Interview

Tassenontwerper Omar Munie: 'Ik heb alles altijd zelf gedaan'

Interview

Hij was hard op weg van zijn tassen een wereldmerk te maken toen hij ziek werd. Nu richt Omar Munie zich op het chiquere publiek van het Haagse Noordeinde.

Tassenmaker Omar Munie met twee van zijn ontwerpen. Foto Io Cooman

Als het aan zijn moeder had gelegen was Omar Munie (29) nooit tassenontwerper geworden. Accountant, dat had ze liever gehad, dat was tenminste een beroep met zekerheid. Waarom had ze anders al die jaren stof verhandeld in Mogadishu, voor een dollar per meter? Om voor al haar negen kinderen een vlucht uit de Somalische burgeroorlog te kunnen betalen immers, om hun toekomst zeker te stellen.

Een dochter komt in Minnesota terecht, een andere in Kenia. En de 9-jarige Munie belandt samen met zijn broertjes en een 15-jarige zus na een helse boottocht in Tanzania, waar een kennis de kinderen op het vliegtuig zet. Naar Duitsland, denkt hun analfabete moeder. Het blijkt Nederland. Het is dan 1995. Negentien jaar later is Munie een bekend tassenmaker.

Ja, als je het zo achter elkaar hoort, zegt hij nu, is het inderdaad een wonderbaarlijk verhaal. Maar op de bank in zijn Haagse atelier, een ruimte in een oud PTT-gebouw waar startende ondernemers zitten, vertelt Munie het zachtjes en geroutineerd, alsof het heel gewoon is dat, bijna twintig jaar na zijn vlucht, in de ruimte hiernaast zeven medewerkers zijn leren tassen aan het maken zijn. Zelfs als hij vertelt hoe zeer hij die eerste maanden in het asielzoekerscentrum zijn moeder mist, wordt hij niet zichtbaar emotioneel. Elke week bellen de kinderen haar en dan zegt ze altijd dat ze volgende week zal komen. Maar op een gegeven moment wil hij niet meer bellen. Ze komt toch niet.

Een jaar later mag hij naar de basisschool. Munie doet er alles aan om hetzelfde niveau te bereiken als zijn klasgenootjes. Op zijn 13de komt zijn moeder eindelijk over en het gezin gaat eerst in Zierikzee wonen en dan in Leidschendam. Tot zijn 14de wil hij profvoetballer worden, tot hij erachter komt dat hij goed is in dingen máken. 'Je lijkt wel een homo, man', zeggen zijn vrienden als hij zijn eigen broeken in elkaar begint te zetten, 'maar je ziet er vet uit.' Per toeval ontdekt hij dat er in Den Haag een modevakschool is en hij schrijft zich meteen in. Als hij voor het eerst een tasje maakt, zijn de meiden in zijn klas enthousiast. Die week maakt hij 's nachts nog drie stuks. Dan gaat het hard: Munie stapt op zijn 16de naar de Kamer van Koophandel om, nog scholier, zijn bedrijf op te richten, hij wint de ene prijs na de andere, komt op tv bij RTL Boulevard en krijgt van de woningbouwvereniging zijn eigen atelier, waar zijn broers komen helpen.

'Tassen zijn gewoon cool'

Stoffen tassen maakt hij dan al lang niet meer: bij leerlooiers koopt hij grote lappen leer die hij zelf in zijn atelier verwerkt tot glamourachtige modellen versierd met kleine stenen, knoeperds van stenen en bloempatronen. Het zijn tassen die niet zouden misstaan op Ibiza of bij café 't Bonte Paard in Laren. Al zijn tijd stopt hij erin. Het is heel simpel: 'Kleding moet je eerst uitproberen, maar bij een tas zie je direct of-ie bij je past. Tassen zijn gewoon cool.'

Maar zijn moeder laat het koud.

Waarom? 'Het verdiende in haar ogen niet genoeg. Het gekke was: in Amerika ging het sowieso veel makkelijker dan in Nederland. Toen ik in 2003 met een vriendin mee mocht naar New York, liep ik gewoon warenhuis Macy's binnen en daar waren de verkopers zo enthousiast dat ze er twee kochten.' De tweede keer kwam hij op uitnodiging van Joe Perello, directeur citymarketing van New York die hij in Den Haag had zien speechen en aan wie hij vervolgens een mailtje had gestuurd. 'Jij bent the American dream', zei Perello, 'vestig je hier en we maken een internationaal succes van jou.'

Maar Munie is dan 18 en net herenigd met zijn familie, moet hij ze dan meteen alweer achterlaten? Het wordt hem ineens te veel. Die maandag zit hij weer in de schoolbanken van het mbo. 'Als het in New York kan, lukt het toch zeker ook hier?', denkt hij. Met een rolkoffer vol zelfgemaakte tassen gaat hij naar het winkelcentrum van Leidschendam, maar van de veertig winkeliers wil niemand er eentje kopen. Daar heb je dat donkere jongetje weer, fluisteren ze, zou hij die tassen soms van de markt hebben? Achteraf begrijpt hij het wel. 'Mijn tassen waren veel te mooi, geen wonder dat niemand wilde geloven dat ik ze zelf had gemaakt.'

Heb je als ex-vluchteling het gevoel dat je met een achterstand begon? 'Nee, absoluut niet. Je moet je afkomst niet als excuus zien. Iederéén kan in Nederland de top bereiken, maar je moet bijzonder zijn op jouw manier.' Als een vriendin bij een tijdschrift een stukje over zijn tassen schrijft, begint het ook in Nederland te lopen. Munie zoekt naar agenten om hem te helpen met de verkoop en droomt intussen van zijn eigen winkel. Hij loopt net zo lang door Rotterdam tot hij in 2010 het perfecte pand vindt: een drie verdiepingen tellende, leegstaande winkel aan de Coolsingel. 'Ik deed mijn ogen dicht en het was net of ik in Milaan stond.'

Medewerkers van Omar Munie in zijn atelier in Den Haag, waar de tassen met de hand worden gemaakt. Foto Io Cooman

Had je een investeerder?

'Nee man, ik heb alles altijd zelf gedaan! Ik heb nog nooit geld geleend.'

Maar hoe betaalde je als beginnende ondernemer de huur?

'Dat pand kon ik met flinke korting huren van de woningbouwvereniging. Op een congres ontmoette ik Zakenvrouw van het jaar Marlies van Wijhe, van het verfmerk. Ik vroeg: 'Marlies, wil jij de verf voor mijn winkel regelen?' 'Te gek', zei zij meteen. De inrichting deed ik met de hulp van een interieurarchitect die ik op een beurs had leren kennen en het verven werd gedaan door twintig leerlingen van de mbo-richting interieur. Ik had vroeger nooit gedacht dat ik ondernemer zou worden. Ik heb er niet voor geleerd, maar je moet gewoon handelen, dóén.'

Drie jaar later draait Omar Munie Clothing flinke winst. De handgemaakte leren Sesentie Bags, Crownie Bags en Ellie Bags met buffelhoornhangers, strassstenen en bloempatronen kosten tussen 200 en 500 euro per stuk. Daarnaast is Munie te boeken als 'inspirational speaker' en produceert hij tassen en telefoonhoesjes voor onder meer KLM en Samsung. Voor de gemeente Den Haag ontwerpt hij de Hagie Bag, die op de Afghanistantop in 2009 wordt uitgedeeld aan deelnemers als Hillary Clinton. Ook het Gooi ontdekt hem. Quinty Trustfull, Caroline Tensen, Leontien van Moorsel, Inge de Bruin, ze lopen allemaal met zijn tassen. Zijn merk heeft verkooppunten in Parijs, Dubai en New York. Alles gaat goed. Alles gaat perfect. En dan is het 2013 en gaat alles mis.

Als hij in dat jaar naar Tanzania wil vliegen om een project voor weeskinderen op te zetten, krijgt hij een allergische reactie op de inenting. Plotseling functioneren zijn nieren nog maar voor 3 procent. Het is kantje boord, hij wordt onmiddellijk in coma gebracht. Als hij twaalf dagen later in het ziekenhuis wakker wordt en een glaasje water wil pakken, valt het uit zijn hand, te zwaar. Staan, lopen, praten, een half jaar lang is hij bezig om alles opnieuw te leren. In één klap is de tassenontwerper nierpatiënt geworden. Zijn bedrijf wankelt, want hoe kan hij nu nog contacten onderhouden met al zijn buitenlandse verkooppunten? Hoe moet hij een wereldmerk worden als de nierdialyse hem aan Den Haag bindt?

Een tas van Omar Munie. Foto Io Cooman

Zo ver gekomen en dan dit. Was je niet enorm gefrustreerd?

'Nee. Ik lag niet vloekend in bed. Er kwam zelfs een advocaat die gratis een schadeclaim voor mij wilde opstellen vanwege die injectie, maar ik zei: 'Als je me geen nieuwe nier kunt geven, hoeft het niet.' Ik had geen zin in die negativiteit.'

Je begon net door te breken in het buitenland.

'Weet je, vóór mijn nierproblemen denderde ik maar door. Pas toen ik wel stil moest staan, dacht ik: hé, ik heb eigenlijk heel veel bereikt. De vlucht uit Somalië was vooral mijn moeders missie, ik had geen keuze: moest gewoon mee. Maar deze nierproblemen waren mijn eigen strijd. Toen het nog goed ging, dacht ik er niet over na, maar nu realiseerde ik me pas dat ik een vechter ben. Ik wilde bewijzen: ik ben geen patiënt, ik ben nog steeds Omar Munie Clothing, wat er ook gebeurt.

Daarom ben ik ook ambassadeur van de Nierstichting geworden. En weet je, na twee jaar kreeg ik een nier van een onbekende vrouw. Dat geloof je toch niet? Ze zou hem eigenlijk doneren aan een vriend van mij die bij Pauw & Witteman vertelde dat hij een donor zocht. Maar dat ging om medische redenen op het laatste moment niet door. 'Misschien wil ze die nier dan wel aan jou geven', zei die vriend. Natuurlijk niet, dacht ik. Maar we maakten een afspraak, het klikte, en de volgende dag belde ze op: ik mocht hem hebben. 'Omdat het kan.'

Vanuit zijn ziekenhuisbed zette hij zijn buitenlandse verkooppunten stop, gaf de winkel in Rotterdam op en begon een nieuwe winkel aan het Haagse Noordeinde, zodat hij na de dialyse kon langsgaan. En nu, twee maanden na de transplantatie, gaat het goed. Zijn zeven medewerkers en vier stagiairs maken gemiddeld vijf tot tien tassen per dag. De glamourontwerpen doen het goed bij het Haagse ambassadepubliek, er is een wachtlijst met 98 namen. Om wat terug te doen na alle kansen die hij heeft gekregen, heeft Munie The Dream Factory opgericht, een project waarin werkzoekenden met behoud van hun uitkering in zijn atelier het vak komen leren. Zelfs zijn moeder is inmiddels bijgedraaid.

Omar Munie in zijn atelier. Foto Io Cooman

Ben je nooit boos geweest dat ze eerst niet in je geloofde?

'Nee, op excuses zit ik niet te wachten, daarvoor respecteer te veel wat ze voor haar kinderen heeft gedaan. Onze band is goed. 'Waar was je nou?', vraagt ze als ik één dag niet langskom. Aan het werk, antwoord ik dan. Maar niet als accountant, godzijdank. Stel je voor dat ik naar mijn moeder had geluisterd.'

Foto -
De tassen van Omar Munie. Foto -
Foto -
Foto -
Foto -
Foto -
Foto -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.