'Talent en lezers moet ik bij elkaar brengen'

Na een jaartje bij uitgeverij De Bezige Bij keert Hans Nijenhuis terug bij NRC Media. Ditmaal in de rol van uitgever....

Een dag na het interview stuurt Hans Nijenhuis, directeur-uitgever van NRC Media, om acht uur ’s ochtends een sms: ‘Net onder het hardlopen bedacht ik me dat het eigenlijk heel simpel is. Je bent uitgever om het werk van talentvolle mensen uit te geven. Ze dus toegang te geven tot een publiek, en het publiek tot hen. En ja, dat geeft het gevoel dat je iets bijdraagt. De maatschappij heeft denkende mensen nodig, en denkende mensen hebben goede informatie nodig. Dat is wat ik bij de redactie buitenland deed, bij De Bezige Bij (kort) en nu weer. En dat is dus misschien wel wat ik gewoon moet doen: talent en lezers bij elkaar brengen. Klinkt gedragen hè? Toch voelt het zo.’

Hans Nijenhuis (47) wordt niet graag verkeerd begrepen. De toespraak die hij op 27 mei in Rotterdam voor de medewerkers van NRC Media hield, vlak nadat NRC-eigenaar Derk Sauer hem tot opvolger van de vanwege een conflict vertrokken uitgever Gert-Jan Oelderik had benoemd, telde dertien kantjes. Elk woordgrapje en elke bijzin lag vast. Tussen de bijzinnen door sprak hij duidelijke taal: NRC gaat stoppen met het maken van televisiefilmpjes voor de website, stoppen met het kwartaalblad Focus, stoppen met de Engelstalige website. De webshop wordt verzelfstandigd, er komt in het najaar een vrijwillige vertrekregeling en de boekenverkoop wordt ‘nader bekeken’.

Nijenhuis klonk als een geroutineerde uitgever, maar de wonderboy die nrc.next groot maakte, is een journalist en geen commerciële jongen. Voor hij nrc.next ging leiden, was hij onder meer chef buitenland en correspondent in Moskou. ‘De vraag die mij de afgelopen maanden het meest is gesteld, is waarom ik directeur van NRC ben geworden, en geen hoofdredacteur – die baan was na het vertrek van Birgit Donker ook vacant.’

En?

‘Wat ik zelf wil, doet er minder toe dan wat goed is voor de krant. Dat is geen gratuite opmerking. Het geldt voor iedereen die bij de krant werkt. We denken weleens dat ons werk er is voor onze ontplooiing. Dat is een vergissing. De krant is er voor de lezer, en jij werkt daar waar de krant jou het beste kan gebruiken.’

Waarom ben jij in deze baan beter op je plek?

‘We hebben een uitgever nodig met gevoel voor kranten, iemand die de redactie kent. We hebben net een conflict achter de rug tussen de uitgever en de hoofdredacteur, en dat willen we niet nog een keer meemaken. Dus het is fijn als je een uitgever hebt die enigszins het vertrouwen van de redactie geniet. En ook nog van de eigenaar; ik ken Derk Sauer al heel lang, uit de tijd dat ik in Moskou werkte en hij daar zijn bedrijf Independant Media opzette. We kwamen bij elkaar over de vloer.’

Anderhalve week geleden werd de benoeming van Peter Vandermeersch tot hoofdredacteur van NRC Handelsblad bekend. Vandermeersch is een flamboyante Vlaming die de afgelopen jaren de Belgische kranten De Standaard en Het Nieuwsblad leidde. ‘Ik ben niet aangenomen om te slopen, maar er gaat wel wat veranderen’, heeft Vandermeersch, die tevens toetreedt tot de directie, inmiddels aangekondigd.

Derk Sauer, Peter Vandermeersch, Hans Nijenhuis: alle drie journalist van huis uit, alle drie tamelijk uitgesproken types. Drie haantjes: wie is de baas?

‘De aandeelhouder is de baas, dat is formeel nu eenmaal zo. En Peter Vandermeersch en ik kunnen veel van elkaar leren. De formele grenzen zijn wel duidelijk; maar verder is alles een kwestie van veel naar elkaar luisteren, en moet niemand bang zijn om zijn mening te geven.

‘Derk Sauer neemt geen blad voor de mond. Dat vinden mensen weleens lastig, maar het is de stijl van die man om zo te praten. Hij houdt ervan de dingen een beetje te prikkelen en op scherp te zetten. Dat moet ook kunnen. Hij werpt gewoon ideeën op, het is niet de premier of de formateur, bij wie je close reading moet toepassen.

‘Hij mag zeggen wat hij wil, hij mag bellen wie hij wil. Alleen: je hoeft niet altijd te doen wat hij zegt. Derk is bijvoorbeeld van mening dat we drie correspondenten in China moeten hebben, omdat China heel belangrijk is, en hij vindt dat je je moet afvragen of er nog wel een correspondent in Parijs nodig is want daar rij je met de Thalys immers zo naartoe. Nou, wij denken daar anders over.’

Heeft Sauer al iets gezegd over jullie zaterdagse magazine?

‘Zeker.’

En?

‘Dat is te vroeg, haha. We hebben voortdurend dat soort discussies, en’

Wat vind je zelf van jullie magazine?

‘Daar vind ik alleen als uitgever iets van. Als lezer lees ik dat magazine met plezier, als uitgever zeg ik: de adverteerders hebben er niet veel aan. Waarom is die discussie over magazines ooit begonnen? Omdat adverteerders mooier papier wilden. Maar adverteerders willen óók zeggenschap over wat ze het Umfeld noemen, de stukken om hun advertenties heen. Als je een journalistiek magazine maakt, zoals wij, kun je de adverteerder nooit garanderen wat het omslagverhaal wordt. Maar stel, ik ben Mercedes Benz. Op de dag dat mijn advertentie voor vele duizenden euro’s op pagina 2 en 3 staat, heeft het magazine op zijn omslag een verhaal over de olieramp in Mexico, of over aids in Afrika. Dan voel ik me toch bijna schuldig?

‘De redactie zegt: wij gaan de formule niet aanpassen aan de adverteerder. Wij zeggen: natuurlijk ga je dat niet doen, maar kennelijk klopt je formule niet. Heb je eigenlijk wel een magazine nodig, zullen we dáár eens mee beginnen? Zullen we ons eerst eens afvragen wat de lezer op zaterdag op zijn bank of in de tuin eigenlijk wil? Hoe staat hij in het leven?

‘Misschien kom je er wel achter dat je helemaal geen magazine nodig hebt. Dat je zegt: op vrijdag moet de krant een hele goeie cultuurbijlage hebben, en op zaterdag maken we twee bijlages, eentje voor het hoofd en eentje voor het hart. De bijlage voor het hoofd is een journalistieke bijlage, zoals bij jullie het Vervolg, en ons vroegere Zaterdags Bijvoegsel. De bijlage voor het hart gaat over de dingen waar je in je weekend nog meer mee bezig bent. Daarnaast zou je nog eens per maand een how to spend it-achtige bijlage kunnen maken voor de echte dure luxe merken, zoals Gucci en zo.

‘En dit is nou weer typisch zo’n idee, puur een idee. Het is niet: de uitgever spreekt.’

Het karakter van de krant is iets mysterieus, vindt Nijenhuis. ‘Waarom past een krant bij jou? Als je kijkt naar de lezers van de Volkskrant en NRC Handelsblad, zijn dat toch verschillende groepen. Dat geldt ook voor NRC Handelsblad en nrc.next. De afgelopen tijd hebben we misschien iets te veel gedaan alsof daar één lezer bij hoort. Ik was niet zo’n voorstander van die ‘Ik denk NRC’-campagne, waarin werd gesuggereerd dat NRC één merk is met verschillende outlets. ‘Ik denk NRC’ is net zoiets als ‘Ik eet Unilever’. Dat zou Unilever nooit zeggen, die zegt: ik heb Knorr, en ik heb Unox. Een merk is een identiteit, en een identiteit is belangrijk. Vroeger was het ideologie, tegenwoordig gaat het om identiteit. De NRC-lezer is iemand die niet van poespas en tierelantijnen houdt, althans niet in zijn krant. Als hij wil lachen, leest hij wel een grappig boek. Van zijn krant wil hij informatie die relevant is en klopt; dat is het allerbelangrijkst. De NRC moet dus gezaghebbend zijn.’

Dat is een basisvoorwaarde, dat wil iedereen. Maar wat is de ziel van NRC Handelsblad?

‘Wat bedoel je met de ziel? We willen gewoon de beste zijn.’

Jullie gaan vermoedelijk snel over op tabloid. En ook naar de ochtend?

‘Over het formaat kun je het hebben. Maar we gaan niet naar de ochtend. We hebben al een krant in de ochtend. Ik heb een groot en sterk argument tégen het samenvoegen van nrc.next en NRC Handelsblad, en dat is dat we een totaal verschillende doelgroep hebben, waar je niet één product voor kunt maken. Ik geloof erg in goed weten wat je doelgroep is en daar iets voor maken.

‘Ik zal je weer een voorbeeld geven waar ik last mee krijg. We introduceerden nrc.next op doordeweekse dagen, en gaven de lezers op zaterdag NRC Handelsblad. Maar daar waren die lezers helemaal niet zo tevreden over; die vonden het Handelsblad een heel ander soort krant. Dus zijn er elementen van next in de zaterdagkrant geïntroduceerd. Op de next-manier, leuk, lachen. Nou, daar zat een aantal lezers van NRC Handelsblad totaal niet op te wachten

‘Wat we dus gaan doen: we gaan nrc.next en NRC Handelsblad verder uit elkaar trekken. Bij NRC Handelsblad moet je denken aan de Financial Times, de Frankfurter Allgemeine, The New York Times. Omhoog, omhoog, omhoog. Er zijn mensen die zeggen: NRC Handelsblad moet warmer. Ik zeg: ijskoud de beste. De Financial Times is ook niet warm. Als ik warmte wil, ga ik wel naar mijn vrouw.’

Arme Peter Vandermeersch. Die denkt dat hij de boel kan vernieuwen, maar hij moet een droogkloterige notariskrant gaan maken.

‘Dat is echt een totale persiflage op wat ik zei! Ik noemde de Financial Times, de Frankfurter Allgemeine: heel goeie zakelijke kranten.’

Ruim een jaar geleden stapte Hans Nijenhuis over naar De Bezige Bij, de uitgeverij waar hij zelf twee boeken publiceerde; in 2004 de roman Man van Beroep , een jaar later de verhalenbundel Wat je verzwijgt. ‘Boeken maken is iets anders dan kranten maken. Robbert Ammerlaan zei een keer: jij gelooft in de maakbaarheid van dingen. Bij de krant begin je met een wit ding, en aan het eind van de dag ziet hij eruit zoals jij hem hebben wilt. Bij een boek is er geen geheim recept. Dat vond ik lastig. En verder miste ik de actualiteit vreselijk. Toen Wouter Bos aftrad – o man, mijn handen jeukten. Ik was daar zó teleurgesteld over. Mensen zoals hij horen in de politiek. Het is heel erg dat hij opzij stapt voor een man als Job Cohen. Als ik Wouter Bos zag, dacht ik: dat is iemand zoals ik. Hij is een stuk slimmer, maar hij weet hoe ik leef. Zijn vrouw werkt ook, hij heeft kinderen, hij weet hoe ingewikkeld het allemaal is.’

Daar gaat Man van beroep ook over. Waarom schreef je dat?

‘Ik las een boek van Allison Pearson over een werkende moeder. I dont know how she does it heet het. Nou, zei ik bij de koffieautomaat, ik weet wél hoe ze het doet. Mijn eigen vrouw is namelijk ook zo’n vrouw die carrière maakt, en die kan dat doen omdat ze een man heeft die helpt met boterhamtrommeltjes vullen. Op 11 september 2001, toen die vliegtuigen zich in de WTC-torens boorden, was ik chef buitenland en zat ik met een kindje voor op de fiets en een kindje achterop. Op weg naar balletles. De telefoon ging: je moet nú naar de krant komen. Kan niet, zei ik: ik heb een kindje voor en een kindje achter, en ik ben op weg naar balletles. Gruwelijk was het, ik kan me elke minuut van die dag herinneren.

‘De man in dat boek verzorgt de kinderen en is architect, die presteert echt wel wat. Maar hij wordt door zijn vrouw alleen maar afgezeken. Dat stoorde me enorm. Een collega zei dat ik daar dan maar een stuk over moest schrijven. En op dat stuk kreeg ik meer reacties dan op welk stuk uit Moskou dan ook. Mensen zeiden: nu zul je wel gebeld worden door uitgevers. Maar er belde niemand. Toen heb ik Paul Sebes benaderd, literair agent en een dispuutgenoot van mij. Die regelde dat ik er een boek van kon maken, voor De Bezige Bij.’

Als uitgever heeft Nijenhuis het bij De Bezige Bij krap een jaar volgehouden. De bedoeling was dat hij twee jaar zou meelopen met directeur Robbert Ammerlaan, en hem uiteindelijk zou opvolgen. ‘Als dit niet was langsgekomen, had ik daar gewoon nog gezeten. Ik heb er een heel mooi jaar gehad en eh Luister, over Robbert Ammerlaan kan ik alleen maar complimenteus zijn. Maar het is wel zo dat ik meer begrip heb gekregen voor de positie van Willem-Alexander. Dat is een lastige positie.

‘Het leek een goeie constructie, dat meelopen, want het uitgeversvak was nieuw voor mij, en een uitgeverij werkt puur op basis van vertrouwen. Hij deed de gevestigde namen, ik kreeg een uitgeverette waar ik mijn eigen dingen kon doen. Dat houdt voor mij in: jonge mensen een kans geven. Waar ik bij next het meest trots op ben, dat is dat mensen als Robbie Wijnberg, Aaf Brandt Corstius of Paulien Cornelissen er een plek kregen. Jonge mensen ontdekken en binnenhalen vind ik het mooiste wat er is.

‘Dat heeft met mijn verleden te maken. Bij ons thuis was het vroeger nogal onrustig. Mijn moeder heeft een hele periode gehad dat zij op zoek was naar de perfecte man. Die heeft ze toen niet gevonden, maar je kunt niet zeggen dat ze het niet heeft geprobeerd. Dus zo tussen mijn 8ste en mijn 18de was er nogal wat aanloop; een reeks van mensen tegen wie je oom moest zeggen.

‘Er was thuis niet een klimaat waarin boeken of kranten werden gelezen. Maar ik heb het enorme geluk gehad dat ik altijd mensen tegenkwam die me op sleeptouw namen. Dat begon bij de vader van een vriendinnetje, die me een keer een stuk uit NRC Handelsblad liet lezen; het was het eerste krantenartikel dat ik las. Daarna was er een oom, oom Roel, die mij 25 gulden per maand gaf om boeken te kopen. Ik heb een leraar op school gehad die me verder hielp. Ik heb Marc Chavannes gehad, correspondent bij NRC Handelsblad. Steeds waren er mensen die me in aanraking brachten met kranten, boeken, met laten we zeggen: de elite. Ik weet nog dat ik een keer in Londen bij Marc Chavannes at en zei: ‘Wat een rare ham is dit eigenlijk’. Dat was dus de eerste keer dat ik gerookte zalm at.

‘Iemand moet jou laten zien hoeveel moois er is. Mijn hele muzieksmaak komt van de broer van mijn vrouw, die zelf muzikant is en die mij een hele wereld van jazzmuziek heeft laten ontdekken. De elite in Nederland is heel open; als je wilt, laten ze je gewoon toe. Je kunt lid worden van het studentencorps, je kunt bij ABN Amro solliciteren. Maar daarvoor heb je wel een soort ontwikkeling nodig, kennis. Ik heb het geluk gehad dat mensen mij dat aanreikten. En dat wil ik zelf ook bij anderen doen. Er is een hele generatie die zegt: kranten, dat is niks voor mij, die lees ik niet. Maar jongens, dan word je dus dommer dan mensen die kranten wél lezen, en als je solliciteert bij ABN Amro, verlies je. Dus léés.

‘De kranten moeten worden gered. Als we niets doen, sterft de krant inderdaad uit met de laatste lezer. Dat zou ik een enorm verlies vinden. Voor mensen die niet alles thuis met de paplepel krijgen ingegoten, maar die voor één of twee euro wel enorm veel kennis kunnen kopen. Stel je eens voor dat je voor je nieuwsvoorziening afhankelijk bent van het Journaal en van Pauw & Witteman? Dat kan toch niet, op grond daarvan kun je toch niet de keuzes maken die je moet maken in het leven? Die kranten zijn echt nodig. Het is een cultuurgoed dat moet worden gered. Als ik dat nu moet doen in deze rol, dan maar in deze rol.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden