Tamme seks op hip discobalkon

In zijn speelfilmdebuut Studio 54 schetst Mark Christopher de onverwachte opkomst en voor de hand liggende ondergang van een schaapachtige jongen uit New Jersey, die eind jaren zeventig zijn geluk beproeft in de grote stad....

In een monotone voice-over vertelt Shane O'Shea (Ryan Phillippe) dat hij genoeg had van zijn baantje bij de benzinepomp en dat zijn overleden moeder hem ooit inprentte dat je alles kunt worden wat je maar wilt.

Dus rijdt hij met zijn vrienden naar Manhatten, met in zijn broekzak een verfrommeld krantenartikel over het soap-sterretje Julie Black (Neve Campbell), iemand met dezelfde achtergrond als hij, die het gemaakt heeft.

Shane wordt uit de rij gepikt voor de befaamde New Yorkse nachtclub Studio 54, waar het gedrang groter is dan rond de rode loper bij de Oscar-uitreiking. Iedereen wil er naar binnen, maar slechts weinigen geraken langs Steve Rubell (een aardige rol van Mike Myers), de extravagante, homoseksuele manager van de club.

Het hoofd van Botticelli op het lichaam van Michelangelo's David, noemt een vrouwelijke platenproducer hem, nadat ze op het balkon van 54 met hem heeft gesekst. Shane kijkt haar glazig aan; hij heeft geen idee waar ze het over heeft, maar werkt zich ondanks zijn beperkte geestelijke bagage binnen de kortste keren op van glazenhaler tot barjongen.

Hij sluit vriendschap met het meisje van de jassen en haar vriend, en voelt zich de koning te rijk. Seks, drugs en disco: alles is binnen handbereik.

Dan gaat het mis.

Discogangers vallen dood neer op de dansvloer, de belastingdienst komt buurten, de vriendschappen komen onder druk te staan. Shane keert het ruige leven de rug toe. Gelouterd vindt hij een gewone baan in New Jersey.

Studio 54 hinkt op veel gedachten. Het is een film over ambitie: de soapster wil bij de film, het meisje van de jassen (Salma Hayek) wil de nieuwe Donna Summer worden en alle would be-sterren op de dansvloer streven met pillen en drank het grote geluk na.

Het is een portret van een befaamde disco, die een tijd lang de hipste, wildste plek op aarde was. Waar Andy Warhol en Truman Capote ronddoolden, waar Bianca Jagger haar verjaardag vierde op de rug van een witte hengst, en waar Mick Jagger, Liza Minnelli en Betty Ford zich vol drank en drugs propten. Op film is het echter een tamme bedoening.

De soundtrack van Studio 54 is ellenlang, maar in de film zijn slechts flarden van de grote discosongs uit de jaren zeventig (Relight My Fire, Knock On Wood) te horen, ver weg op de achtergrond, tussen de onnozele gesprekjes van de hoofdrolspelers door.

Na proefvertoningen heeft regisseur Christopher flink moeten knippen in Studio 54. Het heeft de film geen goed gedaan. Studio 54 is onevenwichtig, weinigzeggend en haalt het niet bij jaren-zeventig-portretten als Boogie Nights en Saturday Night Fever. Dat komt niet alleen doordat Ryan Philippe geen John Travolta is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.