Tatum zette deuren open

De pianist Art Tatum (1909-1956) drukte een onuitwisbaar stempel op de jazz. Op de cd-box ‘Tatum Art’ is te horen hoe virtuoos hij was....

Weinig is zo leuk als speciale concerten, huiskameropnames en after-hour sessies van legendarische muzikanten. Zeker bij jazz, de muzieksoort waarbij het nog meer dan bij andere stijlen gaat om improvisaties in het heetst van de strijd. Tatum Art, een 10-delige cd-box met opnamen van de legendarische jazzpianist Art Tatum, is een grote viering van het muziekmaken in het hier-en-nu. Ook al zijn de opnamen tussen de vijftig en vijfenzeventig jaar oud.

In ruim twaalf uur komt geen enkele normale studio-opname voorbij. Radio-optredens, clubconcerten en privéopnamen bij mensen thuis vormen samen een levendig beeld van de carrière van de man die nog altijd wordt beschouwd als misschien wel de beste jazzpianist die ooit heeft geleefd, maar over wie slechts weinig bekend is.

Behalve enkele Britten in 1938 hebben Europeanen zelden de kans gehad Tatum in levende lijve te horen spelen. De pianist beleefde zijn hoogtijdagen rond de Tweede Wereldoorlog. Toen de Franse vioolheld Stephane Grappeli in 1956 voor het eerst naar de Verenigde Staten zou reizen, overleed Tatum vlak daarvoor. Grappeli zegde zijn reis af. Als hij de pianist niet zou kunnen zien spelen, had het weinig zin meer, vond hij.

Toen de bijna blinde Art Tatum op 47-jarige leeftijd overleed aan nierfalen had hij een onuitwisbaar stempel gedrukt op de jazz. Niet alleen omdat hij een prima carrière had gehad met succesvolle optredens door heel Amerika, maar vooral omdat hij de muzikale mogelijkheden op een verbluffende manier had vergroot. Tatum heeft deuren open gezet die onder meer hebben geleid tot de bebop van Charlie Parker, de virtuoze swing van Oscar Peterson en het ontledende moderne spel van Keith Jarrett.

Er wordt vaak gezegd dat Tatum zijn tijd dertig jaar vooruit was. Het was de reden waarom talloze muzikanten hem in zijn tijd bewonderden maar ook enigszins vreesden. Hij werd nagevolgd, maar menigeen gaf het na verloop van tijd op. Les Paul speelde aanvankelijk piano, maar nadat hij Tatum had gehoord besloot hij dat instrument maar te laten voor wat het was. Hij kon toch nooit zo goed worden. Hij switchte naar elektrische gitaar, waarmee hij wereldberoemd werd. Hetzelfde gold voor trompettist Francis Williams uit het orkest van Duke Ellington. Hij was als kind bevriend met Tatum en speelde eveneens piano, maar hij kon hem in de verste verten niet bijhouden.

Het meest kenmerkend aan Art Tatum was zijn buitengewoon virtuoze spel. Hij speelde supersnelle riedels en maakte grote sprongen op een achteloze manier. De Amerikaanse jazzpianist en natuurkundige Vijay Iyer, van de Berkeley Universiteit van Californië, heeft een studie gemaakt van de kleinste tijdsafstand tussen twee noten die door de mens kan worden waargenomen. Hij doopte die afstand de ‘tatum’, het is nu een begrip in sonologische kringen.

Maar belangrijker dan zijn grote virtuositeit – die zowel kenners als leken nog altijd versteld doet staan – is wat Tatum ermee deed. Hij nam de klassieke stridepianostijl van oerpianist en zelfverklaard uitvinder van de jazz Jelly Roll Morton en bouwde die aan alle kanten uit. De kenmerkend ritmisch heen en weer springende linkerhand die traditioneel de begeleiding vormt van de solerende rechter, ging bij Tatum een eigen leven leiden. Daarbij speelde hij akkoorden die complexer waren dan wat je daarvoor hoorde. De wringende en meerlagig doorzingende klanken zijn nu normaal, maar waren in de jaren dertig revolutionair.

Tatum speelde nauwelijks eigen composities. Hij ging aan de haal met bestaande populaire nummers waarvan vele nu tot het standaardrepertoire van jazzmuzikanten behoren. Juist doordat je de vergelijking kon maken met de oorspronkelijke versies werd duidelijk hoe fantasievol en ingenieus Tatum de muziek benaderde. Tegenwoordig gebruikelijke zaken als het citeren van een melodie uit een ander nummer en het omkeren van thema’s zijn door hem populair gemaakt.

Deze box is er niet een die je gezellig op de achtergrond aanzet tijdens het kerstdiner. Daarvoor is de geluidskwaliteit te wisselend en bovenal is de muziek te bijzonder. Het helpt om je echt onder te dompelen. Dan hoor je hoe Tatum solo eigenlijk het allermooist klinkt, hoewel zijn trio met bassist Slam Stewart en afwisselend de gitaristen Everett Barksdale en Tiny Grimes ook heerlijk door kan buffelen. Je hoort hoe Tatum geregeld zonder blikken of blozen door zangeressen heen blijft soleren, hoe hij Louis Armstrong begeleidt en hoe hij meeneuriet en soms zelfs een nummer zingt. Er is een bijzondere opname met eerder genoemde gitarist Les Paul en nooit uitgebracht materiaal waarop hij liefdevol samenspeelt in een New Yorks appartement. Door de jaren heen is het spel van Tatum niet enorm veranderd. De basis blijft hetzelfde, alleen de harmonische brille en opgewekte inventiviteit worden steeds subtieler.

Fantastisch is een filmpje op de korte bonus-dvd. Tatum speelt in zijn eentje het nummer Yesterdays, in 1954 in het tv-programma van Spike Jones. Zijn lange vingers lijken nauwelijks te bewegen, ondertussen hoor je de meest virtuoze en verrassende vondsten voorbijkomen. De pianist voegt harmonieën toe en deelt klappen uit met links die afkomstig zouden kunnen zijn uit een compositie van Stravinsky. Het is een volledige, hypermoderne symfonie die voorbij komt in twee minuten. De domme grijns die erop volgt, is onbetaalbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden