'Taiwanees publiek snapt niets van arthousefilms'

Interview..

Rotterdam ‘Wat doen we toch verkeerd?’ De Taiwanese regisseur Tsai Ming-liang (1957), op bezoek in Nederland ter promotie van zijn film Visage, spert zijn ogen nog wijder open. ‘Dat vroeg ik laatst ook – een beetje schertsend – aan Hou Hsiao-hsien. Hij maakt al twintig jaar arthousefilms, ik al tien, en toch zit er geen vooruitgang in. Nog steeds weten we geen brug te slaan naar het Taiwanese publiek.’

Beide regisseurs zijn gelauwerd in het internationale festivalcircuit, als filmauteur. En ze werden, los van elkaar, enkele jaren geleden door prestigieuze Franse musea gevraagd een opdrachtfilm te maken. Eervol, maar ook noodzakelijk om financiering voor hun werk te vinden, dat slechts een marginaal publiek bereikt.

Ming-liang, die in 1994 een Gouden Leeuw won voor zijn film Vive L’Amour: ‘Ik ben in Taiwan wel bekend, maar ze gaan gewoon niet naar mijn films. Taiwanezen zien film puur als entertainment. Het idee dat film ook nog iets te maken zou kunnen hebben met kunst, komt in Azië niet in veel mensen op.’

Dat het Louvre hem volledig vrijliet, maakte de klus er niet gemakkelijker op. ‘Als Aziaat ben ik niet zo bekend met het Europese idee van kunstenaarschap. Dat bracht me in verwarring. Wat verwachtte men?’

Hij besloot eerst het Louvre-gebouw goed te leren kennen. Niet enkel de toeristische route, maar ook het ondergrondse gangenstelsel en het dak. ‘Dat proces, waarbij ik elk detail van het paleis keerde kennen, nam enkele jaren in beslag.’

Ergens in het Louvre moesten de vermaarde Franse nouvelle vague-acteur Jean-Pierrre Léaud (uit Truffauts Les Quatre Cents Coups) en Ming-liangs eigen vaste muze Lee Kang-sheng elkaar ontmoeten, voor de film. ‘Dat was alles wat ik wist. Leauds gezicht is van grote betekenis. Het filmen van een gezicht in extreme close-up kan een zeer krachtige filmervaring bieden. Die kun je op een klein scherm nooit zo ervaren als in de bioscoop.’

Met de zestiger Leaud sprak hij geregeld af in Parijs om koffie te drinken. Ze verstonden elkaar niet, vanwege het taalprobleem. ‘Hij is in Frankrijk nog altijd een ster, maar ik kreeg het idee dat niemand voor hem zorgde. Hij is snel ouder geworden, de laatste jaren. Op zijn kleren zaten vogelveertjes, en ik stelde me voor dat hij in het park vogels ging voeren. Dat kreeg een vorm in de film.’

In het deels in musicalstijl gefilmde Visage worstelt een Taiwanese regisseur, gespeeld door Kang-sheng, met het maken van een film, in opdracht van het Louvre. En hij loopt daarbij tegen dezelfde barrières op als Ming-liang. Ook is er een bijrol voor een hert, en acteert (of danst) het Franse fotomodel Laetitia Casta een bijbelse rol als Salomé. ‘Dat ze een modemodel is, maakt haar juist extra geschikt. Het gaat me om haar gezicht. Ze hoeft eigenlijk niet te acteren.’

Op het filmfestival van Cannes, waar Visage vorig jaar in wereldpremière ging, waren de reacties niet onverdeeld positief. Stuurloos en pretentieus, klonk het, een verzameling mooie, maar losse beelden. En: meer iets voor in het museum dan voor in de bioscoop. Ming-liang: ‘Zo’n reactie stoorde me vroeger, nu vind ik het niet zo erg wanneer men mijn werk als kunst beschouwt. Misschien zit mijn publiek ook meer in die hoek.’

Niet dat hij de wens om een breder publiek aan te spreken ooit zal opgeven. ‘In Taiwan ben ik met Visage langs allerlei instellingen gegaan. Dat leverde me meer op dan de normale recettes. Ik heb de film vertoond in tehuizen voor criminele jongeren en op een militaire academie. Ze begrepen het niet helemaal, maar ze vonden het wel interessant.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden