Tapijtenverkoper en fijnzinnig dichter

De Uruguayaan dichtte over de gewone dingen van het leven, maar was meer dan een volksschrijver.

Maarten Steenmeijer

De prestigieuze Cervantesprijs heeft Mario Benedetti (Uruguay, 1920-2009) nooit gekregen. Maar in Spaans Amerika en ook in Spanje is hij bijna even populair als destijds Pablo Neruda. En net als in het geval van de Chileense dichter is dat vooral te danken aan zijn poëzie, en dan met name zijn gedichten over de ‘gewone’ dingen van het leven. Benedetti droeg ze overal ter wereld voor, al dan niet in het gezelschap van zanger/gitarist Daniel Viglietti, een landgenoot van hem. In Spanje vond de dichter een toegewijde vertolker in de bekende bard Joan Manuel Serrat.

Maar Benedetti was veel meer dan volksdichter. Er was vrijwel geen genre dat hij niet beoefende, terwijl hij ook als journalist een grote staat van dienst heeft. Die veelzijdigheid is ook te vinden in de talloze beroepen die Benedetti uitoefende. Zo was hij onder meer stenograaf, boekhouder, vertaler, ambtenaar en tapijtenverkoper. De kennis en ervaring die hij in al deze baantjes opdeed kon hij te gelde maken in de verhalenbundel Montevideanos (1959), een onopgesmukte doorsnee van het kleinburgerlijke leven in Montevideo.

Montevideanos stamt uit de tijd dat Uruguay zich nog het Zwitserland van Latijns-Amerika kon noemen. De genadeslag voor deze periode van rust en welvaart kwam met de militaire coup van 1973, die Benedetti dwong het land te verlaten. Hij woonde achtereenvolgens in Argentinië, Peru, Cuba en Spanje, het land waar hij na terugkeer in zijn vaderland de helft van het jaar zou blijven wonen.

Lang vóór de militaire coup had Benedetti het roer al omgegooid in zijn werk. Aanleiding was de Cubaanse Revolutie van 1959, een sprankelend alternatief voor het grijze politieke klimaat waarin zijn vaderland voortsukkelde. Benedetti is het Cuba van Castro altijd trouw gebleven. Dat is hem op veel kritiek vanuit de letterenwereld komen te staan maar heeft zijn populariteit geen schade berokkend.

Een van Benedetti’s bekendste werken is Het uitstel, een ingetogen dagboekroman uit 1960. De Argentijnse verfilming was in 1975 kandidaat voor de Oscar voor de beste buitenlandse film maar moest het uiteindelijk afleggen tegen Fellini’s Amarcord. Het verhaal speelt zich af in de tijd dat kantoorklerken in Uruguay al op hun vijftigste met pensioen konden. Voor weduwnaar Martín Santomé is dat geen prettig vooruitzicht. Wat moet hij nu nog? Als de twee keer zo jonge Laura in zijn leven komt hoeft hij niet meer te tobben over een antwoord op deze vraag. Maar het geluk mag niet lang duren: Laura sterft een vroege dood.

Een drakerige love story die Benedetti wist om te toveren tot een kleine klassieker. Dankzij zijn fijnzinnige soberheid groeide de existentiële onmacht van deze kleinburger uit tot onbehaaglijk symbool van de leeglopende ‘democratische luchtballon’ waarin ‘vestzaklandje’ Uruguay na de gouden jaren was veranderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden