Talloos veel miljoenen foto's

Even leek het erop dat Internet de wereld van de fotobureaus snel op zijn kop zou zetten. Dat lijkt mee te vallen....

EEN BEZOEK aan het fotofestival Visa pour l'Image in het Zuid-Franse Perpignan doet vermoeden dat de tijd heeft stilgestaan. In het eeuwenoude Hotel Pams zitten in enkele tientallen kamers vertegenwoordigers van fotoarchieven en fotopersbureaus te wachten op nieuwe klanten. Buiten is het 28 graden en op de terrassen klinken de gesprekken tussen oude bekenden die elkaar hier jaarlijks treffen.

Maar wie oplet, ziet tussen de eikenhouten trappen en de gepleisterde muren door de nieuwe media wortelschieten. Moeizaam gaat het, dat wel. De medewerkster van het Parijse fotopersbureau Sygma geneert zich voor de defecte hardware die het onmogelijk maakt hun Internetsite te laten zien. De man van Sipa kan alleen in het Frans uitleggen dat hun digitale archief prachtig is. En twee grote nieuwkomers, het Bill-Gatesbedrijf Corbis en de in Londen geformeerde concurrent Getty Pictures beloven veel gemak, maar kunnen hun digitale archieven niet demonstreren. Het kwalitatief hoogstaande Magnum heeft wel een kamer, maar daar is niemand. En de Internetsite is nog 'under construction'.

In theorie klinkt het prachtig: je scant duizenden foto's in

en stopt ze in een, via Internet toegankelijk, digitaal archief. Hoe meer tekst je daar aan hangt, hoe gemakkelijker een zoekprogramma de gewenste beelden kan oproepen. Daar kan geen paternosterkast

tegenop. En de klanten kunnen zelf zoeken.

Dit ratjetoe doet vermoeden dat het nooit wat gaat worden. Maar zo is het ook weer niet. De markt van nieuws- en archieffoto's is de laatste jaren nogal ongewis geworden door de toenemende rol van nieuwe technologie: nieuwe media, nieuwe drukpersen, nieuwe grafische technieken, prachtige bewerkingssoftware, digitale camera's. En dan veranderen ook nog veel bestaande media hun uiterlijk dan wel hun identiteit, waarmee ze hopen nieuwe klanten te trekken en oude te behouden.

De theorie van het gemakkelijk toegankelijke digitale fotoarchief blijft goed. Niet alleen Bill Gates vindt dat, ook vele anderen. Gates zette de toon. Eind jaren tachtig richtte hij met privé-vermogen Corbis op. De eerste jaren gingen voorbij met het ontwikkelen van programma's voor het beeldarchief en met de aankoop en het ontsluiten van enkele grote archieven. Corbis' pièce de résistance is het Bettmannarchief - zestien miljoen beelden variërend van oude schilderijen tot alle historisch belangrijke gebeurtenissen sinds de uitvinding van de fotografie ruim 150 jaar geleden. Daarnaast biedt Corbis werk uit vijfhonderd musea (waaronder de Hermitage in Leningrad en de National Gallery in Londen) en prestigieus werk van Amerikaanse fotografen als Ansel Adams en de tweelingbroers Peter en David Turnley.

Intussen heeft Corbis (driehonderd werknemers) een miljoen beelden in het digitale archief en dat groeit vanuit het blokhutachtige hoofdkantoor buiten Seattle in een scantempo van veertigduizend foto's per maand, voorzien van zeer adequate bijschriften.

Al deze getallen brachten een schok teweeg onder de concurrentie. Bouwt Gates wederom een monopolie op? Wordt dit de 'McDonaldisering' van de fotografie? De Corbisman in Perpignan lacht de vrees op zijn Amerikaans weg en verwijst naar hogere doelen: een nieuwe manier van kijken naar foto's, het grip krijgen op de gehele menselijke geschiedenis, ofwel het bouwen van een digitaal Alexandrië (verwijzend naar de legendarische bibliotheek die de oude Grieken daar inrichtten als samenballing van alle menselijke kennis, maar die later in vlammen opging).

Dat de oerangst voor de vampier intussen wat verminderd is, blijkt uit een citaat van de Amerikaanse fotograaf Ed Kashi onlangs in de New York Times: 'Eerst riepen we: ''Haal de kruisen en de knoflook.'' Nu is het meer: ''Als ze me lief aankijken mogen ze wel langskomen.'''

Corbis bleek toch minder bedreigend te zijn, want financieel succes blijft uit. Volgens ingewijden levert Corbis niet meer op dan een kleine twee miljoen dollar per jaar, afgezien van de vijf miljoen dollar die het Bettmannarchief al vanouds genereert.

Gates rekende op de verkoop van vele cd-roms met prachtige museum- en fotocollecties. Daar zat de markt echter niet op te wachten. Bovendien valt er via Internet nog maar weinig direct te verdienen en blijft het medium traag. Een Amsterdams reclamebureau dat via Internet een Corbisfoto uitzoekt, kan die bij het kantoor in Londen bestellen. Omdat het downloaden via Internet van het fotobestand van vijftien tot twintig megabyte al gauw een halve werkdag duurt, is Corbis teruggekeerd naar de postkoets, bij wijze van spreken. Het gekozen beeld wordt op een cd-rom of zelfs dia gezet en per DHL of Fedex binnen twee dagen bezorgd. De man in Perpignan blijft lachen, maar geeft toe dat Corbis te ver vooruit liep en nu eerst met het ouderwetse bureauwerk geld moet zien te verdienen.

Het heeft de benauwde concurrenten wat rust gegeven. Toch blijft de bloeddruk hoog, want nieuwkomers ruiken toch kansen. De Londense firma Getty heeft de Britse Bettmannequivalent Hulton-Deutsch opgekocht en bezit daarmee vijftien miljoen beelden. Daarvan zijn er nu honderdduizend digitaal beschikbaar, streefgetal voor eind volgend jaar is een half miljoen.

En dan is Time in New York ook hard aan het werk om het archief van 22 miljoen foto's digitaal toegankelijk te maken: alle foto's die sinds de jaren twintig verschenen in Time, Life, Sports Illustrated, Fortune en andere bladen. Nog niet op Internet, maar dat gaat snel veranderen.

De traditionele bureaus als Sygma, Gamma, Sipa, Black Star, Magnum, Network zijn hard bezig de digitale achterstand in te halen. Sommigen digitaliseren hun archief, en vooral de kleineren beperken zich vooralsnog tot het scannen en digitaal versturen van bestelde foto's. Ze hebben het moeilijk. De wereldmarkt is weliswaar naar schatting anderhalf miljard gulden groot, maar de verdiensten zijn karig en de investeringsruimte is dus vaak beperkt.

Het probleem van lange downloadtijden via de Internet-fotoarchieven wordt opgelost door het sturen van foto's via e-mail (Sipa bij voorbeeld) of door het sturen van de gekozen foto's via een rechtstreekse ISDN-verbinding. Anderen kiezen voor mogelijkheden zoals Reuter in Parijs heeft gedaan en het ANP in Rijswijk: een digitaal archief dat alleen voor abonnees toegankelijk is.

Toch klinkt er ook hoop vanuit Perpignan: doordat de digitalisering een hogere leversnelheid biedt, kunnen bureaus als Sygma, Gamma en Sipa de concurrentie aan met de grote nieuwsagenstschappen als Reuter en Associated Press. Deze hebben als sterke punten een wereldwijd netwerk van fotografen en verzending naar de abonnees per satelliet en winnen daardoor vaak op het punt van snelheid. De middelgrote bureaus hopen door het schakelen naar de digitale versnelling op tempo vaker te kunnen concurreren. En hun troef is exclusiviteit. De grote nieuwsbureaus leveren namelijk aan vrijwel alle kranten en veel tijdschriften. En die hebben toch graag een andere foto dan de andere op de voorpagina.

Edie Peters

Sygma: http://www.sygma.fr

Sipa: http://www.sipa.com

Corbis: http://www.corbis.com/catalog

Getty Pictures: http://www.getty-images.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden