Tafel, stoel - alles

Architecten storten zich gulziger dan ooit tevoren op design. Ben van Berkel ontwierp een bank, Zaha Hadid bedacht een lamp....

Ruim een jaar puzzelde en schetste architect Ben van Berkel aan een lage zitbank. Het was dan weliswaar het eerste meubel van zijn hand, maar toch. Dat het zo lang duurde om een bank te ontwerpen, dat was hem ‘toch wel wat tegengevallen’. Niet dat hij zulke lange trajecten niet gewend is; de ontwikkeling van architectuur als de Erasmusbrug in Rotterdam en het Museum het Valkhof in Nijmegen vergde zelfs meerdere jaren. Maar het maken van een zitbank, dat zou toch zo gepiept moeten zijn. Immers, ‘architecten hebben feeling met verhoudingen en weten hoe vorm en functie zich tot elkaar moeten verhouden’.

Daarbij lijkt het ontwerpen van een bank ook nog eens veel overzichtelijker dan een heel gebouw. ‘Het budget, de omvang, de materiaalkeuze, het productieproces, het aantal mensen waar je mee moet samenwerken; alles is kleinschaliger.’ Heerlijk vond hij het ook om gewoon eens iets te maken waarbij hij zo weinig beperkingen had. ‘Geen vergunningen, geen bezwaarschriften, geen bouwvoorschriften.’ Neem alleen al hoe zijn ideeën voor zijn meubels ontstaan – spontaan tijdens zijn vele vluchten en de etentjes waarin grote bouwprojecten worden besproken. ‘Bij zulke marathonsessies willen de gedachten nog wel eens afdwalen.’

Dat het allemaal toch wat langer duurde dan gepland, is omdat hij zijn bank dezelfde flexibiliteit wilde meegeven als zijn gebouwen, legt de architect uit. Maar hoe ontwerp je een bank waarop op verschillende manier gezeten, ja zelfs gewerkt kan worden? ‘Dat bleek een enorme uitdaging te zijn.’

Maar nu is hij er dan eindelijk: de Circle. De productie is in handen van de Amerikaanse firma Knoll. Deze halfronde bank kan eindeloos aan elkaar worden geschakeld. De leuningen lopen van recht naar schuin en het zitvlak wordt afwisselend steeds breder of smaller. ‘Je kunt er liggend in werken en zittend in ontspannen, of juist andersom. Je kunt ze in een kring zetten of juist in een lint. Het kan in een kantoor staan of in een hotellobby, maar ook in een woonkamer.’

Van Berkel is niet de enige bouwmeester die het ontwerpen van een meubel ziet als een ‘enorme uitdaging’. Er zijn er zelfs al die zich storten op lampen, waterkokers, koffiekopjes en wat al niet voor kant-en-klare producten. En ook heus niet alleen de eerste de beste vakbroeders. De Irakees/Britse winnares van de prestigieuze Pritzker Prize Zaha Hadid ontwierp diverse meubels voor het Italiaanse label Sawaya & Moroni. Herzog & De Meuron maakten stoelen voor Vitra en lampen voor Artemide. Richard Meier een kantoorunit. Sir Norman Foster ook van alles.

Uiteraard blijft Nederland, dat grossiert in toparchitecten, niet achter. Wiel Arets (bekend van de nieuwe Universiteitsbibliotheek in Utrecht) ontwierp de opbergkast Stealth voor producent Lensvelt en diverse keukenspullen voor Alessi. Benthem Crouwel (Schiphol) leverde onlangs een prototype voor een fauteuil af. Om maar eens even wat klinkende namen te noemen.

‘Ach, nieuw is het niet’, meent Kamiel Klaasse, van NL Architects. ‘Rietveld, Berlage, Gaudi, Frank Lloyd Wright; al bijna honderd jaar geleden zagen zij architectuur als een Gesamtkunstwerk. Elk gebouw werd ook van binnen ingericht, soms tot de deurklink aan toe. De meubels die ze ontwierpen, waren vaak zo sterk dat ze vervolgens in productie konden worden genomen.’

NL Architects verzorgde onder auspiciën van Droog Design de volledige inrichting van het Parijse filiaal van Mandarina Duck. Voor deze tassenproducent ontwikkelde NL Architects een systeem waarbij de producten werd gepresenteerd met stroken elastiek. ‘Het was speciaal ontwikkeld om tassen te tussen te klemmen. Maar het is wel uitgegroeid tot één van de best verkochte producten uit de Droog-collectie.’

Ook Jeroen van Schooten van Meyer & Van Schooten (de makers van het ING House in Amsterdam) herkent zich wel in ‘dat ouderwetse idee van het Gesamkunstwerk’. Al dient het tegenwoordig een heel ander doel. ‘Een gebouw is ook een vorm van branding. De ING wil zich profileren als een transparant en vooruitstrevend bedrijf en dat doen ze ook met de keuze van hun nieuwe kantoor.’ Het ontwerpen van bijpassende producten is dan een vanzelfsprekendheid. ‘Een gebouw wordt nog krachtiger als het interieur – tafels, stoelen, alles – onderdeel is van hetzelfde concept. Architectuur houdt niet op bij de voorgevel.’

In het ING House gebruikten Meyer & Van Schooten kantoormeubels van Ahrend. Vervolgens vroeg Ahrend de architecten of ze er niets voor voelden om een product te ontwerpen. Het leek ze wel wat. ‘De toepassingsmogelijkheden van architectuur zijn enorm toegenomen. Architecten stellen stedenbouwkundige plannen op, ze schrijven boeken en ze ontwerpen dus producten.’

Het resulteerde in de 1200, een futuristische werktafel met schuine poten waarboven het blauwe blad lijkt te zweven. Dat het handschrift van de makers van het ING House ook in dit ontwerp zichtbaar is, ligt voor de hand. ‘Wij blijven toch in de eerste plaats architect.’

Nieuw is het dus niet, de ontwerpende architect. Toch stortte deze beroepsgroep zich nog niet eerder zo gulzig op design. ‘Maar het zijn de architecten die worden gevraagd, niet andersom’, nuanceert Lars Spuybroek, de architect van het waterexpocentrum Neeltje Jans in Zeeland. ‘Gewoon zelf maar wat ontwerpen en daar dan de boer mee opgaan, kost te veel tijd. En de uitkomst is altijd ongewis. Nee, een architect moet ook hier weer worden gevraagd, dat is de tragiek van ons vak.’

Voor de firma Materialise onderzoekt Spuybroek of het mogelijk is om duizend verschillende lampen te produceren voor dezelfde prijs als duizend identieke. ‘De designwereld is verzadigd. Er komt bijna niets nieuws meer bij. Laten we maar eens een architect proberen, denken fabrikanten dan.’

Al speelt ook marketing een rol, meent Klaasse. ‘Fabrikanten willen pronken met bekende namen. Die banken van Zaha Hadid zien er spectaculair uit, maar feitelijk zijn het net maquettes van haar gebouwen. Precies wat zo’n fabrikant wil.’ Ook de architecten erkennen trouwens de waarde van marketing. Van Schooten: ‘Zo’n eigenzinnig bankgebouw is heus niet alleen branding voor de ING, hoor.’

Daarbij zijn de verschillen tussen architectuur en design kleiner dan ooit tevoren. ‘Met de komst van nieuwe materialen en geavanceerde software kunnen architecten steeds vrijer werken’, legt Van Berkel uit. ‘Een gebouw hoeft niet meer vier stenen muren te hebben met ramen van glas. Een gebouw kan nu meerdere functies hebben. Het wordt meer en meer een product.’

Van Berkel heeft inmiddels al een bescheiden designoeuvre opgebouwd. Voor het Nederlandse meubelmerk Gispen ontwierp hij een ingenieus werkmeubel met drie niveaus. Aan deze Sum kan staand, zittend op een hoge kruk of op een stoel worden gewerkt. Voor Alessi werkt hij aan een servies voor de consumentenmarkt. Ook ontwikkelt hij voor de Italiaanse designreus een dubbelzijdig dienblad – ‘een kant voor drankjes en een kant voor hapjes’.

Welke kick haalt de architect die lang in de running was voor de herinrichting van Ground Zero in New York nou uit het ontwerpen van zoiets alledaags als een dienblad? ‘Mensen zijn de hele dag omringd door producten. Van stoelen en lampen tot tv’s en koffiekopjes. De impact die deze spullen maken op hun leven is veel groter dan die van gebouwen.’

En juist dat alledaagse, ‘dat banale’ zoals Van Berkel het verwoordt, is iets wat hij mist in architectuur. ‘Voor Alessi heb ik een ondiep cocktailglas ontworpen waar de drank als het ware uit gelikt moet worden. Dat aardse en tegelijkertijd zeer sensuele van proeven met de tong, zulke emoties kun je nauwelijks verbeelden in een gebouw.’

Ook Klaasse van NL Architects ervaart architectuur soms als ‘benauwend’. ‘Een Nike-schoen wordt over de hele wereld gedragen. Maar een gebouw is altijd op maat gemaakt voor één opdrachtgever en moet aansluiten bij de locatie. Je gaat in de weilanden geen pronkerig spiegelpaleis bouwen voor een natuurorganisatie. Design biedt ons de mogelijkheid om iets te ontwerpen dat over de hele wereld en in alle soorten huizen, winkels of kantoren tot zijn recht moet komen.’

Het leuke van design is volgens Van Schooten dat je snel kunt reageren op de tijdgeest – immers, ‘wat je vandaag ontwerpt, staat over een half jaar in de winkel’. Het interieur van Meyer & Van Schooten voor schoenenwinkel Shoebaloo is bijvoorbeeld ‘schaamteloos hip’. ‘Je kunt materialen gebruiken die na een jaar of vijf versleten zijn, je kunt experimenteren met kleurgebruik. En als vervolgens blijkt dat het de tand des tijds niet kan doorstaan, dan is zo’n winkel toch al weer aan een face lift toe. Maar met een gebouw dat nog vijftig jaar mee moet, schaam je je dan de oren van je kop.’

Van Berkel beaamt: ‘Het is juist louterend om spullen te ontwerpen met een beperkte houdbaarheidsdatum. Misschien zijn wij architecten wel te gefixeerd op gebouwen die minstens een mensenleven mee moeten gaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden