbundel die de dansers tot slot allemaal weer terug de aarde in zuigt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden